Civiel recht overig

Verzoek uit Belgie om een daar afgegeven vonnis, voozien van een EET-waarmerk en een exequatur, te erkennen…

Rechtbank 's-Hertogenbosch, 1 december 2009

Zaakgegevens

Op 1 december 2009 heeft de Rechtbank 's-Hertogenbosch in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
1 december 2009
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
657420
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBSHE:2009:BL4924
E-mail

Samenvatting

Verzoek uit Belgie om een daar afgegeven vonnis, voozien van een EET-waarmerk en een exequatur, te erkennen en verlof tot tenuitvoerlegging in Nederland te verlenen.

Op grond van artikel 38 lid 1 jo. artikel 39 van de EEX-Vo, acht de kantonrechter zich niet bevoegd het onderhavige verzoek in behandeling te nemen. Immers op grond van de lijst in bijlage II wordt de voorzieningenrechter van de rechtbank aangewezen als de bevoegde autoriteit. Onder rechtbank dient de sector civiel van de rechtbank te worden verstaan en onder voorzieningenrechter de rechter bedoeld in artikel 254 lid 1 Rv jo. artikel 50 lid 2 RO. Dat daarnaast in voorkomende gevallen de kantonrechter bevoegd is tot het geven van een voorziening als bedoeld in afdeling 14 titel 2 Boek 1 Rv (zie artikel 254 lid 4 Rv) maakt dat niet anders.

Uitspraak

RECHTBANK 's-HERTOGENBOSCH

Sector Kanton, locatie Eindhoven

Zaaknummer : 657420

Rolnummer : 09-1872

Uitspraak : 1 december 2009

In de zaak van:

de rechtspersoon naar Belgisch recht Essent Belgium N.V.,

gevestigd te B-2140 Borgerhout (Antwerpen), België,

verzoekster,

gemachtigde: gerechtsdeurwaarder C.L.M. de Laat,

t e g e n :

[verweerder],

wonende te Bergeijk,

verweerder,

heeft de kantonrechter te Eindhoven de navolgende beschikking gegeven.

1. De procedure

Op 30 oktober 2009 is ter griffie van de Rechtbank 's-Hertogenbosch, sector Kanton, locatie Eindhoven een verzoekschrift met producties ingekomen.

2. De beoordeling

Verzoekster heeft zich tot de kantonrechter gewend met het verzoek om de beslissing van het Vredegerecht van het kanton Hoogstraten, België, met rolnummer 09A774, d.d. 6 mei 2009 te erkennen en haar verlof te verlenen tot tenuitvoerlegging van voornoemde beslissing, met veroordeling van verweerder in de kosten, die op de afgifte van het verzochte verlof zullen vallen.

Nu het verzoekschrift een internationaal karakter draagt, dient de vraag te worden beantwoord of de Nederlandse rechter bevoegd is van dit verzoek kennis te nemen. Aangezien de Verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (hierna: EEX-Vo) verbindend is en rechtstreeks toepasselijk is in de lidstaten van de Europese Unie en Nederland en België beide lidstaat zijn van de Europese Unie, dient de rechterlijke bevoegdheid beoordeeld te worden op basis van deze verordening.

Op grond van artikel 38 lid 1 jo. artikel 39 van de EEX-Vo, acht de kantonrechter zich niet bevoegd het onderhavige verzoek in behandeling te nemen. Immers op grond van de lijst in bijlage II wordt de voorzieningenrechter van de rechtbank aangewezen als de bevoegde autoriteit. Onder rechtbank dient de sector civiel van de rechtbank te worden verstaan en onder voorzieningenrechter de rechter bedoeld in artikel 254 lid 1 Rv jo. artikel 50 lid 2 RO. Dat daarnaast in voorkomende gevallen de kantonrechter bevoegd is tot het geven van een voorziening als bedoeld in afdeling 14 titel 2 Boek 1 Rv (zie artikel 254 lid 4 Rv) maakt dat niet anders.

De kantonrechter dient zich aldus onbevoegd te verklaren en de zaak op grond van artikel 73 en volgende Rv te verwijzen naar de bevoegde rechter, zijnde de voorzieningenrechter van de sector civiel van de rechtbank 's-Hertogenbosch.

De beslissing omtrent de proceskosten wordt gereserveerd.

3. De beslissing

De kantonrechter:

verklaart zich onbevoegd tot kennisneming van de zaak;

verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de rechtbank 's-Hertogenbosch, sector civiel;

wijst verzoekster erop dat zij vertegenwoordigd door een advocaat in de procedure dient te verschijnen;

reserveert de beslissing omtrent de proceskosten.

Aldus gewezen door mr. R.R.M. de Moor, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dinsdag 1 december 2009, in tegenwoordigheid van de griffier.