Insolventierecht
In schuldsanering ontstaat voldoende actief om alle vorderingen en saneringskosten te voldoen.
Rechtbank 's-Hertogenbosch, 12 september 2000
ECLI:NL:RBSHE:2000:AF0321 · Rechtbank 's-Hertogenbosch · 12 september 2000
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-s-hertogenbosch/civiel-recht/insolventierecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbshe-2000-af0321
Zaakgegevens
Op 12 september 2000 heeft de Rechtbank 's-Hertogenbosch in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.
- Instantie
- Rechtbank 's-HertogenboschRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 12 september 2000
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- 99/380 R
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Insolventierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBSHE:2000:AF0321
Samenvatting
In schuldsanering ontstaat voldoende actief om alle vorderingen en saneringskosten te voldoen.
Uitspraak
tussentijdse beëindiging schuldsanering
hervatten betalingen
Arrondissementsrechtbank te 's-Hertogenbosch,
Enkelvoudige kamer
Bij vonnis van deze kamer van 15 november 1999 is de definitieve schuldsanering uitgesproken ten aanzien van:
X., geboren ..., wonende te P.
Bij brief van 4 juli 2000 heeft de bewindvoerder de rechtercommissaris verzocht om tot uitbetaling van de schuldeisers over te mogen gaan, aangezien er een uitbetaling van een spaarbrief had plaatsgevonden. Naar aanleiding daarvan heeft op 29 augustus 2000 de verificatievergadering plaatsgevonden, waarbij de erkende preferente en concurrente schuldvorderingen zijn vastgesteld. Er zijn geen betwiste schuldvorderingen.
De rechter-commissaris heeft vervolgens een voordracht gedaan om de toepassing van de schuldsanering te beëindigen. De schuldenaar en de bewindvoerder zijn gehoord ter terechtzitting van 12 september 2000.
Als grond voor de beëindiging is aangevoerd dat schuldenaar in staat is zijn betalingen te hervatten.
Uit het onderzoek is de rechtbank gebleken dat er een uitkering op een spaarbrief beeft plaatsgevonden, uit welk bedrag zowel de boedelkosten als de geverifieerde schuldeisers kunnen worden voldaan. De bewindvoerder heeft een schriftelijke volmacht overgelegd, waaruit blijkt dat zij door schuldenaar onvoorwaardelijk is gevolmachtigd om na beëindiging van de schuldsaneringsregeling alle schuldeisers alsmede de schuldsaneringskosten te voldoen van de gelden die de bewindvoerder onder zich heeft op de schuldsaneringsrekening. Het bedrag dat thans op de rekening staat (fl. 29.155,78) is voldoende om al deze kosten te voldoen.
Derhalve is er aanleiding de toepassing van de schuldsaneringsregeling te beëindigen.
De rechtbank heeft het salaris van de bewindvoerder en de door deze gemaakte kosten reeds bij afzonderlijke beslissing vastgesteld.
Beslissing
De rechtbank:
beëindigt de toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Gewezen door mr. R.R.M. de Moor, lid van genoemde kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 september 2000 in tegenwoordigheid van C.M. Sweep, griffier.