Belastingrecht
Nu de rechtbank uitspraak heeft gedaan in hoofdzaak vervalt het belang van belanghebbende voor het treffen…
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 28 januari 2015
ECLI:NL:RBZWB:2015:512 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 28 januari 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/bestuursrecht/belastingrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbzwb-2015-512
Zaakgegevens
Op 28 januari 2015 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Breda
- Datum uitspraak
- 28 januari 2015
- Datum publicatie
- 2 februari 2015
- Zaaknummer
- AWB - 14 _ 7334
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2015:512
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Nu de rechtbank uitspraak heeft gedaan in hoofdzaak vervalt het belang van belanghebbende voor het treffen van een voorlopige voorziening.
Procesgang
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 28 januari 2015deze uitspraak
ECLI:NL:RBZWB:2015:512
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 24 februari 2017
ECLI:NL:GHSHE:2017:701Niet ontvankelijkNiet-ontvankelijkDe rechter behandelt de zaak niet inhoudelijk, omdat niet aan een formele eis is voldaan, bijvoorbeeld omdat iemand te laat is.Meer uitleg
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Sector bestuursrecht, voorzieningenrechter
Locatie: Breda
Zaaknummer AWB 14/7334
uitspraak van 28 januari 2015
Uitspraak als bedoeld in titel 8.3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 27d van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) in het geding tussen
[belanghebbende]BV, gevestigd te [plaats X],
belanghebbende,
en
de inspecteur van de Belastingdienst,
de inspecteur.
Zitting
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 januari 2015. Aldaar zijn verschenen en gehoord, namens de inspecteur, [verweerder]. Namens belanghebbende is, met kennisgeving aan de rechtbank, niemand verschenen.
1 Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
2 Gronden
De rechtbank heeft heden uitspraak gedaan in de hoofdzaak. In dat geval vervalt in verband met artikel 8:85, tweede lid aanhef en letter c, van de Awb het belang van belanghebbende voor het treffen van een voorlopige voorziening.
Gelet op het vorenstaande is het verzoek niet-ontvankelijk verklaard.
De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Deze uitspraak is gedaan op 28 januari 2015 door mr. M.W.C. Soltysik, voorzitter, mr. D. Hund en mr.drs. M.M. de Werd, rechters, en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. J.C. van Hooft, griffier.
De griffier, De voorzitter,
De uitspraak is enkel door de voorzitter ondertekend aangezien de griffier is verhinderd deze te ondertekenen.
Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.