Belastingrecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Voorlopige voorziening · Belastingrecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 27 september 2022
ECLI:NL:RBZWB:2022:5701 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 27 september 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/bestuursrecht/belastingrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbzwb-2022-5701
Zaakgegevens
Op 27 september 2022 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Breda
- Datum uitspraak
- 27 september 2022
- Datum publicatie
- 3 oktober 2022
- Zaaknummer
- 22/4240 en 22/4241
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2022:5701
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
voorlopige voorzieining
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
Zaaknummers: BRE 22/4240 en 22/4241
Uitspraak van de voorzieningenrechter van 27 september 2022 in de zaak tussen
[belanghebbende]
, verzoeker,
en
de inspecteur van de belastingdienst, de inspecteur
1 Inleiding
In deze uitspraak beslist de voorlopige voorzieningenrechter op de verzoeken om voorlopige voorzieningen van verzoeker van 5 september 2022.
Verzoeker verzoekt om de inspecteur te veroordelen tot het betalen van een voorschot van € 10.000, in afwachting van zijn verzoek om ambtshalve vermindering van de aanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (IB/PVV) 2013 en 2014.
Bij brief van 6 september 2022 heeft verzoeker verzocht om te bepalen dat de belastingdienst een beslissing neemt op de verzoeken om ambtshalve vermindering.
2
2. Karakter voorlopige voorziening
De voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, ook wel bodemprocedure genoemd, kan op verzoek een voorlopige voorziening treffen. Daarbij gelden als voorwaarden dat tegelijkertijd tegen hetzelfde besluit een bezwaar- of beroepsprocedure loopt (vereiste van connexiteit) en onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, het treffen van een voorlopige voorziening vereist. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in de bodemprocedure niet.
De voorzieningenrechter kan uitspaak doen zonder partijen uit te nodigen voor een zitting, indien hij kennelijk onbevoegd is of het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond is. De voorzieningenrechter heeft van deze bevoegdheid gebruik gemaakt.
3 Beoordeling door de voorzieningenrechter
De voorzieningenrechter is van oordeel dat niet voldaan is van het vereiste van connexiteit. De voorzieningenrechter zal dat hierna motiveren.
Er is (nog) geen sprake van een lopende bezwaar of (administratief-) beroepsprocedure betreffende de verzoeken om ambtshalve vermindering van aanslagen IB/PVV 2013 en 2014. Alleen als dat het geval is, kan een verzoek om voorlopige voorziening worden gedaan. Er is niet voldaan aan de eis van connexiteit. De verzoeken om voorlopige voorzieningen zijn daarom niet-ontvankelijk.
Voor wat betreft het verzoek van verzoeker om de inspecteur op te dragen een beslissing te nemen overweegt de voorzieningenrechter als volgt. In het geval dat de inspecteur niet of niet tijdig een besluit neemt, staat een rechtsgang open bij de belastingrechter. Voorwaarde voor het indienen van een beroepschrift dat is gericht tegen het niet of niet tijdig nemen van een besluit, is dat de inspecteur eerst schriftelijk in gebreke wordt gesteld. Niet aannemelijk is geworden dat verzoeker de inspecteur in gebreke heeft gesteld. Het verzoek om een voorlopige voorziening zal daarom niet worden opgevat als een beroep tegen het niet (tijdig) beslissen.
4 Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart de verzoeken om voorlopige voorzieningen niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr.drs. M.H. van Schaik, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.J. van Balkom, griffier, op 27 september 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
|
De griffier |
De voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.