Belastingrecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Voorlopige voorziening · Belastingrecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 2 juni 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:4900 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 2 juni 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/bestuursrecht/belastingrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbzwb-2026-4900
Zaakgegevens
Op 2 juni 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Breda
- Datum uitspraak
- 2 juni 2026
- Datum publicatie
- 3 juni 2026
- Zaaknummer
- 26/2171
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2026:4900
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
VOVO, n-o griffierecht
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 26/2171
uitspraak van de voorzieningenrechter van 2 juni 2026 in de zaak tussen
[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker
en
de invorderingsambtenaar van de gemeente Steenbergen, de invorderingsambtenaar.
Procesverloop
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker, ontvangen door de rechtbank op 10 april 2026.
Verzoeker verzoekt in zijn verzoekschrift om onmiddellijke schorsing, dan wel een voorlopige voorziening die verband houdt met de invordering van gemeentelijke belastingaanslagen.
Voor het verzoek is verzoeker griffierecht verschuldigd van € 54.
Op 16 april 2026 is aan verzoeker bij aangetekende brief de nota griffierecht verzonden. In die brief wordt verzoeker verzocht het griffierecht van € 54 uiterlijk twee weken na de datum van dagtekening van die brief te betalen. De brief vermeldt verder dat niet-ontvankelijkverklaring van het verzoek kan volgen, als het griffierecht niet of niet tijdig wordt betaald. Volgens gegevens van Track & Trace van PostNL is de brief bij verzoeker bezorgd.
Motivering
2. Omdat uit informatie van PostNL blijkt dat de in 1.2 bedoelde brief op 18 april 2026 aan verzoeker is uitgereikt, is de voorzieningenrechter van oordeel dat verzoeker op de juiste wijze in de gelegenheid is gesteld het griffierecht te voldoen.
Uit de administratie van de rechtbank blijkt dat het griffierecht niet is ontvangen. Het verzoek is daarom niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:82, derde lid, in samenhang met artikel 8:41, zesde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Er is tot slot geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. V.A. Burgers, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.A.C. Deeleman, griffier. De griffier is buiten staat de uitspraak te ondertekenen.
griffier voorzieningenrechter
De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.