Bestuursrecht overig
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Proceskostenveroordeling · Bestuursrecht overig
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 11 augustus 2021
ECLI:NL:RBZWB:2021:4124 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 11 augustus 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/proceskostenveroordeling/ecli-nl-rbzwb-2021-4124
Zaakgegevens
Op 11 augustus 2021 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 11 augustus 2021
- Datum publicatie
- 11 augustus 2021
- Zaaknummer
- AWB- 21_2997 VV
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- ProceskostenveroordelingProceskostenveroordelingDe partij die de zaak verliest, moet (een deel van) de proceskosten van de andere partij betalen.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2021:4124
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
PKV
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 21/2997 GEMWT VV
uitspraak van 11 augustus 2021 van de voorzieningenrechter op het verzoek om veroordeling in de proceskosten in de zaak tussen
[naam verzoeker], te [woonplaats verzoeker], verzoeker,
gemachtigde: mr. R.H.U. Keizer,
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bergen op Zoom, verweerder.
Procesverloop
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van 24 juni 2021 waarin aan verzoeker een last onder dwangsom is opgelegd (bestreden besluit). Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
In een e-mailbericht van 22 juli 2021 is namens het college aan de rechtbank en verzoeker medegedeeld dat het college de last onder dwangsom heeft opgeschort tot twee weken na de beslissing op bezwaar. Vervolgens heeft verzoeker het verzoek bij brief van 23 juli 2021 ingetrokken met het verzoek om het college te veroordelen in de proceskosten. Het college heeft daar bij brief van 30 juli 2021 op gereageerd.
De voorzieningenrechter heeft, met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), een behandeling van het verzoek ter zitting achterwege gelaten.
Overwegingen
1. Op grond van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb in samenhang bezien met artikel 8:84, vijfde lid, van de Awb, kan de voorzieningenrechter, indien het verzoek om voorlopige voorziening wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzoekschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan veroordelen in de proceskosten.
2.
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter blijkt uit het e-mailbericht van 22 juli 2021 dat het college aan verzoeker is tegemoetgekomen, in die zin dat hij te kennen heeft gegeven de uitvoering van het bestreden besluit op te schorten tot twee weken nadat op het bezwaarschrift is beslist. Hierin ziet de voorzieningenrechter aanleiding om verweerder te veroordelen in de door verzoeker gemaakte proceskosten.
Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 374,-(1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, met een waarde per punt van € 748,- en wegingsfactor 0,5). Gelet op de beperkte omvang en inhoud van het verzoekschrift is de voorzieningenrechter het met het college eens dat een wegingsfactor van 0,5 gehanteerd moet worden.
3. De voorzieningenrechter overweegt ten overvloede dat de griffier op grond van artikel 8:82, vierde lid, van de Awb het griffierecht van € 181,- aan verzoeker zal terugbetalen.
Beslissing
De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekers tot een bedrag van € 374,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.P. Hertsig, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. N. van Asten, griffier, op 11 augustus 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.