Bestuursrecht overig
hersteluitspraak: herstel van rechtsmidddel
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 7 januari 2021
ECLI:NL:RBZWB:2021:81 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 7 januari 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/voorlopige-voorziening-bodemzaak/ecli-nl-rbzwb-2021-81
Zaakgegevens
Op 7 januari 2021 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in een voorlopige voorziening en de bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 7 januari 2021
- Datum publicatie
- 8 januari 2021
- Zaaknummer
- AWB- 20_9566 VV en 20_9567 hersteluitspraak
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Voorlopige voorziening+bodemzaakVoorlopige voorziening en bodemzaak (kortsluiting)De voorzieningenrechter beslist niet alleen over een tijdelijke maatregel, maar meteen ook definitief over de zaak zelf.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2021:81
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
hersteluitspraak: herstel van rechtsmidddel
Procesgang
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 7 januari 2021deze uitspraak
ECLI:NL:RBZWB:2021:81
Centrale Raad van Beroep · 24 januari 2023
ECLI:NL:CRVB:2023:147Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 20/9566 PW VV en 20/9567 PW
hersteluitspraak van 7 januari 2021 van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam] , te [woonplaats] ,
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda, verweerder.
Procesverloop
Op 23 december 2020 heeft de voorzieningenrechter uitspraak gedaan in bovengenoemde zaak.
Overwegingen
De voorzieningenrechter stelt vast dat die uitspraak een kennelijke misslag bevat die zich voor eenvoudig herstel leent.
Gebleken is dat onder ‘Rechtsmiddel’ ten onrechte is vermeld dat tegen de uitspraak geen rechtsmiddel openstaat.
Beslissing
De voorzieningenrechter:
- herstelt het rechtsmiddel van voornoemde uitspraak van 23 december 2020 aldus:
Tegen deze uitspraak kan voor zover daarbij is beslist op het beroep binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.
- laat voornoemde uitspraak voor het overige ongewijzigd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.Z.B. Sterk, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van
mr. H.D. Sebel, griffier, op 7 januari 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open. Voorts brengt deze uitspraak geen wijziging in de termijn voor hoger beroep tegen de oorspronkelijke uitspraak.