Bestuursrecht overig

Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Voorlopige voorziening · Bestuursrecht overig

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 16 augustus 2022

Zaakgegevens

Op 16 augustus 2022 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
16 augustus 2022
Datum publicatie
23 augustus 2022
Zaaknummer
AWB- 22_3531 VV
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2022:4895
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Niet-Ontvankelijk

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht

zaaknummer: 22/3531 VV

uitspraak van 16 augustus 2022 van de voorzieningenrechter in de zaak van

[naam verzoeker], te [woonplaats verzoeker], verzoeker

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg, verweerder.

1 Procesverloop

Verzoeker heeft op 18 juli 2022 verzocht om een voorlopige voorziening met betrekking tot een boete die verband houdt met een besluit op grond van de BRP. In het verzoekschrift is verwezen naar Bijlage 1: besluit BRP gemeente Tilburg en naar Bijlage 2: bezwaar BRP [naam verzoeker], maar de rechtbank heeft deze bijlagen niet aangetroffen.

Bij aangetekende brief van 19 juli 2022 heeft de rechtbank verzoeker er op gewezen dat zij verzuimd heeft om een kopie van het besluit en van het bezwaarschrift mee te sturen. Daarnaast heeft de rechtbank verzoeker medegedeeld dat het verschuldigde griffierecht binnen 14 dagen na genoemde datum moet worden betaald en dat het verzoek niet-ontvankelijk kan worden verklaard indien het verschuldigde bedrag niet binnen de gestelde termijn is betaald.

De voorzieningenrechter heeft met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) behandeling ter zitting achterwege gelaten.

2 Beoordeling

In de Awb is de verplichting opgenomen tot betaling van griffierecht. Verzoeker is schriftelijk gewezen op deze verplichting, evenals op de verplichting om een afschrift van het bezwaarschrift en het bestreden besluit te overleggen.

De voorzieningenrechter constateert dat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn is ontvangen en dat evenmin een afschrift van het bezwaarschrift en het bestreden besluit is overgelegd.

Het verzoek is dan ook kennelijk niet-ontvankelijk. Derhalve zal de voorzieningenrechter de zaak zonder behandeling ter zitting afdoen als hierna vermeld.

3 Beslissing

De voorzieningenrechter:

verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. Broeders, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. P.H.M. Verdonschot, griffier, op 16 augustus 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

P.H.M. Verdonschot, griffier R.P. Broeders, voorzieningenrechter

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.

Afschrift verzonden op: