Bestuursrecht overig
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Voorlopige voorziening · Bestuursrecht overig
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 29 juni 2023
ECLI:NL:RBZWB:2023:4562 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 29 juni 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbzwb-2023-4562
Zaakgegevens
Op 29 juni 2023 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 29 juni 2023
- Datum publicatie
- 30 juni 2023
- Zaaknummer
- AWB- 23_3010 VV en AWB- 23_3011 VV
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2023:4562
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Niet-Ontvankelijk
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummers: BRE 23/3010 en 23/3011 BRP
uitspraak van de voorzieningenrechter van 29 juni 2023 in de zaken tussen
[namen verzoekers] , uit [woonplaats verzoekers], verzoekers
en
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Terneuzen, het college.
Inleiding
1. Verzoekers hebben verzoeken om voorlopige voorziening ingediend tegen de besluiten van het college van 20 april 2023 om hen uit te schrijven uit Nederland in de Basisregistratie Personen (BRP). Zij zouden niet meer woonachtig zijn op het adres [adres verzoekers] in [woonplaats verzoekers], maar in België.
De voorzieningenrechter heeft de verzoeken op 7 juli 2023 op zitting gepland.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. Omdat de verzoeken niet-ontvankelijk zijn, doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder de zitting doorgang te laten vinden. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom de verzoeken niet-ontvankelijk zijn.
3. Iemand die een verzoek om voorlopige voorziening indient, moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:82, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. In een zaak als deze is het griffierecht € 184,-. Omdat verzoekers beiden een besluit hebben ontvangen, heeft de rechtbank twee zaken aangelegd.
4. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Het hele bedrag moet binnen die termijn zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dan zijn betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig is betaald, wordt het verzoek niet-ontvankelijk verklaard. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is.
5. De griffier heeft bij aangetekend verzonden brieven van 1 juni 2023 verzoekers in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen twee weken na dagtekening van de brieven.
6. Verzoekers hebben het griffierecht niet op tijd betaald. Zij hebben geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.
Zij hebben ook geen beroep gedaan op ‘betalingsonmacht’, terwijl zij wel op die mogelijkheid zijn gewezen in de brieven van 1 juni 2023.
7. De verzoeken zijn daarom niet-ontvankelijk.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart de verzoeken om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T. Peters, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.A. de Rooij, griffier, op 29 juni 2023 en openbaar gemaakt door geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
|
griffier |
voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: