Omgevingsrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Eerste aanleg - enkelvoudig · Omgevingsrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 9 november 2023

Zaakgegevens

Op 9 november 2023 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over omgevingsrecht.

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zittingsplaats
Breda
Datum uitspraak
9 november 2023
Datum publicatie
15 november 2023
Zaaknummer
AWB- 23_9157
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2023:7915
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

ONBEK

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 23/9157


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 november 2023 in de zaak tussen


[eiser], uit [plaats], eiser,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Loon op Zand.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen de brief van 18 juli 2023 waarin het college aangeeft dat hij eisers brief van 22 juni 2023 doorstuurt naar de eigenaar van de woning, wooncorporatie Casade. In de brief van 18 juli 2023 benoemt het college dat zijn brief van 17 mei 2023 geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en dat er dan ook geen sprake is van een behandeling van een zienswijze, bezwaar- of beroepschrift. In de brief van 17 mei 2023 heeft het college aangegeven dat hij eisers verzoek van 25 april 2023 om de zolder als ‘woonbestemd’ te verklaren doorstuurt naar de eigenaar van de woning, wooncorporatie Casade. Het college heeft in deze brief ook aangegeven dat de brief geen besluit in de zin van de Awb is.

1.1.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen de weigering van het college om zijn zienswijzen van 22 juni 2023 en 25 april 2023 in behandeling te nemen. Hij is van mening dat het college wel verplicht is om zijn zienswijze bestuursrechtelijk in behandeling te nemen.

1.2.

Omdat de rechtbank kennelijk onbevoegd is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Awb maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. Artikel 6:2, onderdeel b, in samenhang met artikel 8:1 van de Awb bepaalt dat een belanghebbende tegen de weigering om een besluit te nemen beroep kan instellen bij de bestuursrechter. Artikel 1:3, eerste lid, van de Awb bepaalt dat onder een besluit wordt verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. Een rechtshandeling is een handeling die op rechtsgevolg is gericht. Dit betekent dat feitelijke handelingen en privaatrechtelijke rechtshandelingen in beginsel buiten de bevoegdheid van de bestuursrechter vallen.

2.1.

De rechtbank stelt vast dat de aanduiding van de zolder als bijvoorbeeld ‘berging’ of ‘leefruimte’ is geregeld in de privaatrechtelijke huurovereenkomst tussen eiser en de eigenaar van de woning, wooncorporatie Casade. Het is dan ook de eigenaar van de woning die kan toestaan dat de zolder, zoals verzocht door eiser, als ‘woonruimte’ wordt gebruikt en niet het college.

2.2.

Omdat het college geen publiekrechtelijke bevoegdheid heeft om de zolder ‘woonbestemd’ te verklaren, is er geen sprake van een weigering tot het nemen van een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb en staat er dus geen beroep open bij de bestuursrechter. De rechtbank is dan ook onbevoegd om van het beroep kennis te nemen.

2.3.

Als eiser geen toestemming krijgt van de eigenaar van de woning om zijn zolder als ‘woonruimte’ te gebruiken, kan hij naar de burgerlijke rechter.

Beslissing

De rechtbank verklaart zich onbevoegd.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.J.M. de Weert, rechter, in aanwezigheid van mr. M.R. Jouvenaar, griffier, op 9 november 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.