Omgevingsrecht
Verzoek om voorlopige voorziening
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 15 mei 2024
ECLI:NL:RBZWB:2024:3149 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 15 mei 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/bestuursrecht/omgevingsrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbzwb-2024-3149
Zaakgegevens
Op 15 mei 2024 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over omgevingsrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Breda
- Datum uitspraak
- 15 mei 2024
- Datum publicatie
- 15 mei 2024
- Zaaknummer
- 24/3948
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Omgevingsrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2024:3149
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzoek om voorlopige voorziening
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 24/3948
uitspraak van de voorzieningenrechter van 15 mei 2024 in de zaak tussen
[eiser 1] en [eiser 2], uit [plaats] , eisers
(gemachtigde: mr. S.K. Reijke),
en
1 De burgemeester van de gemeente Breda
2. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda.
Als derde partij is aangemerkt:
Islamitische Stichting Nederland Yeni Camii, uit Breda.
Inleiding
Eisers hebben beroep ingesteld omdat verweerders volgens hen niet op tijd hebben beslist op het verzoek van 23 april 2024 om handhavend op te treden tegen het zonder evenementenvergunning van de burgemeester en zonder omgevingsvergunning van het college organiseren van een braderie aan de [adres] te [plaats] van 24 tot en met 26 mei 2024. Eisers hebben de voorzieningenrechter ook verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
1. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist. De conclusie is dat geen spoedeisend belang resteert, omdat de rechtbank het beroep op 15 mei 2024 kennelijk niet-ontvankelijk heeft verklaard. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.
2 Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. Broeders, rechter, in aanwezigheid van mr. N. van Asten, griffier. De uitspraak is gedaan op 15 mei 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier is niet in de gelegenheid
om de uitspraak mede te ondertekenen.
|
griffier |
voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.