Socialezekerheidsrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Eerste aanleg - enkelvoudig · Socialezekerheidsrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 16 maart 2023

Zaakgegevens

Op 16 maart 2023 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
16 maart 2023
Datum publicatie
21 maart 2023
Zaaknummer
AWB- 21_3639
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2023:1865
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

CRTV

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 21/3639 CRTV

uitspraak van 16 maart 2023 van de enkelvoudige kamer op het verzoek om veroordeling in de proceskosten in de zaak tussen

[naam verzoekster] , te [plaatsnaam] , verzoekster,

gemachtigde: mr. A.J.H.M. Borgers-Leermakers,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV; kantoor Rotterdam) verweerder.

Procesverloop

Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 9 juli 2021 (bestreden besluit) van het UWV inzake de vaststelling van de hoogte van de compensatie voor de betaalde transitievergoeding.

Bij besluit van 24 januari 2023 heeft het UWV het bestreden besluit gewijzigd en de hoogte van de compensatie vastgesteld op € 12.396,83.

Vervolgens heeft verzoekster het beroep ingetrokken, met het verzoek het UWV te veroordelen in de proceskosten. Het UWV heeft aangegeven bereid te zijn om de forfaitaire proceskosten en het griffierecht te vergoeden. UWV zal tot vergoeding overgaan nadat de rechtbank uitspraak heeft gedaan over de proceskosten.

De rechtbank heeft, met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), een behandeling van het verzoek ter zitting achterwege gelaten.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb kan de rechtbank, indien het beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan veroordelen in de proceskosten.

2. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit het besluit van 24 januari 2023 dat het UWV aan verzoekster is tegemoetgekomen. Hierin ziet de rechtbank aanleiding het UWV te veroordelen in de door verzoekster gemaakte proceskosten.

Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 837,00 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 837,00 en een wegingsfactor 1).

3. De rechtbank overweegt ten overvloede dat het UWV op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb het griffierecht van € 360,00 aan verzoekster dient te vergoeden, zodat een veroordeling daartoe niet nodig is.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt het UWV in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 837,00.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van

mr. A.J.M. van Hees, griffier, op 16 maart 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De griffier is verhinderd om de uitspraak te ondertekenen.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij de rechtbank.