Socialezekerheidsrecht

Niet-ontvankelijk, procesbelang

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 11 december 2024

Zaakgegevens

Op 11 december 2024 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zittingsplaats
Breda
Datum uitspraak
11 december 2024
Datum publicatie
11 december 2024
Zaaknummer
23/3719 WW
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2024:8461
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Niet-ontvankelijk, procesbelang

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 23/3719 WW

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 11 december 2024 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], te [plaats], eiser,

(gemachtigde: [naam]),

en

De Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV

(gemachtigde: mr. S. Roodenburg).

Procesverloop

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 27 juni 2023 (het bestreden besluit).

Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden in Breda op 11 december 2024. Eiser en zijn gemachtigde zijn niet verschenen. Het UWV heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Na sluiting van het onderzoek ter zitting heeft de rechtbank mondeling uitspraak gedaan.

Overwegingen

1. Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard.

Volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) heeft iemand procesbelang als wat hij of zij nastreeft daadwerkelijk kan worden bereikt en het realiseren van dat resultaat voor de indiener feitelijke betekenis kan hebben. Het hebben van een louter formeel of principieel belang is onvoldoende voor het aannemen van procesbelang.

Bij het besluit van 17 februari 2023 (primair besluit) heeft het UWV aangegeven dat niet afgedragen pensioenpremie wordt vergoed. Het UWV heeft het bezwaarschrift van 1 juni 2023 ontvankelijk verklaard en bij het bestreden besluit is er op het bezwaar beslist.

De beroepsgrond met het verzoek om het bezwaarschrift ontvankelijk te verklaren levert daarom geen procesbelang op. Deze is immers ontvankelijk verklaard en in behandeling genomen.

Er bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en eiser krijgt zijn griffierecht niet terug.


Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Remerie, rechter, in aanwezigheid van mr. T.B. Both-Attema, griffier, op 11 december 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van dit proces-verbaal hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.