Socialezekerheidsrecht

N.O. - Griffierecht niet betaald

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 18 februari 2025

Zaakgegevens

Op 18 februari 2025 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zittingsplaats
Boxmeer
Datum uitspraak
18 februari 2025
Datum publicatie
20 februari 2025
Zaaknummer
BRE 24/6221 AOW
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2025:945
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

N.O. - Griffierecht niet betaald

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 24/6221 AOW


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 februari 2025 in de zaak tussen


[eiser] , uit [plaats] , eiser

(gemachtigde: [gemachtigde] ),

en

De Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank Utrecht (SVB), verweerder.

Inleiding

1.1

In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen het besluit van de SVB van 27 mei 2024 (bestreden besluit).

1.2

Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat het griffierecht niet is betaald en het niet betalen niet verontschuldigbaar is. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.

Toetsingskader

3. Iemand die beroep instelt, moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41 van de Awb. In een zaak als deze is het griffierecht € 51,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Het hele bedrag moet binnen die termijn zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dan zijn betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig is betaald, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is. Dat betekent dat er een goede reden moet zijn waarom het griffierecht niet (tijdig) is betaald.

Heeft eiser het griffierecht tijdig betaald?

4. De griffier heeft eiser bij aangetekend verzonden brief van 25 september 2024 gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en meegedeeld dat dit binnen vier weken moet zijn voldaan. De griffier heeft bij brief van 21 november 2024 eiser nogmaals in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen twee weken na dagtekening van die brief. Uit informatie van PostNL is gebleken dat de aangetekend verzonden brief op
18 oktober 2024 om 15:13 uur retour is gekomen naar de afzender.

5. Eiser heeft het griffierecht niet op tijd betaald.

Is het niet tijdig betalen verontschuldigbaar?

6. Eiser heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.

Conclusie

7. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Josten, rechter, in aanwezigheid van mr. S.C.J.J. van Roij, griffier, op 18 februari 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De griffier is niet in de gelegenheid om deze uitspraak mede te ondertekenen.

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.