Socialezekerheidsrecht
Afwijzing aanvraag WIA-uitkering. Beroep ongegrond. Mate van arbeidsongeschiktheid terecht vastgesteld op…
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 6 oktober 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:9650 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 6 oktober 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbzwb-2026-9650
Zaakgegevens
Op 6 oktober 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Breda
- Datum uitspraak
- 6 oktober 2026
- Datum publicatie
- 6 oktober 2026
- Zaaknummer
- BRE 25/5145
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2026:9650
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Afwijzing aanvraag WIA-uitkering. Beroep ongegrond. Mate van arbeidsongeschiktheid terecht vastgesteld op 19,09% Verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn van € 500,- toegewezen.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/5145
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 oktober 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. P.J. van der Meulen),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (het UWV), verweerder
(gemachtigde: [gemachtigde] ).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres voor een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). Eiseres is het daar niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Eiseres krijgt dus geen gelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Feiten
2. De rechtbank gaat uit van de volgende feiten. Eiseres is werkzaam geweest als verkoopster bij [b.v.] . voor 24 uur per week. Voor dat werk is zij op 7 september 2021 uitgevallen vanwege belemmerende gezondheidsklachten. Eiseres bereikte op 5 september 2023 het einde van de wachttijd.
Procesverloop
3. Eiseres heeft op 11 september 2023 een aanvraag ingediend voor een WIA-uitkering. Het UWV heeft deze aanvraag met het besluit van 22 mei 2024 (primair besluit) afgewezen. Eiseres heeft hiertegen op 18 juni 2024 bezwaar gemaakt. Met het besluit van 26 augustus 2025 op het bezwaar van eiseres (bestreden besluit) is het UWV bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 10 september 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, bijgestaan door mr. A. Al-Anany en haar gemachtigde, en namens het UWV [gemachtigde] .
Beoordeling door de rechtbank
4. Aan het bestreden besluit heeft het UWV ten grondslag gelegd dat eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt is.
Wettelijk kader
5. In artikel 4, eerste lid, van de Wet WIA is bepaald dat volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is degene die als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling duurzaam slechts in staat is om met arbeid ten hoogste 20% te verdienen van het maatmaninkomen per uur.
Volgens artikel 5 van de Wet WIA is gedeeltelijk arbeidsgeschikt degene die als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling slechts in staat is met arbeid ten hoogste 65% te verdienen van het maatmaninkomen per uur, maar die niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is. Dit betekent dat pas recht op uitkering bestaat bij een mate van arbeidsongeschiktheid van 35% of meer.
Toetsingskader
6. Bij de beoordeling of het bestreden besluit juist is, is van belang of eiseres medische beperkingen heeft en of zij daardoor geheel of gedeeltelijk niet meer in staat is met arbeid inkomsten te verwerven.
Medische beoordeling
7. Het bestreden besluit, voor zover dit ziet op de medische beoordeling, is gebaseerd op rapporten van een verzekeringsarts en een verzekeringsarts bezwaar en beroep (verzekeringsarts b&b) van het UWV.
Zijn de beperkingen juist vastgesteld?
- Medisch onderzoek verzekeringsartsen
De primaire verzekeringsarts heeft het dossier van eiseres bestudeerd, en haar psychisch geobserveerd en lichamelijk onderzocht tijdens het spreekuur van 3 april 2024. De verzekeringsarts concludeert in de rapportage van 4 april 2024 dat eiseres forse beperkingen ervaart als gevolg van verschillende medische aandoeningen. Deze aandoeningen lopen al langere tijd. Het ziektebeeld is nagenoeg ongewijzigd ten opzichte van de belastbaarheid opgesteld in juli 2023 door de arbeidsdeskundige b&b in het kader van de Eerstejaars Ziektewetbeoordeling. Wel is op enkele items de beperking aangescherpt. Eiseres heeft een iets forsere urenbeperking van 20 uur per week. Eiseres kan minder zwaar tillen en dragen (5 kg) en trillingsbelasting en het dragen van zware beschermende kleding is niet mogelijk.
De beperkingen en belastbaarheid van eiseres zijn neergelegd in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 4 april 2024. Er zijn beperkingen opgenomen in de rubrieken Persoonlijk functioneren, Sociaal functioneren, Fysieke omgevingseisen, Dynamische handelingen, Statische houdingen en Werktijden.
In bezwaar heeft de verzekeringsarts b&b het dossier bestudeerd, kennisgenomen van het (aanvullende) bezwaarschrift en eiseres gesproken tijden de hoorzitting van 10 februari 2025. In de rapportage van 26 juni 2025 heeft de verzekeringsarts b&b geconcludeerd dat het primaire oordeel per 5 september 2023 grotendeels kan worden gevolgd. De overwegingen zijn weergegeven in de rapportage en de conclusie is op logische wijze tot stand gekomen. Het onderzoek van de verzekeringsarts b&b geeft aanleiding om enkele aanvullende beperkingen aan te geven. De primaire verzekeringsarts ging terecht uit van benutbare mogelijkheden. Wel werden beperkingen gesteld als gevolg van ziekte. Aanvankelijk bestond nog enige twijfel over het al dan niet hebben doorgemaakt van een Covid-19 infectie. In bezwaar is gebleken dat eiseres inmiddels bij een long covid expertisecentrum onder behandeling is. Er wordt uitgegaan van post covid problematiek. Daarnaast komen in bezwaar duidelijke belemmeringen naar voren waaruit blijkt dat eiseres moeite heeft met omgevingsprikkels en met tijdsdruk. Dit kan goed passend zijn bij de combinatie van post covid problematiek en psychische kwetsbaarheid met spanningsklachten. Ingeschat wordt dat werkzaamheden met aanzienlijke omgevingsprikkels en deadlines/productiepieken de belastbaarheid van eiseres zullen overschrijden. De verzekeringsarts b&b neemt daarom aanvullende beperkingen op deze aspecten aan. Een aanvullende beperking ten aanzien van alertheid wordt tevens aanwezig geacht. Eiseres gebruikt ten tijde van de datum in geding verschillende medicijnen met een potentieel negatief effect op alertheid. Daarnaast is een aanvullende beperking ten aanzien van beroepsmatig besturen aangewezen, omdat uit correspondentie van de huisarts blijkt dat eiseres rondom datum in geding intermitterende klachten ervaart die mogelijk zouden kunnen passen bij hypoglykemieën (sterke daling van de bloedsuikerspiegel). Eiseres is niet geschikt voor werkzaamheden waarbij hoge alertheid wordt gevraagd of werkzaamheden met verhoogd valrisico. De verzekeringsarts b&b heeft de FML op 26 juni 2025 aangepast.
- Standpunt van eiseres t.a.v. het medisch onderzoek
Eiseres stelt zich op het standpunt dat bij het onderzoek bepaalde (lichamelijke) beperkingen onderbelicht zijn gebleven. Zij is bekend met uiteenlopende klachten en kent een lange medische geschiedenis. Eiseres heeft een aantal negatieve levensgebeurtenissen te verwerken gekregen en deze zijn van invloed (geweest) op haar (dagelijks) functioneren. Zo heeft zij te kampen (gehad) met longklachten. Er is o.a. de diagnose post covid. Daarnaast is er sprake van psychische klachten, zoals een angst- en paniekstoornis. In dat kader hadden er volgens eiseres meer beperkingen moeten worden aangenomen. Eiseres is bekend met pijnklachten in haar rug en been. Hoewel eiseres deze klachten heeft benoemd, zijn deze niet tot uitdrukking gekomen in de FML. Eiseres is van mening dat er ten onrechte geen of te weinig beperkingen zijn aangenomen ten aanzien van de aspecten: concentreren en verdelen van aandacht, eigen gevoelens uiten, samenwerken, deadlines of productiepieken, hoog handelingstempo, persoonlijk risico, duwen of trekken, tillen of dragen, buigen, (frequent) zware lasten hanteren, langdurig dezelfde houding/statische houding aannemen.
Eiseres heeft ter onderbouwing van haar standpunt op medische informatie ingediend. Het gaat om een uittreksel van behandelverslagen van 1 oktober 2025 tot en met 1 april 2026.
- Beoordeling van de zorgvuldigheid van het medisch onderzoek
Naar het oordeel van de rechtbank heeft het medisch onderzoek op een voldoende zorgvuldige wijze plaatsgevonden. Uit de rapporten van de verzekeringsartsen blijkt dat zij op de hoogte waren van de door eiseres gestelde klachten, waaronder de psychische klachten, longklachten, long covid, lichamelijke klachten en energetische belemmeringen. Deze klachten hebben de verzekeringsartsen ook kenbaar betrokken in hun beoordeling. Bij de opstelling van de FML is met het geobjectiveerde deel van de klachten rekening gehouden en daarvoor zijn meerdere beperkingen aangenomen.
De rechtbank ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de belastbaarheid die de verzekeringsartsen hebben aangenomen. Eiseres heeft weliswaar in beroep schermafbeeldingen van behandelverslagen uit het long covid expertisecentrum overgelegd, maar deze informatie werpt naar het oordeel van de rechtbank geen ander licht op haar medische situatie op de datum in geding. Van belang is dat de verzekeringsarts b&b in de rapportages van 18 november 2025 en 2 juni 2026 heeft gemotiveerd dat in bezwaar reeds rekening werd gehouden met klachten en belemmeringen ten aanzien van prikkelverwerking, het mentale functioneren, het fysieke functioneren en vermoeidheid, waarbij post-covidsyndroom als een belangrijke oorzaak werd meegewogen. Daarnaast is rekening gehouden met de pijnklachten van eiseres. De toelichting op de lichamelijke problematiek in beroep bevestigt het medisch beeld dat ten tijde van de bezwaarprocedure naar voren kwam. De verzekeringsarts b&b heeft in de rapportage van 2 juni 2026 bovendien geconcludeerd dat de Memo Post-Covid-syndroom voor de artsen bij UWV van 27 februari 2026 en de Handreiking post-covid syndroom van de Nederlandse Vereniging voor Verzekeringsgeneeskunde (NVVG) geen nieuwe aanknopingspunten of gezichtspunten opleveren. De rechtbank kan deze redenering volgen en eiseres heeft dit ook niet betwist.
Hoewel het begrijpelijk is dat eiseres meer klachten ervaart dan dat er aan beperkingen zijn aangenomen, betekent dit niet dat de medische beoordeling onjuist is. De verzekeringsarts b&b heeft inzichtelijk en navolgbaar gemotiveerd dat de in de FML aangenomen beperkingen voldoende recht doen aan de situatie van eiseres. Niet gebleken is dat in de FML van 26 juni 2025 de beperkingen van eiseres zijn onderschat. De beroepsgrond dat eiseres meer beperkt moet worden, slaagt naar het oordeel van de rechtbank daarom niet. Voor de verdere beoordeling gaat de rechtbank dan ook uit van de belastbaarheid die is neergelegd in die FML.
Arbeidsdeskundige beoordeling
8. Het bestreden besluit, voor zover dit ziet op de arbeidsdeskundige beoordeling, is gebaseerd op rapporten van een arbeidsdeskundige en een arbeidsdeskundige bezwaar en beroep (arbeidsdeskundige b&b) van het UWV.
Zijn de aan de schatting ten grondslag gelegde functies geschikt?
De arbeidsdeskundige heeft in de rapportage van 17 mei 2024 vastgesteld dat eiseres haar eigen werk niet meer kan uitvoeren, maar acht haar wel geschikt voor ander werk. De arbeidsdeskundige heeft, rekening houdend met de vastgestelde FML, de volgende functies ten grondslag gelegd aan de berekening van de mate van arbeidsongeschiktheid: Administratief ondersteunend medewerker (SBC-code 315100), Productiemedewerker textiel, geen kleding (SBC-code 272043) en Telefonisch verkoper, outbound (SBC-code 315173). Op basis hiervan is de arbeidsdeskundige tot de conclusie gekomen dat eiseres 25,13% arbeidsongeschikt is.
De arbeidsdeskundige b&b van het UWV concludeert in de rapportage van 25 augustus 2025 dat er geen aanleiding is om af te wijken van de conclusie van de arbeidsdeskundige. In bezwaar zijn door de aanpassing van de FML andere functies geduid, waardoor het arbeidsongeschiktheidspercentage van eiseres is bijgesteld van 25,13% naar 19,01%. Dit heeft volgens de arbeidsdeskundige b&b geen invloed op de uitkomst van de beoordeling. Eiseres blijft ongewijzigd minder dan 35% arbeidsongeschikt. Omdat de verzekeringsarts b&b de FML heeft gewijzigd, is de arbeidsdeskundige b&b van mening dat niet alle geduide functies passend zijn. De functies van modinette uit SBC-code 272043 en klantadviseur binnen SBC-code 315173 zijn in bezwaar verworpen. Het is volgens de arbeidsdeskundige b&b wel mogelijk om andere passende functies te duiden: Medewerker input diensten (SBC-code 315140), Teamondersteuner (SBC-code 315100, ongewijzigd) en Medewerker binderij handmatig (SBC-code 268030). De arbeidsdeskundige b&b heeft de geduide functies met de verzekeringsarts b&b besproken. Daaruit is gebleken dat de functies niet te belastend zijn voor eiseres.
- Standpunt van eiseres t.a.v. het arbeidskundig onderzoek van het UWV
Eiseres stelt gelet op haar klachten en beperkingen kanttekeningen bij de geduide functies. Zij voert daartoe aan dat in de functie Medewerker input diensten (SBC-code 315140) in een kantoortuin wordt gewerkt. Verder blijkt dat sprake is van een bijzondere belasting ten aanzien van geluidsbelasting tijdens machinaal openen van poststukken. Eiseres wordt beperkt geacht ten aanzien van afleiding door auditieve en visuele prikkels. Ook moeten 100-200 poststukken worden verwerkt/gesorteerd. Dit veronderstelt een bepaald handelingstempo. Daarnaast bestaat er een bijzondere belasting ten aanzien van tillen en dragen. Eiseres vraagt zich af of deze functie geschikt is voor haar.
Ook in de functie Teamondersteuner (SBC-code 315100) wordt in een kantoortuin gewerkt. Verder is er in de functie telefonisch contact met cliënten, terwijl patiëntcontacten volgens de FML niet mogelijk zijn. De functie Medewerker binderij handmatig (SBC-code 268030) wordt gekenmerkt dat de handelingen met een grote mate van concentratie, nauwkeurigheid en precisie moeten worden uitgevoerd en er moet worden getild en gedragen, terwijl eiseres beperkt wordt geacht op deze punten.
Ter zitting heeft eiseres aangevoerd dat de arbeidsdeskundige b&b ten onrechte aanneemt dat zij in de functie van Medewerker input diensten (SBC-code 315140) gehoorbescherming kan dragen op de werkplek, omdat dit gelet op haar migraineklachten een negatieve invloed zou kunnen hebben. Daarnaast heeft eiseres tijdens de zitting opgemerkt dat zij de arbeidsdeskundige analyse niet heeft kunnen inzien.
- Beoordeling van het arbeidskundig onderzoek van het UWV
De beroepsgronden van eiseres geven de rechtbank geen aanleiding om te twijfelen aan de medische geschiktheid van de geselecteerde functies. De arbeidsdeskundige b&b heeft in de rapportage van 5 februari 2026 in reactie op het beroepschrift naar het oordeel van de rechtbank op heldere wijze toegelicht waarom de functies passen binnen de voor eiseres vastgestelde belastbaarheid en dus voor haar geschikt zijn.
De rechtbank overweegt dat uit de rapportages van de verzekeringsartsen blijkt dat eiseres gemiddeld eenmaal per maand een migraineaanval heeft met belemmerende klachten gedurende één dag. Dit is gerelateerd aan de hormonale cyclus, waardoor het optreden vrij voorspelbaar is. Hiermee kan in de planning van de werkzaamheden op voorhand rekening worden gehouden. De migraineklachten zijn dan ook kenbaar bij het medisch onderzoek betrokken, maar leiden niet tot beperkingen in de FML voor wat betreft het dragen van gehoorbescherming. Daarnaast heeft de arbeidsdeskundige b&b in de rapportages van 25 augustus 2025 en 5 februari 2026 opgenomen dat tweemaal overleg met de verzekeringsarts b&b heeft plaatsgevonden over de vraag of eiseres gehoorbescherming kan dragen. De rechtbank concludeert dat de enkele stelling dat het dragen van gehoorbescherming gelet op de migraineklachten niet bevorderlijk is, onvoldoende is om de motivering van de arbeidsdeskundige b&b in twijfel te trekken.
De beschrijving van de belasting door de arbeidskundig analist in de functieomschrijving van het Claimbeoordelings- en Borgingssysteem (CBBS) is het uitgangspunt voor de beoordeling van de geschiktheid van een functie. In beginsel moet worden uitgegaan van de juistheid van de in het CBBS opgenomen gegevens, tenzij een betrokkene erin slaagt om de juistheid van de gegevens voldoende gemotiveerd te bestrijden of als de rechter daar zelf aan twijfelt. In dat geval kan onder toepassing van artikel 8:45 van de Awb van het UWV worden verlangd om de betreffende gegevens ter verificatie te overleggen. Voor zover eiseres de rechtbank ter zitting heeft verzocht het UWV de opdracht te geven om de rapportages van de arbeidskundig analist te overleggen, ziet de rechtbank hiervoor geen aanleiding. Dat eiseres van mening is dat er onduidelijkheid bestaat over de omstandigheden van de werkplek bij de geduide functies, biedt onvoldoende aanknopingspunten om te twijfelen aan de juistheid van de gegevens in het CBBS en van de belasting zoals deze door de arbeidskundig analist zijn verwoord.
De rechtbank oordeelt dat de arbeidsdeskundige b&b voldoende heeft gemotiveerd dat de belastbaarheid van eiseres met de geselecteerde functies niet wordt overschreden. De geduide functies mochten dan ook worden gebruikt voor de berekening van de mate van arbeidsongeschiktheid.
Is de mate van arbeidsongeschiktheid juist vastgesteld?
9. Op basis van de inkomsten die eiseres met de geduide functies zou kunnen verdienen, heeft het UWV een berekening gemaakt die leidt tot de conclusie dat eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Eiseres stelt dat het werkelijke arbeidsongeschiktheidspercentage moet worden vastgesteld op 80-100%, althans meer dan 35%, maar heeft dit niet onderbouwd. Om die reden gaat de rechtbank uit van de door het UWV berekende mate van arbeidsongeschiktheid.
Dit betekent dat het UWV terecht de mate van arbeidsongeschiktheid per 5 september 2023 heeft vastgesteld op 19,09%. Omdat pas recht bestaat op een WIA-uitkering bij een mate van arbeidsongeschiktheid van 35% of meer, heeft het UWV de WIA-uitkering terecht geweigerd per 5 september 2023.
Is de redelijke termijn overschreden?
10. Eiseres heeft een verzoek om schadevergoeding ingediend vanwege overschrijding van de redelijke termijn op grond van artikel 6, eerste lid van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Volgens dit artikel heeft een ieder recht op behandeling van zijn rechtszaak binnen een redelijke termijn.
Het is vaste rechtspraak dat als uitgangspunt geldt dat de bezwaar- en beroepsfase tezamen niet langer mogen duren dan twee jaar vanaf het moment van het indienen van het bezwaarschrift. Daarbij mag de behandeling van het bezwaar ten hoogste een half jaar en de behandeling van het beroep ten hoogste anderhalf jaar duren. De vergoeding bedraagt € 500,00 per halfjaar termijnoverschrijding.
In het geval van eiseres betekent dit het volgende. Het bezwaarschrift is op 18 juni 2024 door het UWV ontvangen. Eiseres heeft op 1 oktober 2025 haar beroepschrift ingediend. De rechtbank doet uitspraak op 6 oktober 2026. De redelijke termijn is met afgerond vier maanden overschreden. De rechtbank wijst als gevolg hiervan het verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn toe. Eiseres heeft recht op een vergoeding van € 500,00. De overschrijding van de redelijke termijn wordt – gelet op de duur van de bezwaarfase van in totaal ruim vijftien maanden – aan het UWV toegerekend.
Conclusie en gevolgen
11. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de weigering van de aanvraag in stand blijft. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug.
Eiseres krijgt een vergoeding voor de proceskosten die zij in verband met het verzoek om schadevergoeding wegens het overschrijden van de redelijke termijn heeft gemaakt. Voor de berekening van de kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand geldt dat voor een verzoek om schadevergoeding 1 punt (met een waarde van € 934,00 per punt) wordt toegekend, met een wegingsfactor van 0,5.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt het UWV tot het betalen van een schadevergoeding van € 500,00 aan eiseres op grond van artikel 6, eerste lid van het EVRM;
- veroordeelt het UWV in de kosten van eiseres voor zover het gaat om het indienen van het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn tot een bedrag van € 467,00.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.I. van Term, rechter, in aanwezigheid van V.J. Wuijten, griffier, op 6 oktober 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
|
griffier |
rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.