Socialezekerheidsrecht

Toekennen bijstandsuitkering o.g.v. de Participatiewet (PW)

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 28 maart 2023

Zaakgegevens

Op 28 maart 2023 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
28 maart 2023
Datum publicatie
28 maart 2023
Zaaknummer
AWB- 23_1791 VV
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2023:2059
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Toekennen bijstandsuitkering o.g.v. de Participatiewet (PW)

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 23/1791 VV


uitspraak van de voorzieningenrechter van 28 maart 2023 in de zaak tussen


[naam verzoeker], uit [woonplaats verzoeker], verzoeker

en

Het dagelijks bestuur van de Uitvoeringsorganisatie Baanbrekers (Baanbrekers).

Inleiding

1. Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 14 december 2022 (bestreden besluit) van Baanbrekers inzake de toekenning van een uitkering op grond van de Participatiewet. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een zitting achterwege gebleven.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat de voorlopige voorzieningenprocedure is bedoeld om in afwachting van de uitkomst van een bezwaar- of beroepsprocedure een voorlopige maatregel te treffen. Daarom speelt bij de beoordeling van een verzoek om voorlopige voorziening de spoedeisendheid een belangrijke rol.

3. Met de brief van 14 maart 2023 heeft de griffier aan verzoeker gevraagd om zijn spoedeisend belang toe te lichten. Aan verzoeker is onder andere verzocht om een overzicht te geven van zijn financiële situatie waaruit blijkt van zijn inkomsten en vaste lasten.

4. Verzoeker heeft in zijn brief van 15 maart 2023 gesteld dat hij momenteel geen geld heeft om zijn vaste lasten te betalen. Ter onderbouwing van zijn standpunt dat er sprake is van een financiële noodsituatie heeft hij bankafschriften en medische informatie overgelegd. Tevens heeft verzoeker uiteengezet welke schulden hij heeft.

5. De voorzieningenrechter stelt vast dat uit het bestreden besluit blijkt dat per 2 maart 2022 door Baanbrekers aan verzoeker een bijstandsuitkering is toegekend. Nu verzoeker een uitkering ontvangt, kan de voorzieningenrechter verzoeker niet volgen in zijn stelling dat er sprake is van een financiële noodsituatie.

6. Weliswaar is de voorzieningenrechter bekend dat Baanbrekers aan verzoeker een maatregel heeft opgelegd, maar deze omstandigheid vormt evenmin aanleiding om een spoedeisend belang aan te nemen. Deze maatregel gold immers tot 1 maart 2023, wat inhoudt dat verzoeker vanaf die datum weer recht op uitkering heeft.

7. Gelet op wat hiervoor overwogen is, is de voorzieningenrechter van oordeel dat onvoldoende is gebleken dat verzoeker een spoedeisend belang heeft bij een oordeel over het bestreden besluit. Het verzoek zal daarom worden afgewezen.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. V.M. Schotanus, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Constant, griffier, op 28 maart 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffier

voorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.