Arbeidsrecht
Transitievergoeding, vakantietoeslag en vakantiedagen. Matiging van de wettelijke verhoging.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 24 april 2024
ECLI:NL:RBZWB:2024:3308 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 24 april 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/civiel-recht/arbeidsrecht/beschikking/ecli-nl-rbzwb-2024-3308
Zaakgegevens
Op 24 april 2024 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over arbeidsrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Tilburg
- Datum uitspraak
- 24 april 2024
- Datum publicatie
- 22 mei 2024
- Zaaknummer
- 10907824 AZ VERZ 24-7 (E)
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Arbeidsrecht
- Procedure
- BeschikkingBeschikkingEen beslissing van de rechter in een zaak die met een verzoekschrift is begonnen, zoals een echtscheiding of faillissement.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2024:3308
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Transitievergoeding, vakantietoeslag en vakantiedagen. Matiging van de wettelijke verhoging.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Cluster I Civiele kantonzaken
Tilburg
zaaknummer 10907824 AZ VERZ 24-7
beschikking van 24 april 2024
in de zaak van
[verzoekster] ,
wonende te [plaats] ,
verzoekende partij,
verder te noemen: [verzoekster] ,
gemachtigde: mr. J.J.M.C. Jacobs,
tegen
[verweerster] , handelend onder de naam [bedrijf van verweerster] ,
wonende te [plaats] ,
verwerende partij,
verder te noemen: [verweerster] ,
procederend in persoon.
1 Het verloop van de procedure
[verzoekster] verzoekt, na wijziging van haar verzoek, om [verweerster] te veroordelen tot
betaling van:
a. a) de transitievergoeding van € 5.610,85 bruto;
b) de vakantietoeslag van € 1.007,22 bruto;
c) de opgebouwde maar niet genoten vakantiedagen van € 1.100,74 bruto;
d) de proceskosten.
[verweerster] heeft een verweerschrift ingediend.
Op 25 maart 2024 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. Voorafgaande aan de zitting heeft [verzoekster] haar verzoek gewijzigd.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
2 De feiten
Tussen partijen staat het volgende vast:
[verzoekster] is op 1 juli 2016 in dienst getreden bij [verweerster] als bedrijfsleider.
[verzoekster] verdiende laatstelijk een loon van € 2.098,34 bruto per maand exclusief vakantiegeld.
Op 17 april 2023 heeft [verzoekster] zich ziekgemeld. Zij ontvangt vanaf 1 september 2023 een ziektewetuitkering van het UWV.
Op 5 oktober 2023 heeft er een mondelinge behandeling plaatsgevonden in de kort geding procedure. De kantonrechter heeft [verweerster] , kort samengevat, veroordeeld tot betaling van het loon vanaf augustus 2023 tot de dag dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal zijn geëindigd, het overeengekomen vakantiegeld, de buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke rente.
[verweerster] heeft op 6 oktober 2023 een ontslagaanvraag ingediend bij het UWV vanwege bedrijfseconomische redenen.
Bij beschikking van 7 november 2023 heeft het UWV de ontslagaanvraag toegekend.
Bij brief van 8 november 2023 heeft [verweerster] de arbeidsovereenkomst met [verzoekster] opgezegd tegen 5 december 2023.
3 De beoordeling
Nu [verweerster] geen inhoudelijk verweer heeft gevoerd tegen de verschuldigdheid van de transitievergoeding of de hoogte daarvan, is het door [verzoekster] verzochte bedrag van
€ 5.610,85 bruto toewijsbaar. Dat geldt ook voor het verzochte bedrag van € 1.007,22 bruto aan vakantietoeslag over de periode van juni tot en met november 2023.
Ten aanzien van de vakantiedagen heeft [verweerster] verweer gevoerd. Naar aanleiding hiervan heeft [verzoekster] haar verzoek gewijzigd. Volgens [verzoekster] had zij op basis
van de arbeidsovereenkomst recht op 25 vakantiedagen per jaar. In 2023 heeft zij 15 vakantiedagen opgenomen. Dit betekent dat [verzoekster] aanspraak kan maken op een bedrag gelijk aan 10 opgebouwde maar niet genoten vakantiedagen. Dat heeft [verweerster] niet althans onvoldoende weersproken. De kantonrechter zal dan ook het door [verzoekster] verzochte bedrag van € 1.100,74 bruto toewijzen.
De verzochte wettelijke rente zal, als gegrond op de wet, worden toegewezen op de wijze als hierna bepaald.
De kantonrechter zal de verzochte wettelijke verhoging over de vakantiedagen en de vakantietoeslag matigen tot 15%. Weliswaar heeft [verzoekster] aanspraak gemaakt op de maximale wettelijke verhoging, maar de kantonrechter ziet in de omstandigheden van het geval aanleiding tot matiging daarvan. Van betalingsonwil aan de zijde van [verweerster] is namelijk niet gebleken.
Voor zover [verweerster] een beroep heeft gedaan op betalingsonmacht staat dat niet in de weg aan toewijzing van de verzoeken. Deze omstandigheid, hoe vervelend ook voor
[verweerster] , ontslaat haar niet van haar verplichtingen.
[verweerster] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten. Deze kosten bestaan uit: € 248,00 aan griffierecht en € 543,00 aan salaris gemachtigde van [verzoekster] .
4 De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt [verweerster] tot betaling aan [verzoekster] van een bedrag van € 5.610,85 bruto aan transitievergoeding, een bedrag van € 1.007,22 bruto aan vakantietoeslag en een bedrag van € 1.100,74 bruto aan opgebouwde maar niet genoten vakantiedagen;
veroordeelt [verweerster] tot betaling van de wettelijke rente vanaf het tijdstip van de voorgenoemde bedragen tot aan de dag van de volledige betaling;
veroordeelt [verweerster] tot betaling van de wettelijke verhoging van 15% over het bedrag aan vakantiedagen en vakantietoeslag;
veroordeelt [verweerster] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van [verzoekster] , vaststelt op € 791,00;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. Zander, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 april 2024, in tegenwoordigheid van de griffier.