Arbeidsrecht

Beschikking geregelde ontbinding na zitting.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 22 januari 2026

Zaakgegevens

Op 22 januari 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over arbeidsrecht.

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zittingsplaats
Tilburg
Datum uitspraak
22 januari 2026
Datum publicatie
2 februari 2026
Zaaknummer
11981969 \ AZ VERZ 25-103 (E)
Rechtsgebied
Civiel recht Arbeidsrecht
Procedure
Beschikking
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2026:572
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Beschikking geregelde ontbinding na zitting.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Tilburg

Zaaknummer / rekestnummer: 11981969 \ AZ VERZ 25-103

Beschikking van 22 januari 2026

in de zaak van

[werknemer] ,

te [plaats 1],

verzoekende partij,

hierna te noemen: werknemer,

gemachtigde: mr. M.C.A.M. van der Meer,

tegen

[werkgever] B.V.,

te [plaats 2],

verwerende partij,

hierna te noemen: werkgever,

gemachtigde: mr. J.G. Kroon.

1 De procedure

Werkgever heeft een verzoek gedaan om de arbeidsovereenkomst tussen partijen te ontbinden. Op 19 januari 2026 heeft een zitting plaatsgevonden.

2 De beoordeling

2.1.

Aan het verzoek om de arbeidsovereenkomst te ontbinden legt werkgever ten grondslag dat de arbeidsverhouding duurzaam en onherstelbaar is verstoord en dat herplaatsing van werknemer niet meer mogelijk is.

2.2.

Werknemer erkent dat de arbeidsverhouding inmiddels zodanig is verstoord dat van werkgever in redelijkheid niet meer kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Ook werknemer ziet geen mogelijkheden meer voor herplaatsing.

2.3.

De kantonrechter zal de arbeidsovereenkomst ontbinden. Gelet op de standpunten van partijen bestaat een redelijke grond voor ontbinding, namelijk een verstoorde arbeidsverhouding, zodanig dat van werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Daarbij is er geen mogelijkheid tot herplaatsing van werknemer.

2.4.

Er is geen opzegverbod dat in de weg staat aan ontbinding.

2.5.

De arbeidsovereenkomst zal worden ontbonden met ingang van 1 maart 2026. Daarbij is rekening gehouden met de opzegtermijn en de duur van deze procedure. Ook is rekening gehouden met een minimale opzegtermijn van een maand.

2.6.

Gezien de uitkomst van de zaak is de kantonrechter van oordeel dat het redelijk is dat partijen ieder hun eigen proceskosten dragen.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 maart 2026;

3.2.

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;

3.3.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. Tilman-Knoester, kantonrechter en op 22 januari 2026 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter