Arbeidsrecht

De rechtbank ontvangt een verzoek/brief met het verzoek om de arbeidsovereenkomst van twee zieke medewerkers…

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 4 september 2026

Zaakgegevens

Op 4 september 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over arbeidsrecht.

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
4 september 2026
Datum publicatie
14 september 2026
Zaaknummer
12230969 \ AZ VERZ 26-37 (E)
Rechtsgebied
Civiel recht Arbeidsrecht
Procedure
Beschikking
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2026:8901
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

De rechtbank ontvangt een verzoek/brief met het verzoek om de arbeidsovereenkomst van twee zieke medewerkers te ontbinden. Ondanks meerdere verzoeken vult verzoeker de verzoeken niet aan. Ook ontbreekt de personalia van verweerders. Werkgever wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek(en).

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Middelburg

Zaak- / rekestnummers: 12230969 \ AZ VERZ 26-37 en 12245757 \ AZ VERZ 26-40

Beschikking van 4 september 2026

in de zaken van

[verzoeker] H.O.D.N. [handelsnaam],

te [plaats] ,

verzoekende partij,

hierna te noemen: [verzoeker] ,

procederend in persoon.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift

- de brief van 27 mei 2026 van de rechtbank

- de brief van 13 juli 2026 van de rechtbank

- de brief van 29 juli 2026 van de rechtbank.

1.2.

Vervolgens is beschikking bepaald op vandaag.

2 Het verzoek

2.1.

[verzoeker] heeft een verzoekschrift ingediend met daarin het verzoek de arbeidsovereenkomst van twee medewerkers te ontbinden.

3 De beoordeling

3.1.

Bij brief van 27 mei 2026 is [verzoeker] onder andere verzocht zijn verzoek aan te vullen met de namen van de verwerende partijen. Bij brieven van 13 juli en 29 juli 2026 is [verzoeker] nogmaals verzocht zijn verzoeken aan te vullen. Van [verzoeker] is geen reactie ontvangen.

3.2.

Door het verzoekschrift niet aan te vullen is niet voldaan aan artikel 278 lid 1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De kantonrechter kan daardoor het verzoek niet in behandeling nemen en zij zal [verzoeker] om die reden niet-ontvankelijk verklaren in zijn verzoek. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

4 De beslissing

De kantonrechter

4.1.

verklaart [verzoeker] niet-ontvankelijk in zijn verzoek.

Deze beschikking is gegeven door mr. Swaanen en in het openbaar uitgesproken op 4 september 2026.