Burgerlijk procesrecht
Vordering aanhangig gemaakt bij verzoekschrift. Spoorwissel en verwijzing naar de dagvaardingsprocedure.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 9 april 2025
ECLI:NL:RBZWB:2025:6692 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 9 april 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/civiel-recht/burgerlijk-procesrecht/beschikking/ecli-nl-rbzwb-2025-6692
Zaakgegevens
Op 9 april 2025 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Breda
- Datum uitspraak
- 9 april 2025
- Datum publicatie
- 7 oktober 2025
- Zaaknummer
- 11575598 OV VERZ 25-892 (E)
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Burgerlijk procesrecht
- Procedure
- BeschikkingBeschikkingEen beslissing van de rechter in een zaak die met een verzoekschrift is begonnen, zoals een echtscheiding of faillissement.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2025:6692
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Vordering aanhangig gemaakt bij verzoekschrift. Spoorwissel en verwijzing naar de dagvaardingsprocedure.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Cluster I Civiele kantonzaken
Breda
zaak/rolnr.: 11575598 OV VERZ 25-892
beschikking d.d. 9 april 2025
inzake
[verzoeker] ,
wonende te [plaats 1] ,
verzoekende partij,
gemachtigde: [gemachtigde] , wonende te [plaats 2] ,
tegen:
de besloten vennootschap Solaar B.V.,
gevestigd te Breda,
verwerende partij,
(nog) niet verschenen.
Partijen zullen hierna worden aangeduid als ‘ [verzoeker] ’ en ‘Solaar’.
1 Het verloop van het geding
De procesgang blijkt uit het verzoekschrift van 28 februari 2025 met bijlagen.
2 Het verzoek en de beoordeling
In voornoemd verzoekschrift verzoekt [verzoeker] haar vordering jegens Solaar te bekrachtigen, Solaar te veroordelen tot terugbetaling van de door [verzoeker] gedane aanbetalingen en Solaar te veroordelen in de proceskosten.
Verzoekschrift of dagvaarding?
2.2 De kantonrechter overweegt dat [verzoeker] enkel vorderingen instelt. Een vordering dient te worden ingesteld bij dagvaarding. Dit betekent dat [verzoeker] de procedure niet aanhangig kan maken met een verzoekschrift. Zij had een dagvaarding uit moeten brengen. De kantonrechter zal haar, gelet op het bepaalde in artikel 69 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), in de gelegenheid stellen om haar inleidend processtuk (het verzoekschrift) te verbeteren in die zin dat zij op haar kosten Solaar bij deurwaardersexploot dagvaardt tegen de hierna genoemde roldatum.
De kantonrechter wijst [verzoeker] erop dat zij bij het verbeteren van het processtuk rekening dient te houden met de bepalingen in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering met betrekking tot betekeningsvoorschriften en de inhoud van de dagvaarding.
Vervolg?
De kantonrechter zal de zaak verwijzen naar de hierna te noemen rolzitting voor de aanpassing van het processtuk en het opnieuw oproepen van Solaar, zoals overwogen onder 2.2 en 2.3.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
3 De beslissing
De kantonrechter:
stelt [verzoeker] in de gelegenheid om op haar kosten over te gaan tot verbetering van het inleidende processtuk;
verwijst de zaak hiertoe naar de rolzitting van woensdag 23 april 2025 te 10.00 uur;
stelt [verzoeker] in de gelegenheid om Solaar met inachtneming van de wettelijke termijnen tegen de hiervoor genoemde datum en tijd te dagvaarden onder betekening van deze beslissing en van het inleidend verzoekschrift en vervolgens het exploot van dagvaarding uiterlijk één dag eerder dan voornoemde roldatum ter inschrijving op de rol aan de griffie aan te bieden;
beveelt dat de procedure in de stand waarin deze zich bevindt zal worden voortgezet volgens de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure;
stelt [verzoeker] in de gelegenheid haar stellingen aan te passen aan de voor de dagvaardingsprocedure toepasselijke procesregels;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. Eijssen-Vruwink en in het openbaar uitgesproken op 9 april 2025.