Burgerlijk procesrecht

Vordering bij verzoekschrift. Spoorwissel en verwijzing naar de dagvaardingsprocedure.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 5 juni 2025

Zaakgegevens

Op 5 juni 2025 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zittingsplaats
Breda
Datum uitspraak
5 juni 2025
Datum publicatie
7 oktober 2025
Zaaknummer
11673954 OV VERZ 25-1784 (E)
Procedure
Beschikking
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2025:6713
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Vordering bij verzoekschrift. Spoorwissel en verwijzing naar de dagvaardingsprocedure.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Cluster I Civiele kantonzaken

Breda

zaak/rolnr.: 11673954 OV VERZ 25-1784

beschikking d.d. 5 juni 2025

inzake een verzoek van

[verzoekster] B.V.,

adreshoudende te [adres 1] ,

verzoekende partij,

verder te noemen: [verzoekster] ,

gemachtigde: [gemachtigde] ,

tegen

de stichting [verweerder],

adreshoudende te [adres 2],

verwerende partij,

verder te noemen: [verweerder],

nog niet verschenen.

1 Het verloop van het geding

De procesgang blijkt uit het op 28 april 2025 ter griffie ontvangen verzoekschrift met producties.

2 Het verdere beoordeling

2.1

[verzoekster] verzoekt een verklaring voor recht toe te kennen.

2.2

De kantonrechter overweegt dat uit artikel 3:302 van het Burgerlijk Wetboek (BW) volgt dat een verklaring voor recht een vordering is. Dit betekent dat [verzoekster] de procedure niet aanhangig kan maken met een verzoekschrift. Zij had een dagvaarding uit moeten brengen. De kantonrechter zal haar, gelet op het bepaalde in artikel 69 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), in de gelegenheid stellen om het inleidend processtuk te verbeteren in die zin dat zij op haar kosten [verweerder] bij deurwaardersexploot dagvaardt tegen de hierna genoemde roldatum.

2.3

De kantonrechter wijst [verzoekster] erop dat zij bij het verbeteren van het processtuk rekening dient te houden met de bepalingen in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering met betrekking tot betekeningsvoorschriften en de inhoud van de dagvaarding.

2.4

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1

stelt [verzoekster] in de gelegenheid om op haar kosten over te gaan tot verbetering van het inleidende processtuk;

3.2

verwijst de zaak hiertoe naar de rolzitting van woensdag 2 juli 2025 te 10.00 uur;

3.3

stelt [verzoekster] in de gelegenheid om [verweerder] met inachtneming van de wettelijke termijnen tegen de hiervoor genoemde datum en tijd te dagvaarden onder betekening van deze beslissing en van het inleidend verzoekschrift en vervolgens het exploot van dagvaarding uiterlijk één dag eerder dan voornoemde roldatum ter inschrijving op de rol aan de griffie aan te bieden;

3.4

beveelt dat de procedure in de stand waarin deze zich bevindt zal worden voortgezet volgens de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure;

3.5

stelt [verzoekster] in de gelegenheid zijn stellingen aan te passen aan de voor de dagvaardingsprocedure toepasselijke procesregels;

3.6

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mr. Eijssen-Vruwink en in het openbaar uitgesproken op 5 juni 2025.