Burgerlijk procesrecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bodemzaak · Burgerlijk procesrecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 25 januari 2023
ECLI:NL:RBZWB:2023:465 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 25 januari 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/civiel-recht/burgerlijk-procesrecht/bodemzaak/ecli-nl-rbzwb-2023-465
Zaakgegevens
Op 25 januari 2023 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 25 januari 2023
- Datum publicatie
- 27 januari 2023
- Zaaknummer
- 9688812_E25012023
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Burgerlijk procesrecht
- Procedure
- BodemzaakBodemzaakDe gewone procedure waarin de rechter definitief over het geschil beslist, in tegenstelling tot een kort geding of voorlopige voorziening.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2023:465
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Ambtshalve toetsing.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Cluster I Civiele kantonzaken
Middelburg
zaak/rolnr.: 9688812 CV EXPL 22-444
vonnis d.d. 25 januari 2023
inzake
de besloten vennootschap Arvato Finance B.V., handelend onder de naam Afterpay,
gevestigd en kantoorhoudende te Heerenveen,
eiseres,
gemachtigde: Bosveld Incasso en Gerechtsdeurwaarders te Amersfoort,
tegen
[gedaagde] ,
wonende in de gemeente [plaats], op een geheim adres,
gedaagde,
niet verschenen.
1 Het verdere verloop van het geding
De procesgang blijkt uit de volgende stukken:
- het tussenvonnis van 30 november 2022 met het daarin genoemde processtuk.
2 De verdere beoordeling
Al hetgeen in het tussenvonnis van 30 november 2022 is overwogen en beslist wordt hier als herhaald en ingelast beschouwd.
In voornoemd tussenvonnis is eiseres in de gelegenheid gesteld zich uit te laten omtrent het voorshandse oordeel van de kantonrechter om de tussen eiseres en gedaagde tot stand gekomen kredietovereenkomst te vernietigen. Eiseres heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.
In voornoemd tussenvonnis is voorts overwogen dat de handelaar niet volledig heeft voldaan aan de op hem rustende (pre)contractuele informatieverplichtingen en dat een vernietiging van 50% van de koopsom op zijn plaats is. De kantonrechter komt op deze beslissing terug en overweegt daartoe als volgt. Bij de berekening van het percentage van vernietiging van de koopsom is de kantonrechter uitgegaan van de `richtlijn sanctiemodel essentiële informatieverplichtingen` zoals vastgesteld door het LOVCK op 15 december 2021 en gewijzigd op 17 mei 2022. Deze richtlijn is bedoeld om schending van de door de Hoge Raad in haar arrest van 12 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1677) bepaalde essentiële informatieverplichtingen op een passende wijze te kunnen sanctioneren. Gebleken is dat in onderhavige zaak slechts sprake is van schending van drie van de essentiële informatieverplichtingen, zodat in plaats van een vernietiging van 50% van de koopsom een vernietiging van 25% van de koopsom op zijn plaats is. Dit betekent dat een bedrag van
€ 39,94 (€ 47,99 x 0,75, vermeerderd met een bedrag van € 3,95 aan verzendkosten) zal worden toegewezen.
Gedaagde wordt als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten, die aan de zijde van eiseres tot op heden worden begroot op:
explootkosten € 107,22
salaris gemachtigde € 37,00
griffierecht € 128,00
------------
totaal € 272,22
3 De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt gedaagde om aan eiseres te betalen een bedrag van € 39,94;
veroordeelt gedaagde in de kosten van dit geding, aan de zijde van eiseres tot op heden begroot op € 272,22;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Ponds, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 25 januari 2023, in tegenwoordigheid van de griffier.