Burgerlijk procesrecht
Verschoningsbeslissing toegewezen.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 2 mei 2024
ECLI:NL:RBZWB:2024:3024 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 2 mei 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/civiel-recht/burgerlijk-procesrecht/verschoning/ecli-nl-rbzwb-2024-3024
Zaakgegevens
Op 2 mei 2024 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Breda
- Datum uitspraak
- 2 mei 2024
- Datum publicatie
- 8 mei 2024
- Zaaknummer
- C/02/421939 HA RK 24-77 (E)
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Burgerlijk procesrecht
- Procedure
- VerschoningVerschoningEen rechter trekt zich zelf terug uit een zaak, omdat zijn onpartijdigheid in het geding kan komen.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2024:3024
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verschoningsbeslissing toegewezen.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Verschoningskamer
Locatie: Breda
Procedurenummer: C/02/421939 HA RK 24-77
beslissing van 2 mei 2024
in de zaak van
mr. Leppens
rechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant
hierna: de rechter
belast met de behandeling van de hoofdzaak met kenmerk 421494 HO RK 24/308, 421495 HO RK 24/309 en 421497 HO RK 24/310 (WHOA)
van:
[b.v. 1] ,
[b.v. 2] ,
[b.v. 3] ,
bijgestaan door mr. R.R.M. van den Heuvel en mr. G.J.C. Wessels,
in welke zaak als belanghebbende is aangemerkt:
de Ontvanger van de Belastingdienst.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit het verschoningsverzoek van de rechter van 1 mei 2024.
Een verschoningsverzoek hoeft, anders dan een wrakingsverzoek, niet ter zitting te worden behandeld. Het verzoek is daarom niet ter zitting behandeld.
2 Het verschoningsverzoek
De rechter heeft het verschoningsverzoek op het volgende gebaseerd. De vertegenwoordiger van de Belastingdienst maakt onderdeel uit van de persoonlijke kennissen-/vriendenkring van de rechter. Door deze omstandigheid zou volgens de rechter de schijn van partijdigheid kunnen worden gewekt.
3 Het wettelijk kader
In artikel 40, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is bepaald dat elk van de rechters die een zaak behandelen, kan verzoeken zich te mogen verschonen op grond van feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 36.
In artikel 36 Rv is bepaald dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
In artikel 41, tweede lid, Rv is bepaald dat de meervoudige kamer zo spoedig mogelijk beslist. De beslissing is gemotiveerd en wordt onverwijld aan partijen en de rechter, die het verzoek had gedaan, medegedeeld.
4 De beoordeling
Verschoning is een middel ter verzekering van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van rechters. Voorop staat dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, of dat de vrees dat daarvan sprake is objectief gerechtvaardigd is.
Van een schijn van partijdigheid kan, geheel afgezien van de persoonlijke instelling van de betrokken rechter, ook sprake zijn wanneer bepaalde feiten en omstandigheden grond geven te vrezen dat het een rechter in die omstandigheden aan onpartijdigheid ontbreekt. Dan dient de rechter zich van een beslissing in de zaak te onthouden, nu rechtzoekenden in de organisatie van de rechtspraak vertrouwen moeten kunnen stellen. Daarom valt onder omstandigheden ook rekening te houden met de uiterlijke schijn van partijdigheid of vooringenomenheid.
Uit het verschoningsverzoek blijkt dat in dit geval sprake is van zodanige omstandigheden dat de rechter er rekening mee houdt dat anderen uit die omstandigheden een schijn van partijdigheid zouden kunnen afleiden. De verschoningskamer ziet hierin een genoegzame grond voor verschoning gelegen. Het verschoningsverzoek zal daarom worden toegewezen. Dit betekent dat de behandeling van de hoofdzaak door een andere rechter moet worden overgenomen.
5 De beslissing
De verschoningskamer:
wijst het verzoek tot verschoning toe;
bepaalt dat, met inachtneming van het toegewezen verzoek, het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond op het moment dat het verschoningsverzoek werd ingediend;
beveelt dat een afschrift van deze beslissing wordt toegezonden aan:
? de rechter;
? de teamvoorzitter van het team waarin de rechter werkzaam is;
? de partijen in de hoofdzaak.
Deze beslissing is genomen in raadkamer op 2 mei 2024 door mr. Van Kralingen,
mr. Broeders en mr. Breeman, rechters, in aanwezigheid van mr. Rockx, griffier. De beslissing wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
|
griffier |
voorzitter |
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.