Verbintenissenrecht

Bekrachtiging verstekvonnis. Geen conclusie van repliek in oppositie.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 9 augustus 2023

Zaakgegevens

Op 9 augustus 2023 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zittingsplaats
Tilburg
Datum uitspraak
9 augustus 2023
Datum publicatie
17 augustus 2023
Zaaknummer
10392736 CV EXPL 23-937
Procedure
Verzet
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2023:5725
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Bekrachtiging verstekvonnis. Geen conclusie van repliek in oppositie.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Tilburg

Zaaknummer: 10392736 \ CV EXPL 23-937

Vonnis van 9 augustus 2023

in de zaak van

[opposant01] ,

te [plaats01] ,

opposant,

hierna te noemen: [opposant01] ,

gemachtigde: aanvankelijk mr. D. Marcus,

thans niet meer in rechte vertegenwoordigd,

tegen

INNOVA B.V.

te Delft,

geopposeerde,

hierna te noemen: Innova,

gemachtigde: Caminada & Van Leeuwen.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

De procesgang blijkt uit de volgende stukken:

a. het verstekvonnis van de kantonrechter te Tilburg met zaaknummer 10019819 CV EXPL 22-2819 van 21 september 2022 met de daarin genoemde stukken;

b. de verzetdagvaarding van 2 maart 2023 met producties;

c. de conclusie van antwoord in oppositie met producties.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 Het geschil

in oppositie:

2.1.

Bij op 12 juli 2022 uitgebrachte dagvaarding heeft geopposeerde (hierna: Innova), als eiseres in de verstekzaak, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, gevorderd opposant (hierna: [opposant01] ), als gedaagde in de verstekzaak, te veroordelen tot betaling van € 663,42, vermeerderd met de wettelijke rente over € 554,97 vanaf 12 juli 2022 tot aan de dag der algehele voldoening, met veroordeling van Innova in de proceskosten.

2.2.

Bij verstekvonnis van 21 september 2022 heeft de kantonrechter de vordering van Innova toegewezen, en is [opposant01] veroordeeld in de kosten van de procedure, begroot op € 553,22.

2.3.

[opposant01] komt in verzet van voornoemd vonnis. [opposant01] vordert van de bij het verstekvonnis tegen hem uitgesproken veroordeling te worden ontheven en om de vordering van geopposeerde alsnog af te wijzen, met veroordeling van geopposeerde in de kosten van het verzet.

2.4.

Innova voert verweer. Innova persisteert bij haar standpunt in de vordering zoals deze is toegewezen in het verstekvonnis van 21 september 2022.

2.5.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

3 De beoordeling

in oppositie

3.1.

Niet gebleken is dat [opposant01] te laat in verzet is gekomen, zodat de kantonrechter [opposant01] ontvankelijk acht in het verzet.

3.2.

[opposant01] heeft bij verzetdagvaarding alsnog verweer gevoerd tegen de oorspronkelijke vordering van Innova. Innova heeft vervolgens haar vordering bij conclusie van repliek nader toegelicht en daarbij het verweer van [opposant01] op die vordering gemotiveerd weersproken. [opposant01] heeft geen gebruik gemaakt van de geboden gelegenheid om hierop te reageren. Aangezien de niet weersproken (nadere) stellingen van Innova het verweer van [opposant01] voldoende weerleggen en de vordering van Innova geheel kunnen dragen, zal die vordering worden toegewezen. Gelet daarop zal de kantonrechter het vonnis van de kantonrechter te Tilburg van 21 september 2021 bekrachtigen.

3.3.

[opposant01] is de partij die ongelijk krijgt en hij zal daarom in de proceskosten in oppositie worden veroordeeld. Tot aan dit vonnis worden de proceskosten aan de zijde van Innova vastgesteld op € 132,00 aan salaris voor de gemachtigde van Innova.

4 De beslissing

De kantonrechter:

in oppositie

4.1.

bekrachtigt het vonnis van 21 september 2021 van de kantonrechter te Tilburg, gewezen onder zaaknummer 10019819 CV EXPL 22-2819;

4.2.

veroordeelt [opposant01] in de kosten van dit geding, aan de zijde van Innova tot op heden begroot op € 132,00 als salaris voor de gemachtigde van Innova.

Dit vonnis is gewezen door mr. Rouwen en in het openbaar uitgesproken op 9 augustus 2023.