Strafprocesrecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Verschoning · Strafprocesrecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 1 juni 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:5248 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 1 juni 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/strafrecht/strafprocesrecht/verschoning/ecli-nl-rbzwb-2026-5248
Zaakgegevens
Op 1 juni 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over strafprocesrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Breda
- Datum uitspraak
- 1 juni 2026
- Datum publicatie
- 15 juni 2026
- Zaaknummer
- C/02 / 448651 HA RK 26-101 (E)
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafprocesrecht
- Procedure
- VerschoningVerschoningEen rechter trekt zich zelf terug uit een zaak, omdat zijn onpartijdigheid in het geding kan komen.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2026:5248
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verschoning, toegewezen.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Verschoningskamer
Locatie: Breda
Procedurenummer: C/02 / 448651 HA RK 26-101
beslissing van 1 juni 2026
in de zaak van
mr. Louwerse
rechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant
hierna: de rechter
belast met de behandeling van de hoofdzaak met kenmerk 02-374433-24 van:
[naam]
bijgestaan door mr. M. Houweling
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit het verschoningsverzoek van de rechter van 29 mei 2026.
Er heeft geen mondelinge behandeling van het verzoek tot verschoning plaatsgevonden.
2 Het verschoningsverzoek
De rechter heeft het verschoningsverzoek op het volgende gebaseerd. [naam] is ten laste gelegd een poging tot toebrengen van zwaar lichamelijk letsel in vereniging door met NAC-supporters een eetkraam om te duwen. De rechter heeft op 16 december 2025 in de zaken van medeverdachten beslist. De zaak van [naam] is destijds aangehouden. Door deze zaak te behandelen zou volgens de rechter de schijn van partijdigheid kunnen worden gewekt.
3 De beoordeling
Uitgangspunt is dat een rechter op grond van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn. Uitzonderlijke omstandigheden kunnen een aanwijzing opleveren dat een rechter ten opzichte van een partij vooringenomen is of dat daarvoor een terechte vrees bestaat. Ook de uiterlijke schijn kan daarbij een rol spelen.
Gelet op wat de rechter heeft aangevoerd, is het verschoningsverzoek terecht ingediend. Zo wordt de schijn van partijdigheid vermeden. Het verzoek zal dus worden toegewezen. Dit betekent dat de behandeling van de hoofdzaak door een andere rechter moet worden overgenomen.
4 De beslissing
De verschoningskamer:
wijst het verzoek tot verschoning toe;
bepaalt dat, met inachtneming van het toegewezen verzoek, het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond op het moment dat het verschoningsverzoek werd ingediend;
beveelt dat een afschrift van deze beslissing wordt toegezonden aan:
de rechter;
de teamvoorzitter van het team waarin de rechter werkzaam is;
de partijen in de hoofdzaak.
Deze beslissing is genomen in raadkamer op 1 juni 2026 door mr. Peters, voorzitter,
mr. Broeders en mr. Verschoor-Bergsma, rechters, in aanwezigheid van mr. Rockx, griffier. De beslissing wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
|
griffier |
voorzitter |
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.