Strafprocesrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Verschoning · Strafprocesrecht

Zaakgegevens

Op 2 september 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over strafprocesrecht.

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zittingsplaats
Breda
Datum uitspraak
2 september 2026
Datum publicatie
30 september 2026
Zaaknummer
C/02/451903 HA RK 26-168 (E)
Procedure
Verschoning
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2026:9444
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Verschoning, toewijzen.

Uitspraak

Inhoudsopgave

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Verschoningskamer

Locatie: Breda

Procedurenummer: C/02/451903 HA RK 26-168

beslissing van 2 september 2026

in de zaak van

mr. Van Althuis

rechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant

hierna: de rechter

belast met de behandeling van de hoofdzaak met kenmerk 006601-25 en 029828-25 van:

Allianz Nederland Schadeverzekering NV,

hierna te noemen: Allianz Nederland,

bijgestaan door mr. M.P. Vink te Amsterdam,

waarin als belanghebbende is aangemerkt:

[belanghebbende]

bijgestaan door mr. B.P.J.H. van de Luijtgaarden te Breda.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit het verschoningsverzoek van de rechter van 1 september 2026.

1.2.

Er heeft geen mondelinge behandeling van het verzoek tot verschoning plaatsgevonden.

2 Het verschoningsverzoek

De rechter heeft het verschoningsverzoek op het volgende gebaseerd. Mr. M.P. Vink, advocaat te Amsterdam, maakt deel uit van de persoonlijke kennissenkring van de rechter waardoor zij niet vrij staat het klaagschrift van Allianz Nederland ter zitting te behandelen, noch het klaagschrift van [belanghebbende] in welke zaak Allianz Nederland als belanghebbende optreedt. De rechter vreest dat hierdoor de schijn van partijdigheid zou kunnen worden gewekt.

3 De beoordeling

3.1.

Uitgangspunt is dat een rechter op grond van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn. Uitzonderlijke omstandigheden kunnen een aanwijzing opleveren dat een rechter ten opzichte van een partij vooringenomen is of dat daarvoor een terechte vrees bestaat. Ook de uiterlijke schijn kan daarbij een rol spelen.

3.2.

Gelet op wat de rechter heeft aangevoerd, is het verschoningsverzoek terecht ingediend. Zo wordt de schijn van partijdigheid vermeden. Het verzoek zal dus worden toegewezen. Dit betekent dat de behandeling van de hoofdzaak door een andere rechter moet worden overgenomen.

4 De beslissing

De verschoningskamer:

4.1.

wijst het verzoek tot verschoning toe;

4.2.

bepaalt dat, met inachtneming van het toegewezen verzoek, het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond op het moment dat het verschoningsverzoek werd ingediend;

4.3.

beveelt dat een afschrift van deze beslissing wordt toegezonden aan:

 de rechter;

 de teamvoorzitter van het team waarin de rechter werkzaam is;

 de partijen in de hoofdzaak.

Deze beslissing is genomen in raadkamer op 2 september 2026 door mr. Breeman, voorzitter, mr. Peters en mr. Kok, rechters, in aanwezigheid van

mr. Rockx, griffier. De beslissing wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffier

voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.