Aan de verdachte is in de zaak met parketnummer 15.116378.25 ten laste gelegd dat:
1. hierna: feit 1)
hij op of omstreeks 15 april 2025 te Alkmaar tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om [de benadeelde partij 1] opzettelijk van het leven te beroven, een of meerdere malen met een mes, althans een scherp voorwerp die [de benadeelde partij 1] in zijn linkerschouder heeft/hebben gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 15 april 2025 te Alkmaar om tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf, aan [de benadeelde partij 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen een of meerdere malen met een mes, alsthans een scherp voorwerp die [de benadeelde partij 1] in zijn schouder heeft/hebben gestoken,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
Aan de verdachte is in de zaak met parketnummer 15.049159.25 ten laste gelegd dat:
1. hierna: feit 2)
hij op of omstreeks 19 januari 2025 te Heiloo op of aan de openbare weg de [openbare weg] , in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [de benadeelde partij 2] , welk geweld bestond uit het
- een of meerdere malen slaan tegen het hoofd, althans het lichaam, van die [de benadeelde partij 2] en/of
- een of meerdere malen schoppen tegen het het lichaam, van die [de benadeelde partij 2] en/of
- een of meerdere malen omsingelen van die [de benadeelde partij 2] en/of
- een of meerdere malen vasthouden van die [de benadeelde partij 2] ;
2. ( hierna: feit 3)
hij op of omstreeks 23 december 2024 te Alkmaar ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om een snorfiets, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [de benadeelde partij 3] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik te brengen door middel van braak en of verbreking,
- naar de snorfiets is toegelopen en/of
- het contactslot heeft verwijderd en/of
- het kettingslot heeft doorgezaagd en/of
- de snorfiets heeft gestart en/of weg te rijden
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
Aan de verdachte is in de zaak met parketnummer 15.119949.25 ten laste gelegd dat:
1. hierna: feit 4)
hij op of omstreeks 9 september 2024 te Heiloo op of aan de openbare weg, [openbare weg] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, kauwgom en/of een armband en/of een vape en/of schoenen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [de benadeelde partij 4] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [de benadeelde partij 4] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- met dwingende en/of op bedreigende toon te zeggen "mag ik je vape", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of
- de tas van die [de benadeelde partij 4] van zijn schouder te trekken en/of de tas af te pakken en/of de inhoud uit de tas te halen en/of
- die [de benadeelde partij 4] te fouilleren en/of
- een vape van die [de benadeelde partij 4] uit zijn jaszak te pakken en/of
- een armband van de arm van die [de benadeelde partij 4] te trekken en/of
- de schoenen van die [de benadeelde partij 4] uit te doen en/of
- met dwingende en/of op bedreigende toon te vragen waar die [de benadeelde partij 4] op school zit en/of waar hij woont, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of
- met dwingende en/of op bedreigende toon te zeggen tegen die [de benadeelde partij 4] dat zijn huis zou worden gebombardeerd en/of hij neergestoken zou worden als hij contact op zou nemen met de politie en/of aangifte zou doen, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of
- met dwingende en/of op bedreigende toon te zeggen dat als die [de benadeelde partij 4] zijn schoenen terug wilde hij iemand zou halen die hem dood zou schieten, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking.
Overwegingen
3
Beoordeling van het bewijs
3.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder 1 primair, 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten. De officier van justitie heeft gevorderd de verdachte wegens gebrek aan bewijs van het onder feit 1 primair tenlastegelegde medeplegen partieel vrij te spreken.
3.2.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft ten aanzien van feit 1 naar voren gebracht dat de verdachte degene is geweest die de aangever in zijn rug heeft gestoken en zich ten aanzien van de feiten 2 en 3 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Ten aanzien van feit 4 heeft de verdediging naar voren gebracht dat de verdachte betrokkenheid bij het strafbare feit ontkent en heeft verklaard pas later op de plaats delict aanwezig te zijn geweest. De verklaring van de medeverdachte [de medeverdachte] , dat de verdachte er wel bij was, kan niet als steunbewijs worden gebruikt, omdat de medeverdachte er belang bij heeft niet eerlijk te zijn over de rol van de verdachte.
3.3.
Oordeel van de rechtbank
3.3.1.
Redengevende feiten en omstandigheden
De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de onder 1 primair (met partiële vrijspraak voor medeplegen), 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten op grond van de bewijsmiddelen die in de bijlage bij dit vonnis zijn vervat. Voor het feit onder 4 overweegt de rechtbank daarbij nog het volgende.
3.3.2.
Bewijsoverweging feit 4
Voor zover de verdediging heeft bedoeld vrijspraak te bepleiten, overweegt de rechtbank het volgende. Uit de aangifte en de getuigenverklaring van [de getuige] blijkt dat bij de beroving van de aangever op 9 september 2024 een groepje jongens gezamenlijk betrokken was. Een aantal jongens stonden in een kring om de aangever en de getuige heen, waardoor zij niet weg konden. Volgens de aangever hebben de jongens bedreigingen geuit, heeft hij van hen een klap op zijn wang gekregen en zijn schoenen, een vape en zijn armband zijn door hen afgepakt. Daarbij is ook door één van die jongens een joint tegen zijn mond gehouden en werd hij onder druk gezet een hijsje te nemen, terwijl dat gefilmd werd. De aangifte wordt op hoofdpunten ondersteund door de getuigenverklaring van [de getuige] . De verdachte is een dag later gefotografeerd en op die foto meteen door de aangever herkend als één van de jongens die hem heeft beroofd. Verder zijn door de politie op de telefoon van de verdachte filmpjes gevonden, die de verdachte zelf heeft gemaakt en waarop zowel hij als de aangever worden herkend. Op één van de filmpjes is te zien dat de aangever geen schoenen meer aan heeft. Op een ander filmpje is te zien dat de verdachte een joint aan de mond van de aangever zet.
Het vorenstaande is redengevend voor het oordeel dat de verdachte als mededader bij de beroving was betrokken. De enkele verklaring van de verdachte op de zitting dat hij er niks mee te maken heeft gehad en dat de video’s van hemzelf met de aangever niet gemaakt zijn tijdens de beroving maar erna, kan die redengevendheid niet ontzenuwen. Deze verklaring vindt geen enkele ondersteuning in het dossier en wordt weersproken door de bewijsmiddelen. Gelet hierop zal de rechtbank deze verklaring als niet geloofwaardig terzijde schuiven.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal met geweld in vereniging gepleegd.
3.4.
Bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1 primair, 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat
Feit 1:
hij op 15 april 2025 te Alkmaar ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [de benadeelde partij 1] opzettelijk van het leven te beroven, met een mes, die [de benadeelde partij 1] in zijn linkerschouder heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
Feit 2:
hij op 19 januari 2025 te Heiloo op de [openbare weg] , openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [de benadeelde partij 2] , welk geweld bestond uit het
- meerdere malen slaan tegen het hoofd van die [de benadeelde partij 2] en
- meerdere malen schoppen tegen het lichaam, van die [de benadeelde partij 2] en
- meerdere malen omsingelen van die [de benadeelde partij 2] en
- meerdere malen vasthouden van die [de benadeelde partij 2] ;
Feit 3:
hij omstreeks 23 december 2024 te Alkmaar ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om een snorfiets, die aan [de benadeelde partij 3] toebehoorde weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en dat weg te nemen goed onder zijn bereik te brengen door middel van braak,
- het contactslot heeft verwijderd en
- het kettingslot heeft doorgezaagd en
- de snorfiets heeft gestart
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
Feit 4:
hij op 9 september 2024 te Heiloo op [openbare weg] , tezamen en in vereniging met anderen, kauwgom en een armband en een vape en schoenen, die aan [de benadeelde partij 4] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen die [de benadeelde partij 4] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- de tas van die [de benadeelde partij 4] van zijn schouder te trekken en/of de tas af te pakken en de inhoud uit de tas te halen en
- die [de benadeelde partij 4] te fouilleren en
- een vape van die [de benadeelde partij 4] uit zijn jaszak te pakken en
- een armband van de arm van die [de benadeelde partij 4] te trekken en
- de schoenen van die [de benadeelde partij 4] uit te doen en
- met dwingende en/of op bedreigende toon te vragen waar die [de benadeelde partij 4] op school zit en/of waar hij woont, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of
- met dwingende en/of op bedreigende toon te zeggen tegen die [de benadeelde partij 4] dat zijn huis zou worden gebombardeerd en/of hij neergestoken zou worden als hij contact op zou nemen met de politie en/of aangifte zou doen, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en
- met dwingende en/of op bedreigende toon te zeggen dat als die [de benadeelde partij 4] zijn schoenen terug wilde hij iemand zou halen die hem dood zou schieten, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.
Hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Beslissing
De rechtbank:
Verklaart bewezen dat de verdachte de onder 1 primair, 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4 weergegeven.
Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.
Bepaalt dat de onder 3.4 bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 4.2 vermelde strafbare feiten opleveren.
Verklaart de verdachte hiervoor strafbaar.
Straf
Veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 210 dagen.
Beveelt dat van deze jeugddetentie een gedeelte, groot 123 dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaren.
Bepaalt dat de tijd die de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, te weten 87 dagen, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.
Stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:
zich meldt bij de gecertificeerde instelling De Jeugd- en Gezinsbeschermers te Alkmaar, afdeling jeugdreclassering en zich daarna gedurende de proeftijd en op de door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen zal blijven melden bij deze instelling, zo frequent en zo lang die instelling dat noodzakelijk acht;
zich houdt aan de aanwijzingen van de gecertificeerde instelling te weten De Jeugd- en Gezinsbeschermers te Alkmaar, waarbij de verdachte intensieve begeleiding aanvaart in het kader van ITB Harde Kern, welk programma in totaal 6 maanden duurt en waarvan thans nog 4 maanden resteert, behoudens de mogelijkheid van een eenmalige verlenging van 6 maanden;
meewerkt aan het locatiegebod op het adres [adres] , dan wel op een adres van de ouders of een ander familielid van de verdachte, wat bekend en akkoord is bij de jeugdreclassering en de officier van justitie;
zich ter controle van voornoemd locatiegebod, de dagbesteding en ITB Harde Kern, houdt aan het elektronisch toezicht, voor de duur van de intensieve begeleiding in het kader van ITB Harde Kern, of zoveel korter als de jeugdreclassering noodzakelijk acht in overleg met de officier van justitie;
meewerkt aan de coaching van Gripzorg of een soortgelijke instantie, zo lang de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;
meewerkt aan de behandeling bij de Waag of een soortgelijke instantie, zo lang de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;
meewerkt aan de begeleiding van Turn Over of een soortgelijke instantie, zo lang de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;
op geen enkele wijze – direct of indirect – contact opneemt, zoekt of heeft met de volgende personen, waarbij de politie toezicht houdt op de naleving van dit contactverbod:
De medeverdachte:
o [de medeverdachte] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] ( [land] );
De slachtoffers:
o [de benadeelde partij 1] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] ;
o [benadeelde partij] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] ;
o [de benadeelde partij 2] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] ;
o [de benadeelde partij 4] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] .
Geeft opdracht aan de gecertificeerde instelling De Jeugd- en Gezinsbeschermers gevestigd
te Alkmaar, tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere
voorwaarden (met uitzondering van het contactverbod) en de veroordeelde ten behoeve van voormelde bijzondere voorwaarden te begeleiden.
Stelt verder als voorwaarden dat de veroordeelde is gehouden om, ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking te verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aan te bieden en medewerking te verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang als de reclasseringsinstelling dit noodzakelijk acht.
Beveelt dat de op grond van artikel 77z gestelde voorwaarden en het op grond van artikel 77aa uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.
Veroordeelt de verdachte tot het verrichten van 60 uren taakstraf in de vorm van een werkstraf, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door 30 dagen jeugddetentie.
Vrijheidsbeperkende maatregel
Legt op de maatregel dat de veroordeelde voor de duur van één jaar op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met:
[de benadeelde partij 1] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] ;
tenzij het contact met toestemming van het Openbaar Ministerie plaatsvindt.
Beveelt dat vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende jeugddetentie bedraagt drie dagen voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan.
Toepassing van de vervangende jeugddetentie heft de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet op.
Beveelt dat de maatregel, gelet op artikel 77we, tweede lid, J° 38v, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, dadelijk uitvoerbaar is.
Beslissing vordering benadeelde partij [de benadeelde partij 1]
Wijst gedeeltelijk toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij geleden schade tot een bedrag van € 3.179,00, bestaande uit € 679,00 voor de materiële en € 2.500,00 voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 15 april 2025 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [de benadeelde partij 1] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
Veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.
Wijst de vordering van de benadeelde partij voor het overige af.
Schadevergoedingsmaatregel
Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [de benadeelde partij 1] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 3.179,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 15 april 2025 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 0 dagen gijzeling.
Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.
Beslissing vordering benadeelde partij [de benadeelde partij 3]
Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij geleden schade tot een bedrag van € 716,90, bestaande uit materiële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 23 december 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, aan J.S.S. [de benadeelde partij 3] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
Veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.
Schadevergoedingsmaatregel
Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [de benadeelde partij 3] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 716,90, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 23 december 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 0 dagen gijzeling.
Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.
Beslissing vordering benadeelde partij [de benadeelde partij 4]
Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij geleden schade tot een bedrag van € 854,94, bestaande uit € 204,94 voor de materiële en € 650,00 voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 9 september 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [de benadeelde partij 4] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
Bepaalt dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een van de medeverdachten is betaald, de verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.
Veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.
Schadevergoedingsmaatregel
Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [de benadeelde partij 4] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 854,94, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 9 september 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 0 dagen gijzeling.
Bepaalt dat voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens een van de medeverdachten aan de benadeelde partij en/of de Staat is betaald, de verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.
Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.
Beslissing over de voorlopige hechtenis
Heft op het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.
Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum
Dit vonnis is gewezen door
mr. J. Lintjer, voorzitter,
mr. N. Cuvelier en mr. P.E. van der Veen, rechters, allen tevens kinderrechter,
in tegenwoordigheid van de griffier mr. S.B. Kuvel,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 29 januari 2026.
Mr. J. Lintjer is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.