Strafrecht overig
De rechtbank berekent dat de opbrengst over meerdere oogsten van in totaal 5.671 hennepplanten na aftrek van…
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 14 augustus 2014
ECLI:NL:RBZWB:2014:5796 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 14 augustus 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/strafrecht/strafrecht-overig/op-tegenspraak/ecli-nl-rbzwb-2014-5796
Zaakgegevens
Op 14 augustus 2014 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 14 augustus 2014
- Datum publicatie
- 15 augustus 2014
- Zaaknummer
- 02-810643-12 (ontneming)
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Op tegenspraakOp tegenspraakBeide partijen – of in een strafzaak de verdachte – hebben zich verweerd; het tegenovergestelde van verstek.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2014:5796
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
De rechtbank berekent dat de opbrengst over meerdere oogsten van in totaal 5.671 hennepplanten na aftrek van geschatte kosten een voordeel oplevert van € 489.801,-
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummer: 02/810643-12
beslissing van de rechtbank d.d. 14 augustus 2014
in de ontnemingszaak tegen
[veroordeelde]
geboren te[geboorteplaats] op [geboortedag] 1967
zonder bekende vaste woon-of verblijfplaats in Nederland
1 De procedure
Betrokkene is op 14 augustus 2014 door de meervoudige strafkamer veroordeeld voor ‘Opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod’ en ‘Diefstal’ tot de in die uitspraak vermelde straf.
De officier van justitie heeft een schriftelijke vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van € 489.801,- ingediend.
De vordering is inhoudelijk behandeld op de zitting van 31 juli 2014, waarbij de officier van justitie zijn standpunt kenbaar heeft gemaakt.
2 Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat betrokkene hennep heeft geoogst om deze vervolgens te verkopen en dat betrokkene daarmee een voordeel heeft behaald ter hoogte van € 489.801,-. Dit bedrag is gebaseerd op het rapport van de politie met betrekking tot het wederrechtelijk verkregen voordeel.
3 Het oordeel van de rechtbank
Schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel
De rechtbank stelt op basis van de inhoud van het dossier, het vonnis van 22 mei 2014 en de daaraan ontleende bewijsmiddelen vast dat betrokkene met de door hem gepleegde strafbare feiten wederrechtelijk voordeel als bedoeld in art. 36e van het Wetboek van Strafrecht heeft verkregen.
De rechtbank is op grond daarvan van oordeel dat de grondslag voor de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel, neergelegd in proces-verbaal nr. 2012011801, juist is. Het netto wederrechtelijk verkregen voordeel wordt daarom geschat op € 489.801,-.
Bij de bepaling van het wederrechtelijk genoten voordeel hanteert de rechtbank de volgende uitgangspunten:
- betrokkene heeft erkend dat hij in januari 2011 een kwekerij is begonnen;
- betrokkene heeft erkend dat hij in totaal 5 maal heeft geoogst;
- het BOOM-rapport betreffende standaardberekeningen en normen.
Naar het oordeel van de rechtbank is vastgesteld dat:
Ten aanzien van ruimte 1:
- in de hennepkwekerij van betrokkene afgerond 14 planten stonden per m²;
- in de hennepkwekerij van betrokkene 1025 planten stonden;
- bij dat vastgestelde aantal planten per m² de opbrengst, zo blijkt uit eerdergenoemd rapport van het BOOM, 28,6 gram per plant is;
- bij de hennepkwekerij, zoals die bij betrokkene werd aangetroffen, de opbrengst per hennepplant gemiddeld (28,6 gram per plant x € 3,28 per gram) € 93,808 bedraagt.
Op grond hiervan bedraagt de totale opbrengst van de hennepkwekerij van betrokkene
1025 x € 93,80 = € 96.153,20.
Ten aanzien van ruimte 2:
- in de hennepkwekerij van betrokkene afgerond 16 planten stonden per m²;
- in de hennepkwekerij van betrokkene 1571 planten stonden;
- bij dat vastgestelde aantal planten per m² de opbrengst, zo blijkt uit eerdergenoemd rapport van het BOOM, 27,7 gram per plant is;
- bij de hennepkwekerij, zoals die bij betrokkene werd aangetroffen, de opbrengst per hennepplant gemiddeld (27,7 gram per plant x € 3,28 per gram) € 90,86 bedraagt.
Op grond hiervan bedraagt de totale opbrengst van de hennepkwekerij van betrokkene
1571 x € 90,86 = € 142.734,78.
De kosten die hierop in mindering moeten worden gebracht bedragen ten aanzien van ruimte 1 in totaal € 6834,50 en ten aanzien van ruimte 2 in totaal € 10.208,78, en bestaan uit:
Ten aanzien van ruimte 1:
* de afschrijvingskosten op € 500,=;
* de hennepstekken, geschat op € 2,85 per plant, in totaal € 2.921,25
* de variabele kosten, geschat op € 3,33 per plant, in totaal € 3.413,25;
Ten aanzien van ruimte 2:
* de afschrijvingskosten op € 500,=;
* de hennepstekken, geschat op € 2,85 per plant, in totaal € 4.477,35
* de variabele kosten, geschat op € 3,33 per plant, in totaal € 5.231,43.
Het totaal wederrechtelijk verkregen voordeel ten aanzien van ruimte 1 bedraagt
€ 96.153,20 -/- € 6.834,50 = € 89.318,70 x 4 oogsten = € 357.274,80.
Het totaal wederrechtelijk verkregen voordeel ten aanzien van ruimte 2 bedraagt
€ 142.734,78 -/- € 10.208,78 = € 132.526 x 1 oogst = € 132.526,-.
Gelet op het vorenstaande stelt de rechtbank het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat, vast op € € 489.801,-.
Vaststelling ontnemingsbedrag
De rechtbank zal het terug te betalen bedrag vaststellen op € 489.801,-.
4 De wettelijke voorschriften
De beslissing berust op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.
5 De beslissing
De rechtbank:
- stelt het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op
€ 489.801,-.
- legt betrokkene de verplichting op tot betaling aan de staat van een geldbedrag ter grootte van € 489.801,-, ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Deze beslissing is gegeven door mr. Kooijman, voorzitter, mr. Van der Weide en
mr. Dekker, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier Vermaat en is uitgesproken ter openbare zitting op 14 augustus 2014.
Mrs. Van der Weide en Dekker is niet in de gelegenheid deze beslissing mede te ondertekenen.