Strafrecht overig

Openlijke geweldpleging, taakstraf van 150 uur.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 5 maart 2025

Zaakgegevens

Op 5 maart 2025 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zittingsplaats
Breda
Datum uitspraak
5 maart 2025
Datum publicatie
5 maart 2025
Zaaknummer
02/082451-23
Procedure
Op tegenspraak
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2025:1272
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Openlijke geweldpleging, taakstraf van 150 uur.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

parketnummer: 02/082451-23

vonnis van de meervoudige kamer van 5 maart 2025

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedag] 1967 te [geboorteplaats]

wonende te [woonadres]

raadsvrouw mr. A.H.J. Raaijmakers, advocaat te Oisterwijk

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 19 februari 2025, waarbij de officier

van justitie, mr. S.A.A.P. van Hees, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

De zaak is gelijktijdig maar niet gevoegd behandeld met de zaken tegen [medeverdachte] (parketnummers 02/310398-22, 02/260318-23, 02/188304-24 en 02/226492-22).

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort

en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte samen met anderen openlijk geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ).

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan openlijke geweldpleging tegen [slachtoffer] .

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank tot een bewezenverklaring kan komen, nu verdachte heeft verklaard te hebben deelgenomen aan het openlijk geweld.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1

De bewijsmiddelen

De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

op 9 juni 2022 te Tilburg met anderen op de openbare weg, de kruising van de Den Haenstraat en de Veestraat, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer] , welk geweld bestond uit het tegen het lichaam van die [slachtoffer] trappen en/of schoppen en (met een knuppel) slaan en/of stompen.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een taakstraf van 150 uren.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt om aan verdachte een lagere taakstraf op te leggen dan de geëiste 150 uren, gelet op de persoon van verdachte (zijn hartklachten en oudere strafblad), zijn relatie met het slachtoffer en de overschrijding van de redelijke termijn in deze zaak.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft met zeven anderen op 9 juni 2022 [slachtoffer] aangevallen. Dit vond plaats volgens vooropgezet plan op klaarlichte dag midden in een woonwijk. De aanvallers kwamen met vier auto’s en twee motorfietsen naar de Den Haenstraat in Tilburg toe, waar ze met [slachtoffer] hadden afgesproken. Dit alles gebeurde op een intimiderende wijze, niet alleen richting [slachtoffer] , maar ook voor de aanwezige omstanders en buurtbewoners, die het geweld hebben kunnen zien. [slachtoffer] werd aangevallen door vier à vijf personen, terwijl de rest de omstanders op afstand hield. [slachtoffer] die zich niet of nauwelijks verweerde, kwam hierbij ten val. Dit maakte niet dat zijn aanvallers, waaronder verdachte, ophielden met slaan en schoppen. Integendeel, hij is zelfs geslagen met een knuppel. Dit alles moet voor [slachtoffer] en de omstanders enorm bedreigend en beangstigend zijn geweest. Ook heeft [slachtoffer] lichamelijk letsel overgehouden aan het op hem toegepaste geweld.

Naast de ernst van het feit houdt de rechtbank in strafverzwarende zin rekening met het feit dat verdachte al meermalen is veroordeeld voor geweldsdelicten.

Volgens de landelijke oriëntatiepunten van de rechtspraak is het uitgangspunt bij openlijke geweldpleging met lichamelijk letsel een taakstraf van 150 uur. De rechtbank is echter van oordeel dat het gecoördineerde, forse en zeer openlijke karakter van het geweld in beginsel een hogere straf rechtvaardigt. Anderzijds heeft het feit ruim 2 jaar geleden plaatsgevonden waardoor sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn van berechting. Alles overwegend acht de rechtbank de door de officier van justitie gevorderde taakstraf passend en geboden.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 22c, 22d, 63 en 141 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 150 uren;

- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 75 dagen.

Dit vonnis is gewezen door mr. L.W. Boogert, voorzitter, mr. E.B. Prenger en mr. V.M. Schotanus, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.C.C. Joosen, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op, 5 maart 2025.

Mr. Schotanus is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

De tenlastelegging

hij op of omstreeks 9 juni 2022 te Tilburg met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de kruising van de Den Haenstraat en de Veestraat, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer] , welk geweld bestond uit het tegen het lichaam van die [slachtoffer] trappen en/of schoppen en/of (met knuppels en/of pijpen) slaan en/of stompen.
( art 141 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 141 lid 2 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )