Strafrecht overig

Veroordeling verwerven en bezit kinderporno. Gevangenisstraf 12 maanden, waarvan 11 voorwaardelijk, proeftijd…

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 17 april 2025

Zaakgegevens

Op 17 april 2025 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zittingsplaats
Breda
Datum uitspraak
17 april 2025
Datum publicatie
17 april 2025
Zaaknummer
02-331860-24
Procedure
Op tegenspraak
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2025:2243
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Veroordeling verwerven en bezit kinderporno. Gevangenisstraf 12 maanden, waarvan 11 voorwaardelijk, proeftijd drie jaar + bijzondere voorwaarden. Taakstraf 100 uur.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

parketnummer: 02-331860-24

vonnis van de meervoudige kamer van 17 april 2025

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedag] 1959 in [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] ,

raadsman mr. P. Susijn, advocaat te Tilburg.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 3 april 2025, waarbij de officier van justitie mr. A. Verhoeven en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte in de periode 6 april 2022 tot en met 17 november 2023 een gewoonte heeft gemaakt van het verwerven of bezitten van (gegevensdragers met) kinderporno of zich daartoe de toegang heeft verschaft.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

Gelet op de bekennende verklaring van verdachte kan wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het verwerven en bezitten van kinderpornografische afbeeldingen en video’s en zich daartoe de toegang heeft verschaft. De verdediging bepleit dat het dossier onvoldoende bewijs bevat dat verdachte hiervan een gewoonte heeft gemaakt, zodat verdachte daarvan partieel moet worden vrijgesproken.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1

De bewijsmiddelen

Indien hoger beroep wordt ingesteld, zullen de bewijsmiddelen worden uitgewerkt en opgenomen in een bijlage die aan het vonnis zal worden gehecht.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

in de periode van 6 april 2022 t/m 17 november 2023 te [woonplaats]

, meermalen,, telkens

- afbeeldingen, en/of

- gegevensdragers, te weten een mobiele telefoon (Samsung Galaxy A 50) en een

laptop (Acer) bevattende afbeeldingen, te weten foto’s en video’s van seksuele

gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had

bereikt, is betrokken, heeft verworven, in bezit gehad

en zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met

gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft, welke

seksuele gedragingen – zakelijk weergegeven – bestonden uit:

- het oraal, vaginaal en/of anaal penetreren met de penis, vinger/hand, mond/tong

en/of een voorwerp, van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van

18 jaar nog niet heeft bereikt,

- het oraal, vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een (ander)

persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt

met penis, vinger/hand,

- het met vingers/hand en/of een voorwerp anaal penetreren van het eigen lichaam

door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt,

(afbeeldingen 1, 6, 7, 9 en 11 van de toonmap)

en/of

- het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of billen van een persoon

die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt met de penis,

vinger/hand en/of mond/tong,

- het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of billen van een (ander)

persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft

bereikt met de penis, vinger/hand,

- het met vingers/hand en/of een voorwerp betasten en/of aanraken van de

geslachtsdelen en/of billen van het eigen lichaam van een persoon die kennelijk de

leeftijd van 18 jaren nog heeft bereikt,

(afbeeldingen 2, 4 en 10 van de toonmap)

en/of

- het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van een persoon die kennelijk de

leeftijd van 18 jaren nog niet had bereikt, waarbij deze persoon poseert in een

omgeving en/of in een onnatuurlijke houding (op een wijze) die niet bij zijn/haar

leeftijd past en/of waarbij deze persoon zich (vervolgens) in opeenvolgende

afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet en/of (waarna) door de

(onnatuurlijke) pose en/of de uitsnede van de foto’s/films en/of door het

camerastandpunt nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen, borsten en/of billen in

beeld gebracht worden, waarbij de afbeelding aldus telkens een onmiskenbaar

seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling,

(afbeeldingen 3, 4, 5, 7 en 12 van de toonmap)

en/of

- het masturberen (dicht) bij het lichaam en/of gezicht van een persoon die

kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt,

- het ejaculeren op het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar

nog niet had bereikt,

- het houden van een penis dicht bij het lichaam van een persoon die kennelijk de

leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt;

(afbeelding 10 van de toonmap)

van welk misdrijf hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van vijftien maanden, waarvan vijf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar en daaraan gekoppeld bijzondere voorwaarden. te weten een meldplicht bij de reclassering, het vermijden van contact met minderjarigen en controle op gegevensdragers.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging bepleit dat bij het bepalen van de strafmaat rekening moet worden gehouden met de omstandigheden dat verdachte verantwoordelijkheid heeft genomen en zijn fout heeft erkend, dat hij een broze gezondheid heeft, dat hij beschikt over een beperkt sociaal netwerk en dat een langere onvoorwaardelijke gevangenisstraf betekent dat hij zijn woning zal kwijtraken en er financiële problemen zullen ontstaan. Verzocht wordt om aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van korte duur op te leggen en daarnaast een voorwaardelijk strafdeel. Aan het voorwaardelijke strafdeel kunnen de bijzondere voorwaarden zoals gevorderd door de officier van justitie worden gekoppeld. Daarnaast kan een onvoorwaardelijke taakstraf aan verdachte worden opgelegd.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft langere tijd kinderporno verworven en in bezit gehad. Voor de vervaardiging van kinderporno worden kinderen (ernstig) seksueel misbruikt en uitgebuit. De betrokken kinderen lopen vaak psychische schade op die gedurende lange tijd en niet zelden de rest van hun leven diepe sporen nalaat. Daarnaast is het vrijwel onmogelijk om eenmaal online geplaatste foto’s en video’s definitief van het internet te laten verwijderen, een gegeven waarmee de slachtoffers ook op volwassen leeftijd moeten leren leven. Verdachte wordt medeverantwoordelijk gehouden voor genoemd seksueel misbruik van kinderen, omdat hij door het verzamelen van kinderporno heeft bijgedragen aan de vraag ernaar. Voor een effectieve bestrijding van kinderporno is het noodzakelijk om niet alleen degenen aan te pakken die kinderporno vervaardigen, maar zeker ook degenen die kinderporno verzamelen.

Bij de bepaling van de strafmaat heeft de rechtbank acht geslagen op het aantal foto’s en video’s die verdachte in bezit had (988 foto’s en 86 video’s), de langere periode (ruim anderhalf jaar) waarbinnen verdachte deze bestanden heeft verworven, de leeftijd van de betrokken kinderen (tussen de acht en twaalf jaar) en de aard van de handelingen waartoe deze kinderen zijn gedwongen (in de meeste gevallen betreft het (half)naakt poseren en in een substantieel deel seksuele handelingen).

De LOVS-oriëntatiepunten geven voor ‘gewoontebezit’ van kinderporno als oriëntatiepunt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twaalf maanden. De rechtbank ziet echter redenen om hiervan af te wijken en overweegt daartoe het volgende.

Ter zitting heeft verdachte geen schuldbewustzijn getoond, maar heeft hij enkel verklaard dat hij het niet meer weet. Deze proceshouding lijkt te zijn ingegeven doordat verdachte het moeilijk vindt om te worden geconfronteerd met zijn eigen gedragingen. Dit is echter wel belangrijk, want dat vormt de eerste stap om tot gedragsverandering te komen. De rechtbank acht het dan ook met name van belang dat verdachte onder toezicht van de reclassering wordt gesteld, zodat de reclassering met verdachte in gesprek kan gaan om te bereiken dat verdachte inzicht krijgt in zijn gedrag. Daarbij is een groot voorwaardelijk strafdeel noodzakelijk als steun in de rug om verdachte het gesprek met de reclassering aan te laten gaan. Dat acht de rechtbank nodig om tot gedragsverandering te komen bij verdachte en hem te behoeden voor toekomstige misstappen. De rechtbank zal daarom een deels voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen met als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij en toezicht door de reclassering, het vermijden van contact met minderjarigen en controle op zijn gegevensdragers. Verdachte heeft op zitting gezegd dat hij bereid is zich aan de bijzondere voorwaarden te houden.

Om de ernst van het feit te benadrukken zal de rechtbank daarnaast een onvoorwaardelijke taakstraf opleggen.

Alles afwegend legt de rechtbank aan verdachte op een gevangenisstraf van twaalf maanden, waarvan elf maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaar en daaraan gekoppeld voornoemde bijzondere voorwaarden en een taakstraf van honderd uur.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57, 240b (oud) van het Wetboek van Strafrecht.

8 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

een afbeelding en/of een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, verwerven, in bezit hebben en zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe verschaffen, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt, meermalen gepleegd;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van twaalf maanden, waarvan elf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- stelt als bijzondere voorwaarden:

Meldplicht bij reclassering

* dat verdachte zich binnen drie dagen na het ingaan van de proeftijd meldt bij Reclassering Nederland op het adres Langendijk 34 te Breda, na het maken van een telefonische afspraak via 088-8041505. Verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;

Vermijden contact met minderjarigen

* dat verdachte op geen enkele wijze (online)contact met minderjarigen opneemt en (onder)houdt. Hij vermijdt deze contacten zoveel mogelijk. Als contacten onvermijdelijk zijn, zorgt betrokkene dat een volwassen persoon hierbij aanwezig is en bespreekt hij dit met de reclassering;

Controle op gegevensdragers

* dat verdachte meewerkt aan controle van digitale gegevensdragers tijdens een huisbezoek door de reclassering.

Verdachte verschaft toegang tot alle aanwezige computers, smartphones en andere digitale

gegevensdragers waarop afbeeldingen kunnen worden opgeslagen of waarmee het internet kan worden benaderd. Hij verstrekt de wachtwoorden die nodig zijn voor deze controle. De controle is gericht op de vraag of verdachte kinderpornografisch materiaal vermijdt. De controle strekt er niet toe een beeld te krijgen van het persoonlijke leven van verdachte. De reclassering kan voor technische ondersteuning een deskundige meenemen, ook als dit een opsporingsambtenaar is die deskundig is op digitaal gebied;

* dat verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, medewerking verleent aan het nemen van vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage biedt;

* dat verdachte medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen;

- geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van honderd uren;

- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van vijftig dagen.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.H. van Drunen, voorzitter, mr. J.C.A.M. Los en

mr. F.L. Donders, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.B.H. van Overveld, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 17 april 2025.