Strafrecht overig

Verdachte heeft zich gedurende een langere periode schuldig gemaakt aan een gewoonte maken van het bezitten…

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 30 juni 2026

Zaakgegevens

Op 30 juni 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zittingsplaats
Breda
Datum uitspraak
30 juni 2026
Datum publicatie
30 juni 2026
Zaaknummer
02-011315-26
Procedure
Op tegenspraak
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2026:5780
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verdachte heeft zich gedurende een langere periode schuldig gemaakt aan een gewoonte maken van het bezitten, verwerven en verspreiden van kinderpornografische beeldmateriaal. Ernst van de feiten, de duur daarvan en de persoon van verdachte rechtvaardigen een gevangenisstraf van 18 maanden waarvan 9 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar met aftrek van de tijd doorgebracht in voorarrest. Aan het voorwaardelijk deel worden de bijzondere voorwaarden verbonden, zoals door de reclassering geadviseerd.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

Parketnummer: 02-011315-26

Vonnis van de meervoudige kamer van 30 juni 2026

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1995,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het [adres]

,

raadsvrouw mr. S. van Minderhout, advocaat te Breda.

1 Onderzoek op de terechtzitting

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 16 juni 2026, waarbij de officier van justitie mr. Y.E.Y. Vermeulen en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich schuldig gemaakt heeft aan:

feiten 1 en 2:
een beroep of gewoonte maken van verspreiden, aanbieden, openlijk tentoonstellen, verwerven of in bezit hebben van kinderpornografisch materiaal (oude wetgeving);


en


een beroep of gewoonte maken van verspreiden, aanbieden, openlijk tentoonstellen, verwerven of in bezit hebben van kinderpornografisch materiaal (nieuwe wetgeving)


feit 3:
een beroep of gewoonte maken van het verwerven en voorhanden hebben van kinderpornografisch materiaal (oude wetgeving);


en


een beroep of gewoonte maken van het verwerven en in bezit hebben van kinderpornografisch materiaal (nieuwe wetgeving).

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft gepleegd.

4.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat gezien de bekennende verklaring van verdachte de rechtbank tot een bewezenverklaring kan komen van de ten laste gelegde feiten, met uitzondering van een aantal onderdelen.

Voor feit 1 is het standpunt dat het materiaal door de instellingen automatisch werd geüpload zonder een actieve handeling van verdachte. Het gaat om accounts die door verdachte niet met anderen zijn gedeeld. Gelet hierop kan het uploaden niet worden aangemerkt als verspreiden, aanbieden of openlijk tentoonstellen. Ook is er geen sprake van een beroep of gewoonte maken van bezit van kinderpornografisch beeldmateriaal. De periode is daarvoor te kort en de hoeveelheid kinderpornografisch beeldmateriaal is daarvoor te gering.

Ten aanzien van feit 2 is de verdediging van mening dat de pleegperiode korter is dan ten laste is gelegd. Als begin van de pleegperiode moet 2023 dan wel 2022 worden aangehouden tot en met de datum van de inbeslagneming, te weten 11 november 2024.

Ook ten aanzien van feit 3 kan niet bewezen worden dat verdachte een beroep of gewoonte heeft gemaakt van het bezit van kinderpornografisch beeldmateriaal.

Verdachte moet dan ook van voornoemde onderdelen vrijgesproken worden.

4.3.

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1.

De bewijsmiddelen

De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.

4.3.2.

De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs

Inleidende opmerkingen ten aanzien van de feiten

De rechtbank leest de tenlastelegging zo dat feit 1 ziet op de meldingsrapporten van het NCMEC met betrekking tot het uploaden van kinderpornografisch materiaal, die bij de Nederlandse politie zijn binnengekomen. Feit 2 ziet op het kinderpornografisch materiaal wat op de twee mobiele telefoons is aangetroffen die onder verdachte in beslag zijn genomen. Ten slotte ziet feit 3 op het materiaal wat op de laptop is aangetroffen die onder verdachte in beslag is genomen.

De rechtbank stelt vast dat verdachte een grotendeels bekennende verklaring heeft afgelegd, waarin hij verklaard heeft dat hij gedurende een periode kinderpornografisch materiaal heeft verworven en in zijn bezit heeft gehad. De rechtbank zal in de hiernavolgende overwegingen daarom enkel ingaan op de hiervoor genoemde verweren van de verdediging.

Verspreiden

De verdediging heeft ten aanzien van feit 1 verweer gevoerd met betrekking tot het onderdeel verspreiden van kinderpornografisch materiaal. Uit het meldingsrapport van het NCMEC blijkt dat een aanzienlijke hoeveelheid kinderpornografisch materiaal op verschillende momenten in de periode 1 januari 2023 tot en met 24 april 2025 via accounts van verdachte naar Google, Dropbox, Snapchat en X is geüpload. Wat Google en Dropbox betreft, is op grond van het dossier niet vast te stellen of verdachte de bestanden enkel heeft geüpload naar een locatie waar alleen hij toegang toe had, of dat dit een locatie of locaties betrof waar ook anderen toegang toe konden hebben. Voor een bewezenverklaring van ‘verspreiden’ is dit laatste wel noodzakelijk. De rechtbank volgt de verdediging wat dit onderdeel betreft in haar verweer en spreekt verdachte hiervan vrij. Voor Snapchat en X ligt dat anders. Uit het dossier volgt in voldoende mate dat anderen toegang hadden tot het materiaal wat verdachte naar deze applicaties uploadde. Op dit punt komt de rechtbank daarom wel tot een bewezenverklaring van het delictsbestanddeel verspreiden. Het verweer van de verdediging wordt op dit onderdeel dan ook verworpen.

Een beroep of gewoonte maken

Ten aanzien van de feiten 1 en 3 heeft de verdediging een verweer gevoerd met betrekking tot het onderdeel het maken van een beroep of gewoonte. De rechtbank stelt op grond van het dossier vast dat verdachte in de bewezenverklaarde periodes een aanzienlijke hoeveelheid kinderpornografisch beeldmateriaal in zijn bezit heeft gehad. De rechtbank stelt voorts vast dat verdachte deze hoeveelheden over een ruime periode en op verschillende momenten heeft verworven, in ieder geval met enige regelmaat, zoals hij zelf ook heeft verklaard. Ten aanzien van feit 1 geldt bovendien dat hij daarmee kennelijk is doorgegaan na het huisbezoek van de politie op 11 november 2024, waarbij verschillende gegevensdragers in beslag waren genomen. Deze feiten en omstandigheden maken dat de rechtbank van oordeel is dat sprake is van het maken van een gewoonte van het verwerven en in bezit hebben van kinderpornografisch beeldmateriaal.

Pleegperiode feit 2

De verdediging heeft verweer gevoerd met betrekking tot de startdatum van de pleegperiode. Met de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het dossier onvoldoende duidelijkheid geeft over de startdatum ‘1 augustus 2014’ zoals opgenomen in de tenlastelegging. Ter zitting heeft verdachte verklaard dat de startdatum 2022 of 2023 was. De rechtbank zal, gelet op die onduidelijkheid en op de verklaring van verdachte, uitgaan van een pleegperiode van 1 januari 2022 tot en met 11 november 2024. Van het overige deel van de ten laste gelegde pleegperiode zal verdachte worden vrijgesproken.

4.4.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1

op een of meer tijdstippen in de periode van 1 januari 2023 tot en met 24 april 2025 te [plaats]

in de periode van 1 januari 2023 tot en met 30 juni 2024, artikel 240b Wetboek van
Strafrecht een of meer afbeeldingen van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt was betrokken heeft verspreid en verworven en in bezit heeft gehad

en

in de periode van 1 juli 2024 tot en met 24 april 2025, artikel 252 Wetboek van
Strafrecht een of meer visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt was betrokken heeft verspreid en verworven en in bezit heeft gehad te weten foto's en/of video’s waarop te zien is dat:

die persoon vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met een penis
(afbeeldingen/visuele weergaven uit rapporten (NCMEC) [nummer 1] , [nummer 2] ,
[nummer 3] , [nummer 4] , [nummer 5] , [nummer 6] , [nummer 7] , [nummer 8] , [nummer 9] ,
[nummer 10] , [nummer 11] , [nummer 12] , [nummer 13] , [nummer 14] , [nummer 15] , [nummer 16] ,
[nummer 17] , [nummer 18] , [nummer 19] , [nummer 20] , [nummer 21] )

terwijl van het begaan van dit feit een gewoonte werd gemaakt;

2

op een of meer tijdstippen in de periode van 1 januari 2022 tot en met 11 november 2024 te [plaats] in de periode van 1 januari 2022 tot en met 30 juni 2024, artikel 240b Wetboek van Strafrecht afbeeldingen van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt was betrokken heeft verspreid en aangeboden en verworven en in bezit heeft gehad

en

in de periode van 1 juli 2024 tot en met 11 november 2024, artikel 252 Wetboek van
Strafrecht visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt was betrokken heeft verspreid en aangeboden en verworven en in bezit heeft gehad te weten

- foto's en video’s

waarop te zien is dat:

die persoon oraal, vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met een penis en/of
vinger/hand en/of voorwerp
en/of
een ander persoon oraal en/of vaginaal wordt gepenetreerd met een penis door die
persoon
en/of
het eigen lichaam vaginaal wordt gepenetreerd met een vinger/hand en/of
voorwerp, door die persoon
(afbeelding/visuele weergave #02, #03, #04, #05, #06, #10, #12, #13, #15, #16, #17, #18 van toonmap)

en

het geslachtsdeel en/of de billen van die persoon met een penis en/of vinger/hand
en/of mond/tong wordt/worden aangeraakt
en/of
het geslachtsdeel en/of de billen van een ander kind/persoon met een penis en/of
vinger/hand en/of mond/tong wordt/worden aangeraakt door die persoon
en/of
die persoon het eigen geslachtsdeel en/of de eigen billen en/of de eigen borsten
met een vinger/hand en/of voorwerp aanraakt
(afbeelding/visuele weergave #04, #07, #08, #09, #17, #18 van toonmap)

en

die persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij
- die persoon geheel of gedeeltelijk naakt is en/of gekleed is en/of in een omgeving
en/of met een voorwerp en/of in een (erotisch getinte) houding op een wijze die
niet bij zijn leeftijd past
en/of
- die persoon zich in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn kleding
ontdoet
en/of
- door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van
kleden van die persoon en/of de uitsnede van de foto’s/films nadrukkelijk het
geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld worden gebracht
(afbeelding/visuele weergave #07, #09, #11, #14 van toonmap)

en

dat bij/op het gezicht en/of het lichaam van die persoon wordt gemasturbeerd
en/of
bij/op het gezicht en/of het lichaam van die persoon sperma wordt gespoten
en/of
bij/naast het gezicht en/of het lichaam van die persoon een (stijve) penis
wordt gehouden
(afbeelding/visuele weergave #01, #15 van toonmap),

terwijl van het begaan van dit feit een gewoonte werd gemaakt;

3

op een of meer tijdstippen in de periode van 1 september 2020 tot en met 30 november 2024 te [plaats] in de periode van 1 september 2020 tot en met 30 juni 2024, artikel 240b Wetboek van Strafrecht een of meer afbeeldingen van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt was betrokken heeft verworven, in bezit heeft gehad en

in de periode van 1 juli 2024 tot en met 30 november 2024, artikel 252 Wetboek van
Strafrecht een of meer visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt was betrokken heeft verworven, in bezit heeft gehad te weten

-
foto's en video’s waarop te zien is dat:

die persoon oraal, vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met een penis en/of
mond/tong

en

een ander persoon oraal wordt gepenetreerd met een penis en/of mond/tong door
die persoon
(afbeelding/visuele weergave #02, #03, #05, #07 van toonmap)

en

de billen en/of een ander lichaamsdeel van die persoon met een vinger/hand en/of
mond/tong wordt/worden aangeraakt

en

het geslachtsdeel van een ander kind/persoon met een vinger/hand en/of
mond/tong wordt/worden aangeraakt door die persoon
(afbeelding/visuele weergave #01 van toonmap)

en

die persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij die persoon geheel of
gedeeltelijk naakt is
(afbeelding/visuele weergave #06 van toonmap)

en

dat bij/op het gezicht en/of het lichaam van die persoon wordt gemasturbeerd
en/of
bij/naast het gezicht en/of het lichaam van die persoon een (stijve) penis
wordt gehouden
(afbeelding/visuele weergave #04 van toonmap),

terwijl van het begaan van dit feit een gewoonte werd gemaakt;

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn/haar strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1.

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 24 maanden waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar en met aftrek van de tijd doorgebracht in voorarrest. Aan het voorwaardelijk deel kunnen de bijzondere voorwaarden, zoals door de reclassering geformuleerd, gekoppeld worden.

6.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging vindt het, gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte, passend dat een (grotendeels) voorwaardelijke gevangenisstraf met de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden wordt opgelegd. Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf kan gelijk worden gesteld met het voorarrest. Daarnaast kan een forse onvoorwaardelijke taakstraf worden opgelegd. In het geval van oplegging van een langere onvoorwaardelijke gevangenisstraf dan de duur van het voorarrest, wordt voorgesteld om die in duur te beperken. Op die manier kan verdachte zo snel mogelijk met zijn behandeling starten.

6.3.

Het oordeel van de rechtbank

Aard en ernst van de feiten

Verdachte heeft zich gedurende een langere periode schuldig gemaakt aan een gewoonte maken van het bezitten, verwerven en verspreiden van kinderpornografische beeldmateriaal. Op de gegevensdragers van verdachte zijn in totaal 2274 foto’s en 1083 video’s aangetroffen die door de politie als kinderpornografisch zijn beoordeeld.

De rechtbank is van oordeel dat het een zeer ernstig feiten betreft. Voor de productie van kinderporno worden kinderen seksueel misbruikt en uitgebuit. Verdachte heeft door zijn gedrag een bijdrage geleverd aan dit misbruik, omdat de vraag naar kinderporno de productie ervan stimuleert en in stand houdt. De bestanden met deze afschuwelijke beelden circuleren vaak eindeloos op internet en verdachte heeft langdurig bijgedragen aan de instandhouding van dit bijzonder kwaadaardige fenomeen. De misbruikte kinderen worden bovendien vaak nog jarenlang achtervolgd door deze beelden met alle nare gevolgen van dien. Verdachte heeft alleen aan zichzelf gedacht en zich niet beziggehouden met de ernstige en traumatische gevolgen van het misbruik voor deze kinderen. In veel gevallen lopen de kinderen die hieraan worden blootgesteld, grote psychische schade op, die ook jaren later – en vaak voor de rest van hun leven – nog diepe sporen nalaat. Voor de bestrijding van kinderporno is het van belang om niet alleen de makers hiervan te bestraffen, maar ook degenen die kinderporno downloaden, in bezit hebben en verspreiden.

De persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte

Verdachte is niet eerder voor dergelijke feiten veroordeeld.

Uit het rapport van de reclassering van 4 mei 2026 komt naar voren dat niet duidelijk is of sprake is van een seksuele stoornis bij verdachte. Wel spreekt de reclassering van een zorgelijk gedragspatroon met afwijkend seksueel gedrag. Verdachte is in het kader van het schorsingstoezicht aangemeld voor diagnostiek en behandeling bij ggz [hulpverlening] . Daar heeft hij inmiddels een intake en enkele gesprekken gehad. Ter zitting is door de verdediging aangegeven dat verdachte nu op een wachtlijst staat bij [hulpverlening] . Verdachte heeft sinds enkele maanden een studio met begeleiding van [zorginstelling] . Het sociaal netwerk van verdachte is beperkt.

Er werd in het verleden een aan autisme verwante stoornis bij verdachte vastgesteld. Deze is verouderd, maar verdachte kampt met beperkingen die zich vertalen in onrust en somberheid. Alles samenvattend is de noodzaak voor behandeling aanwezig. Ondanks het schorsingstoezicht had de reclassering geen goed zicht op verdachte, omdat het ontbreekt aan echte of daadwerkelijke controlemogelijkheden. Verdachte heeft eenmaal positief gescoord op het gebruik van cannabis. Andere keren was hij zelf open over zijn gebruik (amfetamine). Het recidiverisico wordt als hoog ingeschat.
Bij een veroordeling adviseert de reclassering een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met de volgende bijzondere voorwaarden:
• Meldplicht bij reclassering;
• Ambulante behandeling met mogelijke kortdurende opname;
• Verblijf in begeleid wonen of maatschappelijke opvang;
• Verbod verdovende middelen;
• Alcoholverbod;
• Vermijden contact met minderjarigen;
• Vermijden digitale omgevingen seksueel kindermisbruik.

Straf

Voor verdachte geldt dat hij gedurende een lange periode veelvuldig een grote hoeveelheid kinderporno heeft verworven en in het bezit gehad, op basis waarvan kan worden geconcludeerd dat hij hier een gewoonte van heeft gemaakt. De oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) gaan voor het bezitten en verspreiden van kinderporno qua straftoemeting uit van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 24 maanden. De rechtbank neemt dit in het onderhavige geval ook als uitgangspunt.

In het voordeel van verdachte weegt de rechtbank mee dat hij een bekennende verklaring heeft afgelegd en dat hij zich authentiek schuldig lijkt te voelen over wat er is gebeurd. Daar staat tegenover dat verdachte vanaf het moment van inbeslagname van de gegevensdragers geen concrete stappen heeft gezet om zijn gedrag aan te pakken. Sterker nog, uit het dossier blijkt dat verdachte na de inbeslagname is doorgegaan met het plegen van soortgelijke feiten. Ook is duidelijk geworden dat verdachte, ondanks dat hij zelf aangeeft dat verdovende middelen een trigger zijn om kinderporno te bekijken, toch weer vervallen is in drugsgebruik. Hiermee laat verdachte zien dat hij slechts in beperkte mate verantwoordelijkheid neemt voor zijn handelen en geen volledig inzicht toont in het laakbare van zijn handelen. De rechtbank vindt het verder zorgelijk dat verdachte geen daginvulling heeft. Wel heeft verdachte een duidelijke hulpvraag en heeft hij zich bereid verklaard mee te werken aan behandeling en begeleiding.

De rechtbank is van oordeel dat niet volstaan kan worden met een geheel voorwaardelijke straf of een taakstraf. Omdat de rechtbank een minder lange periode bewezen acht dan de officier van justitie, ziet zij aanleiding om de door de officier van justitie geëiste straf te matigen. De ernst van de feiten, de duur daarvan en de persoon van verdachte rechtvaardigen een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 9 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar, met aftrek van de tijd doorgebracht in voorarrest. Met het voorwaardelijk deel van de gevangenisstraf wordt enerzijds de ernst van de feiten tot uitdrukking gebracht, terwijl anderzijds ruimte wordt geboden voor begeleiding en behandeling van verdachte. Aan het voorwaardelijk deel worden dan ook de bijzondere voorwaarden verbonden, zoals door de reclassering geadviseerd. De rechtbank zal aan het voorwaardelijke strafdeel een proeftijd van drie jaren verbinden om verdachte gedurende langere tijd te kunnen laten monitoren en ondersteunen.

De rechtbank beseft dat de kans bestaat dat verdachte met deze strafoplegging zijn woonruimte kwijt zal raken. Zij gaat er echter ook van uit dat verdachte met behulp van begeleiding en steun van de reclassering een goede start kan maken na detentie.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma als bedoeld in artikel 4 van de Penitentiaire beginselenwet.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 57, 240b (oud) en 252 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8 Beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1:

Voor de periode 1 januari 2023 tot en met 30 juni 2024:

afbeeldingen van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, verspreiden, verwerven en in bezit hebben, meermalen gepleegd, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt;

en

voor de periode van 1 juli 2024 tot en met 24 april 2025:

visuele weergaven van seksuele aard en met een onmiskenbaar seksuele strekking, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken, verspreiden, verwerven en in bezit hebben, meermalen gepleegd, terwijl van het begaan van het feit een gewoonte wordt gemaakt.

feit 2:

Voor de periode 1 januari 2022 tot en met 30 juni 2024:

afbeeldingen van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, verspreiden, aanbieden, verwerven en in bezit hebben, meermalen gepleegd, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt;

en

voor de periode van 1 juli 2024 tot en met 11 november 2024:

visuele weergaven van seksuele aard en met een onmiskenbaar seksuele strekking, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken, verspreiden, aanbieden, verwerven en in bezit hebben, meermalen gepleegd, terwijl van het begaan van het feit een gewoonte wordt gemaakt.

feit 3:

Voor de periode 1 september 2020 tot en met 30 juni 2024:

afbeeldingen van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken verwerven en in bezit hebben, meermalen gepleegd, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt;

en

voor de periode van 1 juli 2024 tot en met 30 november 2024:

visuele weergaven van seksuele aard en met een onmiskenbaar seksuele strekking, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken, verwerven en in bezit hebben, meermalen gepleegd, terwijl van het begaan van het feit een gewoonte wordt gemaakt.

- verklaart verdachte strafbaar;

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 9 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- stelt als bijzondere voorwaarden:

1.dat verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak meldt de verdachte zich binnen drie dagen nadat de proeftijd is ingegaan bij SVG Novadic-Kentron reclassering te [plaats];

2.dat verdachte zich gedurende de proeftijd laat behandelen door ggz [hulpverlening] en bij verslavingszorg Novadic-Kentron en/of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op diagnostiek, recidive-inschatting, psychische problematiek, verslavingsproblematiek en seksueel grensoverschrijdend gedrag. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat verdachte voorgeschreven medicatie zal gebruiken. Indien er sprake is van een terugval in middelengebruik/bij overmatig middelengebruik en/of een zodanige verslechtering van de psychische toestand van verdachte dat een kortdurende klinische opname voor detoxificatie/stabilisatie/observatie/diagnostiek/crisisbehandeling noodzakelijk is, kan de

reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een dergelijke kortdurende klinische opname voor de duur van maximaal 7 weken. Indien de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende klinische opname indiceert, nadat dit door de rechter is bevolen, laat verdachte zich opnemen in een zorginstelling te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing;

3.dat verdachte zich gedurende de proeftijd of zoveel korter als de reclassering dat nodig vindt, conformeert aan afspraken met en regels van Unitio, of een soortgelijke instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering opstelt;

4.dat verdachte gedurende de proeftijd geen verdovende middelen genoemd in lijst I (harddrugs), lijst II (softdrugs) en geen middelen die vallen onder een stofgroep genoemd in lijst IA in de Opiumwet gebruikt, tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik. Verdachte moet gedurende de proeftijd meewerken aan controles. Dit kunnen zijn

urineonderzoek/ademonderzoek/speekseltest. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd;

5.dat verdachte op geen enkele wijze contact zoekt met minderjarigen. Hij vermijdt deze contacten zoveel mogelijk. Als contacten onvermijdelijk zijn, zorgt verdachte dat zijn zus en/of moeder hierbij aanwezig zijn;

6. dat verdachte gedurende de proeftijd:

1. digitale omgevingen vermijdt waarin hij in aanraking kan komen met kinderpornografisch materiaal;

2. digitale omgevingen vermijdt waarin (over seksuele handelingen) met minderjarigen wordt gecommuniceerd;

games met chatfunctie, die specifiek ontwikkeld zijn voor minderjarigen vermijdt;

3. geen gebruik maakt van virtuele machines, versleutelprogramma's (zoals Bitlocker, Veracrypt) of applicaties die helpen de identiteit te verbergen (zoals een VPN), tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik (zoals voor werk of voor bankzaken);

4. inzicht geeft in de wijze waarop hij de omgevingen genoemd onder 1. en 2. zal vermijden en bespreekt hoe dit verlopen is voor het verstreken deel van de proeftijd.

Het toezicht op de naleving van de onderdelen 1. tot en met 3. beperkt zich tot geautomatiseerde controles van digitale apparaten (zoals computers, smart devices, USB-sticks, SD-kaarten, externe harde schijven) waarop bestanden kunnen worden opgeslagen en/of waarmee internet kan worden benaderd en die verdachte in gebruik heeft.

Verdachte werkt mee aan deze controles tijdens (on)aangekondigde huisbezoeken en verschaft toegang tot alle aanwezige digitale apparaten die betrokkene in gebruik heeft. Hieronder wordt begrepen het verstrekken van wachtwoorden, codes of andere wijzen van ontgrendeling of ontsluiting zoals vingerafdrukken, die nodig zijn voor toegang. Op verzoek past verdachte de instellingen zodanig aan dat controle mogelijk is. De wijzigingen mogen niet leiden tot definitieve wijzigingen aan het apparaat en worden aan het einde van de controle weer teruggezet. De controles worden uitgevoerd door de reclassering. Indien en voor zover noodzakelijk mag de reclassering voor ondersteuning op technisch en digitaal gebied een specialist, niet zijnde een opsporingsambtenaar meenemen.

De controles mogen gedurende de proeftijd maximaal drie keer per aantal jaren proeftijd uitgevoerd worden. Toelichting: bij 4 jaren proeftijd mag de controle dus maximaal 3 maal 4=12 keer worden uitgevoerd, waarbij de persoonlijke levenssfeer van verdachte zoveel mogelijk wordt geëerbiedigd. De controles strekken er in het bijzonder niet toe een min of meer volledig beeld te krijgen van het persoonlijke leven van verdachte;

* dat verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, medewerking verleent aan het nemen van vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage biedt;

* dat verdachte medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarde/voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf.

Dit vonnis is gewezen door mr. H. Faouzi, voorzitter, mr. E.B. Prenger en mr. K. Verschueren, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.R. Tafazzul, griffier,

en is uitgesproken ter openbare zitting op 30 juni 2026.

De voorzitter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I: De tenlastelegging

1
(beeldmateriaal geüpload + gewoonte blijkens NCMEC meldingen)

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2023 tot en
met 24 april 2025 te [plaats] , althans in Nederland,
meermalen, althans eenmaal,

(in de periode van 1 januari 2023 tot en met 30 juni 2024, artikel 240b Wetboek van
Strafrecht)
een of meer afbeeldingen en/of - gegevensdragers, bevattende afbeeldingen - van
een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar
nog niet had bereikt was betrokken en/of schijnbaar was betrokken

heeft
verspreid en/of
aangeboden en/of
openlijk tentoongesteld en/of
verworven en/of
in bezit heeft gehad en/of
zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een
communicatiedienst de toegang daartoe heeft verschaft

en/of

(in de periode van 1 juli 2024 tot en met 24 april 2025, artikel 252 Wetboek van
Strafrecht)
een of meer visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele
strekking
waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt
was betrokken of schijnbaar was betrokken

heeft
verspreid en/of
aangeboden en/of
openlijk tentoongesteld en/of
verworven en/of
in bezit heeft gehad en/of
zich daartoe de toegang heeft verschaft

te weten foto's en/of video’s en/of films

waarop te zien is dat:

die persoon vaginaal en/of anaal wordt/worden gepenetreerd met een penis
(afbeeldingen/visuele weergaven uit rapporten (NCMEC) [nummer 1] , [nummer 2] ,
[nummer 3] , [nummer 4] , [nummer 5] , [nummer 6] , [nummer 7] , [nummer 8] , [nummer 9] ,
[nummer 10] , [nummer 11] , [nummer 12] , [nummer 13] , [nummer 14] , [nummer 15] , [nummer 16] ,
[nummer 17] , [nummer 18] , [nummer 19] , [nummer 20] , [nummer 21] )

terwijl van het begaan van dit feit een beroep of gewoonte werd gemaakt;

(art. 240b lid 1 en 2 Wetboek van Strafrecht (oud) en/of art. 252 en art. 254 lid 1 sub c Wetboek van Strafrecht)

2
(verspreiden en bezit + gewoonte 2 telefoons)

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 augustus 2014 tot en
met 11 november 2024 te [plaats] , althans in Nederland,
meermalen, althans eenmaal,

(in de periode van 1 augustus 2014 tot en met 30 juni 2024, artikel 240b Wetboek van
Strafrecht)
een of meer afbeeldingen en/of - gegevensdragers, bevattende afbeeldingen - van
een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar
nog niet had bereikt was betrokken en/of schijnbaar was betrokken

heeft
verspreid en/of
aangeboden en/of
openlijk tentoongesteld en/of
verworven,
in bezit heeft gehad en/of
zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking
van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft

en/of

(in de periode van 1 juli 2024 tot en met 11 november 2024, artikel 252 Wetboek van
Strafrecht)
een of meer visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele
strekking
waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt
was betrokken of schijnbaar was betrokken

heeft
verspreid en/of
aangeboden en/of
openlijk tentoongesteld en/of
verworven,
in bezit heeft gehad en/of
zich daartoe de toegang heeft verschaft

te weten
- foto's en/of video’s en/of films en/of
- gegevensdragers, te weten (een) mobiele telefoon(s) (iPhone 14 Plus, iPhone 12)

waarop te zien is dat:

die persoon oraal, vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met een penis en/of
vinger/hand en/of voorwerp
en/of
een ander persoon oraal en/of vaginaal wordt gepenetreerd met een penis door die
persoon
en/of
het eigen lichaam vaginaal wordt gepenetreerd met een vinger/hand en/of
voorwerp, door die persoon
(afbeelding/visuele weergave #02, #03, #04, #05, #06, #10, #12, #13, #15, #16, #17, #18 van toonmap)

en/of

het geslachtsdeel en/of de billen van die persoon met een penis en/of vinger/hand
en/of mond/tong wordt/worden aangeraakt
en/of
het geslachtsdeel en/of de billen van een ander kind/persoon met een penis en/of
vinger/hand en/of mond/tong wordt/worden aangeraakt door die persoon
en/of
die persoon het eigen geslachtsdeel en/of de eigen billen en/of de eigen borsten
met een vinger/hand en/of voorwerp aanraakt
(afbeelding/visuele weergave #04, #07, #08, #09, #17, #18 van toonmap)

en/of

die persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij
- die persoon geheel of gedeeltelijk naakt is en/of gekleed is en/of in een omgeving
en/of met een voorwerp en/of in een (erotisch getinte) houding op een wijze die
niet bij zijn leeftijd past
en/of
- die persoon zich in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn kleding
ontdoet
en/of
- door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van
kleden van die persoon en/of de uitsnede van de foto’s/films nadrukkelijk het
geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld worden gebracht
(afbeelding/visuele weergave #07, #09, #11, #14 van toonmap)

en/of

dat bij/op het gezicht en/of het lichaam van die persoon wordt gemasturbeerd
en/of
bij/op het gezicht en/of het lichaam van die persoon sperma wordt gespoten
en/of
bij/naast het gezicht en/of het lichaam van die persoon een (stijve) penis
wordt gehouden
(afbeelding/visuele weergave #01, #15 van toonmap),

terwijl van het begaan van dit feit een beroep of gewoonte werd gemaakt;

(art. 240b lid 1 en lid 2 Wetboek van Strafrecht (oud) en/of art. 252 en art. 254 lid 1
sub c Wetboek van Strafrecht)

3
(bezit + gewoonte laptop)

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 september 2020 tot
en met 30 november 2024 te [plaats] , althans in Nederland,

meermalen, althans eenmaal,

(in de periode van 1 september 2020 tot en met 30 juni 2024, artikel 240b Wetboek
van Strafrecht)
een of meer afbeeldingen en/of - gegevensdragers, bevattende afbeeldingen - van
een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar
nog niet had bereikt was betrokken en/of schijnbaar was betrokken

heeft verworven,
in bezit heeft gehad en/of
zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking
van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft

en/of

(in de periode van 1 juli 2024 tot en met 30 november 2024, artikel 252 Wetboek van
Strafrecht)
een of meer visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele
strekking
waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt
was betrokken of schijnbaar was betrokken

heeft verworven,
in bezit heeft gehad en/of
zich daartoe de toegang heeft verschaft

te weten
- foto's en/of video’s en/of films en/of
- gegevensdragers, te weten een laptop (Chromebook Acer)

waarop te zien is dat:

die persoon oraal, vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met een penis en/of
mond/tong
en/of
een ander persoon oraal wordt gepenetreerd met een penis en/of mond/tong door
die persoon
(afbeelding/visuele weergave #02, #03, #05, #07 van toonmap)

en/of

de billen en/of een ander lichaamsdeel van die persoon met een vinger/hand en/of
mond/tong wordt/worden aangeraakt
en/of
het geslachtsdeel van een ander kind/persoon met een vinger/hand en/of
mond/tong wordt/worden aangeraakt door die persoon
(afbeelding/visuele weergave #01 van toonmap)

en/of

die persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij die persoon geheel of
gedeeltelijk naakt is
(afbeelding/visuele weergave #06 van toonmap)

en/of

dat bij/op het gezicht en/of het lichaam van die persoon wordt gemasturbeerd
en/of
bij/naast het gezicht en/of het lichaam van die persoon een (stijve) penis
wordt gehouden
(afbeelding/visuele weergave #04 van toonmap),

terwijl van het begaan van dit feit een beroep of gewoonte werd gemaakt;

(art. 240b lid 1 en lid 2 Wetboek van Strafrecht (oud) en/of art. 252 en art. 254 lid 1
sub c Wetboek van Strafrecht)