Strafrecht overig
Verdachte wordt veroordeeld voor meedere bedreigingen tot een gevangenisstraf van vier maanden waarvan één…
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 14 juli 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:6399 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 14 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/strafrecht/strafrecht-overig/op-tegenspraak/ecli-nl-rbzwb-2026-6399
Zaakgegevens
Op 14 juli 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Breda
- Datum uitspraak
- 14 juli 2026
- Datum publicatie
- 14 juli 2026
- Zaaknummer
- 02-088420-26
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Op tegenspraakOp tegenspraakBeide partijen – of in een strafzaak de verdachte – hebben zich verweerd; het tegenovergestelde van verstek.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2026:6399
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verdachte wordt veroordeeld voor meedere bedreigingen tot een gevangenisstraf van vier maanden waarvan één maand voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Gelijktijdig is het verzoek tot het afgeven van een zorgmachtiging behandeld. Dit verzoek is toegewezen.
Uitspraak
Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummer: 02-088420-26
Vonnis van de meervoudige kamer van 14 juli 2026
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 2005 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] ,
nu gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [locatie] ,
raadsman mr. C.A. Pietsch, advocaat te Eindhoven.
1 Onderzoek op de terechtzitting
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 30 juni 2026, waarbij de officier van justitie mr. P. Kuipers en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.
2 De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte
feiten 1, 2, 3, 4 en 5: zich schuldig heeft gemaakt aan bedreiging.
3 De voorvragen
De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.
4 De beoordeling van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht alle feiten wettig en overtuigend bewezen.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich voor de bewezenverklaring van alle feiten gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Het oordeel van de rechtbank
Aangezien verdachte ten aanzien van alle feiten een bekennende verklaring heeft afgelegd en ter zake daarvan geen vrijspraak is bepleit, zal worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering.
De rechtbank acht het feit wettig en overtuigend bewezen, gelet op:
- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de zitting van 30 juni 2026;
- de aangifte (met bijlage) van [slachtoffer 1] van 28 juli 2025, pagina 6 e.v., van het eindproces-verbaal van de politie eenheid Zeeland-West-Brabant, district Hart van Brabant, registratienummer PL2000-2025250660;
- de aangifte (met bijlage) van [slachtoffer 2] van 18 september 2025, pagina 27 e.v., van het eindproces-verbaal van de politie eenheid Zeeland-West-Brabant, district Hart van Brabant, registratienummer PL2000-2025250660;
- de aangifte van [slachtoffer 3] van 13 maart 2026, pagina 10 e.v., van het eindproces-verbaal van de politie eenheid Zeeland-West-Brabant, district Hart van Brabant, registratienummer PL2000-2026077903;
- de aangifte van [slachtoffer 2] van 23 maart 2026, pagina 15 e.v., van het eindproces-verbaal van de politie eenheid Zeeland-West-Brabant, district Hart van Brabant, registratienummer PL2000-2026077903;
- de aangifte (met bijlage) van [slachtoffer 1] van 23 maart 2026, pagina 21 e.v., van het eindproces-verbaal van de politie eenheid Zeeland-West-Brabant, district Hart van Brabant, registratienummer PL2000- 2026077903
- de aangifte (met bijlage) van [slachtoffer 4] van 24 maart 2026, pagina 29 e.v., van het eindproces-verbaal van de politie eenheid Zeeland-West-Brabant, district Hart van Brabant, registratienummer PL2000-2026077903.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
Feit 1
op 23 maart 2026 in Nederland, [slachtoffer 1] en [slachtoffer 4] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 4] dreigend via WhatsApp en/of SMS de woorden toe te voegen
- " Ik ben niet vergeten oke ik ga het eerste naar [naam] land nacht komt naar Nederland je en [slachtoffer 4] en [slachtoffer 2] andere ook doodmaken" en/of
- " Dat is niet grappig echt ik koop grote mes dana ik moet met mes dood bogen" en/of
-"Echt waar [slachtoffer 1] ik ben doodmaken bogen en ik ben als los met familie en vrienden ruzie gemaakt" en/of
- " Nu ik heb geen toekomst mij plan is je en [slachtoffer 2] en [persoon] en [slachtoffer 4] en syomen en semere dood" en/of
- " Waar ben je" en/of
- " Ik kom je dood maken" en/of
- " Vandaag ik ben in [plaats 1] naar jou en [slachtoffer 4] opzoek" en/of
- " Geloof mij" en/of
- “ Een keer van mij leven niet goed gemaakt dan ik moet dood maken mensen makkelijker” en/of
- “ Waar ben je ik moet doodmaken jou”,
en daarbij een foto te sturen van een stoel in een trein;
Feit 2
op 23 maart 2026 in Nederland, [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht door die [slachtoffer 2] via een SMS-bericht dreigend de woorden toe te voegen
- " Ik ben echt naar mensen en je opzoek nu dood maken" (boze smiley) en
- " Waar ben je struur mij jou anderes";
Feit 3
op 6 maart 2026 in Nederland, [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] en [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] en [slachtoffer 1] middels tussenkomst van een jongerenwerker dreigend de woorden toe te voegen "Ik wil jullie gaan vermoorden met een mes. Ik ga actie ondernemen voor mijn eigen toekomst en jullie pakken met een mes";
Feit 4
in de periode van 7 september 2025 tot en met 18 september 2025 in Nederland, [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht door die [slachtoffer 2] dreigend via WhatsApp de woorden toe te voegen:
- “ Echt waar ik moet [slachtoffer 2] dood maken deze jaar” en/
- “ Moet ook je dood maken” en
- “ Wchat even ik moet je dood maken waar ben je” en
- “ Je bent mij dood toch en ik moet ook jou dood” en
- “ Echt waar ik ben dom [slachtoffer 2] en ik moet dood jou oké”,
en
- daarbij een foto te sturen van een mes;
Feit 5
op 26 juli 2025 in Nederland, [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht door die [slachtoffer 1] dreigend via WhatsApp de woorden toe te voegen:
- “ Je dood maken oké wacht even oké” en
- “ Ik moet je doodmaken kom je op maandag naar de kantoor” en
- “ Snel terug geef mijn met ogen dicht pakken of ik moet iemand doodmaken graag jullie”,
en
- daarbij een foto te sturen waarop hij, verdachte, althans een onbekend gebleven persoon, een mes in zijn hand vast heeft.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
5 De strafbaarheid
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.
6 De strafoplegging
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van drie maanden waarvan één maand voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Aan het voorwaardelijke deel kunnen dan de volgende bijzondere voorwaarden worden gekoppeld: een meldplicht bij de reclassering, het meewerken aan huisvesting en het volgen van ambulante begeleiding.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging kan zich vinden in de door de officier van justitie geëiste straf.
Het oordeel van de rechtbank
Verdachte heeft zich in een periode van acht maanden meerdere keren schuldig gemaakt aan verschillende bedreigingen van medewerkers van [jeugdzorgorganistie] . Dit zijn zowel directe bedreigingen waarbij verdachte meerdere berichten rechtstreeks naar de slachtoffers heeft verstuurd als indirecte bedreigingen waarbij de bedreigingen telefonisch zijn geuit richting een andere medewerker bestemd voor de slachtoffers. De rechtbank neemt het verdachte kwalijk dat hij deze bedreigingen kracht heeft bijgezet door een foto te sturen van een mes of een foto waaruit blijkt dat hij in de trein zat onderweg naar de slachtoffers.
Verdachte heeft met zijn handelen een inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de slachtoffers en heeft hen gevoelens van angst en onrust bezorgd. Dit terwijl de slachtoffers hulpverleners zijn, zij het beste met verdachte voorhadden en gewoon hun werk deden.
De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van verdachte, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld. Verder blijkt uit het reclasseringsrapport dat er geen aanleiding wordt gezien om het adolescentenstrafrecht toe te passen. De rechtbank neemt deze zienswijze over.
Gelet op de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS), de aard van de bedreigingen en het feit dat verdachte gedurende een langere periode stelselmatig hulpverleners heeft lastiggevallen is de rechtbank van oordeel dat niet met een andere straf dan een gevangenisstraf kan worden volstaan. Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf van vier maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan één maand voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar passend en geboden.
Gelijktijdig met de strafzaak heeft de rechtbank ook het verzoek tot het afgeven van een zorgmachtiging behandeld. De rechtbank heeft in die procedure het verzoek toegewezen. Dit betekent dat er een zorgmachtiging is verleend om verdachte in de periode van 30 juni 2026 tot en met 30 december 2026 verplichte zorg te geven. Deze zorg is niet alleen noodzakelijk om de toestand van verdachte zelf te verbeteren, maar ook om de risico’s en gevaren voor anderen af te laten nemen.
Gelet hierop en wat op de zitting is besproken acht de rechtbank het van belang dat de zorg en behandeling die verdachte nodig heeft in het kader van de zorgmachtiging worden uitgevoerd en dat in het kader van het voorwaardelijk strafdeel de reclassering enkel een toezichthoudende taak krijgt. De rechtbank benadrukt dan ook dat de reclassering in deze zaak geen behandelende/begeleidende rol heeft. Gelet hierop verbindt de rechtbank aan het voorwaardelijke strafdeel enkel de volgende voorwaarden: een meldplicht bij de reclassering en het meewerken aan huisvesting.
7 De wettelijke voorschriften
De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 57 en 285 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.
8 Beslissing
De rechtbank:
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
feiten 1, 2, 3, 4 en 5: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;
- verklaart verdachte strafbaar;
Strafoplegging
- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 4 maanden, waarvan 1 maand voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar;
- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;
- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;
- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- stelt als bijzondere voorwaarden:
* dat verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. De reclassering zal contact met verdachte opnemen voor de eerste afspraak;
* dat verdachte meewerkt aan het onderzoek vanuit de woningcoöperatie naar geschikte huisvesting, ook indien dit betekent dat hij een zogeheten (woon)begeleidingscontract krijgt aangeboden;
* dat verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, medewerking verleent aan het nemen van vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage biedt;
* dat verdachte medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;
- geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.F.C. Janssen, voorzitter, en mr. C.H.M. Pastoors en mr. K. Verschueren, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.C.L.J. Luijten, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 14 juli 2026.
Bijlage I: De tenlastelegging
1
hij op of omstreeks 23 maart 2026 te [plaats 2] en/of te [plaats 1] , althans in Nederland, [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 4] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 4] meermalen, althans eenmaal dreigend via WhatsApp en/of SMS de woorden toe te voegen
- " Ik ben niet vergeten oke ik ga het eerste naar [naam] land nacht komt naar Nederland je en [slachtoffer 4] en [slachtoffer 2] andere ook doodmaken" en/of
- " Dat is niet grappig echt ik koop grote mes dana ik moet met mes dood bogen" en/of
-"Echt waar [slachtoffer 1] ik ben doodmaken bogen en ik ben als los met familie en vrienden ruzie gemaakt" en/of
- " Nu ik heb geen toekomst mij plan is je en [slachtoffer 2] en [persoon] en [slachtoffer 4] en syomen en semere dood" en/of
- " Waar ben je" en/of
- " Ik kom je dood maken" en/of
- " Vandaag ik ben in [plaats 1] naar jou en [slachtoffer 4] opzoek" en/of
- " Geloof mij" en/of
- “ Een keer van mij leven niet goed gemaakt dan ik moet dood maken mensen makkelijker” en/of
- “ Waar ben je ik moet doodmaken jou”,
althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/ofdaarbij een foto te sturen van een stoel in een trein;
( art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht )
2
hij op of omstreeks 23 maart 2026 te [plaats 3] en/of te [plaats 2] , althans in Nederland, [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer 2] via een SMS-bericht dreigend de woorden toe te voegen
- " Ik ben echt naar mensen en je opzoek nu dood maken" (boze smiley) en/of
- " Waar ben je struur mij jou anderes",
althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
( art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht )
3
hij op of omstreeks 6 maart 2026 te [plaats 3] en/of te [plaats 2] , althans in Nederland, [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 1] middels tussenkomst van een jongerenwerker dreigend de woorden toe te voegen "Ik wil jullie gaan vermoorden met een mes. Ik ga actie ondernemen voor mijn eigen toekomst en jullie pakken met een mes" althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
( art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht )
4
hij in of omstreeks de periode van 7 september 2025 tot en met 18 september 2025 te [plaats 3] , althans in Nederland, [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer 2] meermalen, althans eenmaal dreigend via WhatsApp de woorden toe te voegen:
-“Echt waar ik moet [slachtoffer 2] dood maken deze jaar” en/of
- “ Moet ook je dood maken” en/of
- “ Wchat even ik moet je dood maken waar ben je” en/of
- “ Je bent mij dood toch en ik moet ook jou dood” en/of
- “ Echt waar ik ben dom [slachtoffer 2] en ik moet dood jou oké”,
althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, en/of
- ( daarbij) een foto te sturen van een mes;
( art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht )
5
hij op of omstreeks 26 juli 2025 te [plaats 2] , althans in Nederland, [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal
dreigend via WhatsApp de woorden toe te voegen:
- “ Je dood maken oké wacht even oké” en/of
- “ Ik moet je doodmaken kom je op maandag naar de kantoor” en/of
- “ Snel terug geef mijn met ogen dicht pakken of ik moet iemand doodmaken graag jullie”,
althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, en/of
- ( daarbij) een foto te sturen waarop hij, verdachte, althans een onbekend gebleven persoon, een mes in zijn hand vast heeft;
( art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht )