Strafrecht overig

Betreft een bezwaar van de advocaat tegen de beslissing van de rechter-commissaris. De raadsman had een…

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 28 juni 2023

Zaakgegevens

Op 28 juni 2023 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zittingsplaats
Breda
Datum uitspraak
28 juni 2023
Datum publicatie
5 juli 2023
Zaaknummer
02-018886-23
Procedure
Raadkamer
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2023:4645
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Betreft een bezwaar van de advocaat tegen de beslissing van de rechter-commissaris. De raadsman had een verzoek tot het horen van getuigen gedaan bij de RC en dit verzoek is afgewezen. Daartegen heeft de advocaat bezwaar gemaakt.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats Breda

parketnummer : 02-018886-23

beslissing op hoger beroep tegen beschikking van de rechter-commissaris van de raadkamer d.d. 28 juni 2023

in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte01] ,

geboren op [geboortedatum01] 1970 te [geboorteplaats01] ,

inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen:

[adres01] , [postcode01] [plaats01] .

Raadsman mr. G.J. Woodrow.

Procedure

De rechter-commissaris heeft bij beschikking van 15 juni 2023 het verzoek van de verdachte

tot het horen van getuigen afgewezen. De verdachte is op 22juni 2023 in bezwaar gekomen

tegen deze beschikking.

De rechtbank heeft de stukken gezien, waaronder de beschikking van de rechter-commissaris.

De rechtbank heeft in raadkamer van heden de officier van justitie en de raadsman, mr.

Woodrow gehoord. Verdachte is niet verschenen.

Inleiding

De raadsman heeft namens verdachte hij brief van 30 mei 2023 aan de rechter-commissaris

verzocht onderzoekshandelingen te verrichten, te weten het horen van:

- [getuige01] , [geboortedatum02] 1984.

- [getuige02] , [geboortedatum03] 1978.

- [getuige03] , [geboortedatum04] 1980.

Bij beschikking van 15juni 2023 heeft de rechter-commissaris het verzoek tot het horen van

de bovenstaande getuigen afgewezen en hiertoe het volgende overwogen:

De rechter-commissaris neemt het verdedigingsbelang als uitgangspunt bij de beoordeling

van het verzoek. In het licht van de laatste jurisprudentie (inzake Keskin) betekent dit dat

een getuige die belastend over een verdachte heeft verklaard (getuige à charge) en wiens

verklaring mogelijk kan gaan bijdragen aan het bewijs in de regel door de verdediging mag

worden gehoord, tenzij het horen van de getuige onmiskenbaar irrelevant of overbodig is

(“the testimony of the witness manifestly irrelevant or redunant” is.)

De getuigen zijn reeds bij de rechter-commissaris gehoord in de strafzaak tegen

[medeverdachte01] op verzoek van raadsman mr. van de Kerkhof, kantoorgenoot van mr. Woodrow.

De processen-verbaal van de getuigenverhoren van 13 juli 2022 en 4 augustus 2022 zijn op 30 maart 2023 door de officier van justitie toegevoegd aan de onderliggende strafzaak tegen [verdachte01] .

Na toevoeging van die stukken is namens de officier van justitie aan de raadsman verzocht

aan te geven of hij zijn verzoek om deze getuigen te mogen handhaaft. De raadsman heeft

aangegeven dat hij het verzoek handhaaft, maar heeft dit niet nader gemotiveerd.

De rechter-commissaris merkt in de eerste plaats op dat het uitermate ongelukkig is dat de

officier van justitie pas in een laat stadium heeft besloten ook [verdachte01] te

vervolgen en niet alleen [medeverdachte01] . De getuigen hadden vorige zomer dan in beide zaken gehoord kunnen worden. Uiteraard kan dit de verdediging niet worden tegen

geworpen, maar dit maakt wel dat van de verdediging mag worden verlangd dat gemotiveerd wordt welke meerwaarde het nogmaals horen van de getuigen heeft. Daarbij heeft de rechter-commissaris in aanmerking genomen dat zowel door haar als door de raadsman van de medeverdachte vragen zijn gesteld teneinde de betrouwbaarheid van de getuigen te kunnen toetsen. Het heeft geen enkel meerwaarde om dezelfde (soort) vragen opnieuw aan de getuigen te stellen. De raadsman heeft niet aangegeven welke andere, aanvullende vragen nog gesteld zouden moeten worden. Voorts neemt de rechter-commissaris in zijn algemeenheid mee dat naarmate de feiten waarover een getuige wordt gehoord langer geleden hebben plaatsgevonden de betrouwbaarheid van hetgeen wordt verklaard niet ten goede komt. Tenslotte speelt bij deze afweging mee dat het voor de getuigen belastend is om opnieuw gehoord te worden.

De rechter-commissaris is derhalve van oordeel dat zonder nadere motivering van de

verdediging sprake is van een uitzonderingssituatie als hiervoor bedoeld (manifestly

irrelevant or redunant”.)

De standpunten

In raadkamer heeft de raadsman, onder verwijzing naar de onderbouwing in zijn initiële

verzoek en in liet bezwaarschrift, betoogd dat het bezwaarschrift gegrond verklaard moet

worden. De getuigen verklaren belastend en de verdediging heeft het recht deze getuigen

zelf te horen.

In raadkamer heeft de officier van justitie aangegeven zich niet te verzetten tegen het horen

van deze getuigen.

Beoordeling

Bevoegdheid en ontvankelijkheid

De rechtbank is bevoegd tot afdoening van het bezwaar. Het bezwaarschrift is tijdig

ingediend en verdachte is daarom ontvankelijk in zijn bezwaar.

Beoordelingskader

Op grond van artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de

fundamentele vrijheden (hierna: EVRM) heeft een verdachte aanspraak op een behoorlijke

en effectieve mogelijkheid om getuigen in enig stadium van het geding te (doen)

ondervragen. Artikel 6 EVRM biedt een verdachte evenwel niet een onbeperkt recht om

getuigen te doen horen. Op 19 januari 202 1 heeft liet Europees Hof voor de Rechten van de

Mens (hierna: El-IRM) arrest gewezen in de zaak Keskin tegen Nederland (hierna:

het Keskin -arrest).

In zijn oordeel onderstreept het EHRM het belang van een verdachte om een getuige te

ondervragen (‘an adequate and proper opportunity to challenge and question a witness’).

Ten aanzien van een belastende verklaring van personen (in de woorden van het EHRM:

‘witness against the accused’ oLwitness for the prosecution’) geldt dat indien de rechter de

verklaring van een dergelijke getuige zou kunnen gebruiken voor het bewijs van het aan die

verdachte ten laste gelegde, in beginsel moet worden aangenomen dat de verdachte er

belang bij heeft deze persoon als getuige te horen, en er geen nadere eisen aan de motivering

van een verzoek tot het horen van een dergelijke getuige mogen worden gesteld.

Uitzonderingen hierop zijn denkbaar, zoals de situatie waarin de verklaring van de persoon

als getuige klaarblijkelijk irrelevant of overbodig is (manifestly irrelevant or redundant’), of

bijvoorbeeld wegens gegronde vrees van de persoon om als getuige gehoord te worden of

om gezondheidsredenen.

Toepassing op de onderhavige zaak

De rechtbank stelt vast dat de betreffende personen bij de politie belastend hebben

verklaard voor verdachte en dat daarmee de regel van het Keskin -arrest van toepassing is.

In deze zaak is er sprake van de specifieke omstandigheid dat de personen al door en voor

een rechter als getuige zijn gehoord in de zaak van een medeverdachte over hetzelfde

feitencomplex. De processen-verbaal van deze verhoren zijn toegevoegd aan het dossier van

verdachte. De raadsman van verdachte was voor deze verhoren niet uitgenodigd of

aanwezig, omdat de verdachte pas na deze verhoren is aangemerkt als verdachte door de

officier van justitie. De verdediging heeft derhalve nog niet de gelegenheid gehad vragen

aan de getuigen te stellen.

De raadsman gaf op de zitting van de rechtbank aan dat hij vragen aan de getuigen wilde

stellen vanuit het perspectief van zijn dient. Hieruit leidt de rechtbank af dat de raadsman

vragen wil stellen die in de eerdere verhoren nog niet gesteld zijn.

Onder de genoemde omstandigheden is er naar het oordeel van de rechtbank geen sprake

van dat het horen van de verzochte personen als getuigen klaarblijkelijk irrelevant of

overbodig moet worden beschouwd.

Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het bezwaarschrift gegrond

moet worden verklaard.

De rechtbank tekent daarbij aan dat de rechter bij het horen van eenzelfde getuige in

meerdere zaken tegelijk —mede uit proceseconomische overwegingen en ter bescherming

van de getuigen —kan verhinderen dat aan een getuige door verschillende advocaten

dezelfde vragen worden gesteld. Deze redenen voor het verhinderen van het stellen van

dezelfde vragen gelden onverkort in een situatie als onderhavige.

Beslissing

De rechtbank:

verklaart het bezwaarschrift van de verdachte gegrond,

verklaart dat de rechter-commissaris zal horen als getuige:

- [getuige01]

- [getuige02]

- [getuige03]

Deze beslissing is gegeven in raadkamer van deze rechtbank op 5 juli 2023 door:

mr. C.H.W.M. Sterk, voorzitter,

mr. E.B. Prenger en mr. K. Verschueren, rechters,

in tegenwoordigheid van J.P.E. Jacet, griffier.