Strafrecht overig
Klaagschrift niet-ontvankelijk
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 20 november 2023
ECLI:NL:RBZWB:2023:8476 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 20 november 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/strafrecht/strafrecht-overig/raadkamer/ecli-nl-rbzwb-2023-8476
Zaakgegevens
Op 20 november 2023 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Breda
- Datum uitspraak
- 20 november 2023
- Datum publicatie
- 5 december 2023
- Zaaknummer
- 23-016620
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- RaadkamerRaadkamerEen zitting die niet openbaar is, bijvoorbeeld over voorlopige hechtenis of een klacht over niet-vervolging.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2023:8476
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Klaagschrift niet-ontvankelijk
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Locatie Breda
rk.nummer: 23-016620
Beslissing op het klaagschrift ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering van:
[klager]
geboren op [geboortedag] 2006 te [geboorteplaats]
wonende op het adres [adres] ( [Land] )
hierna te noemen: klager.
Klager heeft in deze zaak woonplaats gekozen ten kantore van mr. R. El Bellaj, advocaat te Tilburg, op het adres Ringbaan-Noord 62, 5046 AC Tilburg.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
-
de kennisgeving van inbeslagname op grond van artikel 94 van het Wetboek van Strafvordering (hierna te noemen: Sv), waaruit blijkt dat op 21 mei 2023 onder klager in beslag is genomen: een snorfiets van het merk Piaggio, type Zip, kleur zwart en voorzien van het kenteken [kenteken] (hierna: de snorfiets).
-
het klaagschrift, ingediend op 22 juni 2023 ter griffie van deze rechtbank ingevolge artikel 552a Sv;
-
het verweerschrift van de officier van justitie; en
-
de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.
Het klaagschrift is behandeld in raadkamer op 6 november 2023. Gehoord zijn de officier van justitie, mr. G. Smid, en mr. El Bellaj als gemachtigd raadsman van klager.
Klager is behoorlijk opgeroepen, maar niet bij de behandeling van het klaagschrift verschenen.
Het klaagschrift strekt tot opheffing van het gelegde beslag met last tot teruggave aan klager. Daartoe is aangevoerd dat het Openbaar Ministerie niet heeft bewezen dat de scooter was voorzien van onderdelen afkomstig van diefstal. Voorts voert klager aan dat als er onderdelen afkomstig zijn van diefstal, dat enkel die onderdelen mogen worden vernietigd en niet de gehele scooter.
In raadkamer heeft de raadsman medegedeeld dat klager op 6 november 2023 een afhaalbericht van de Domeinen Roerende Zaken heeft ontvangen en dat hij de snorfiets daar reeds heeft opgehaald. De raadsman heeft het afhaalbericht aan de rechtbank overgelegd.
2 De beoordeling
De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.
Het klaagschrift is tijdig ingediend.
De rechtbank stelt vast dat het beslag gelegd op grond van artikel 94 Sv reeds is geëindigd, omdat uit het door de raadsman overgelegde stuk blijkt dat de Domeinen Roerende Zaken op 13 oktober 2023 een opdracht tot teruggave heeft ontvangen en er dus kennelijk sprake is van een last tot teruggave van de zijde van de officier van justitie. Klager heeft de snorfiets vervolgens opgehaald. De rechtbank zal klager niet ontvankelijk verklaren in zijn beklag.
3 De beslissing
De rechtbank verklaart:
- klager niet-ontvankelijk in zijn klaagschrift.
Deze beslissing is op 20 november 2023 gegeven door mr. R.J.H. Goossens, rechter, in tegenwoordigheid van mr. D. van Spelde, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 november 2023.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).