Strafrecht overig

Schadevergoeding toewijzen

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 11 december 2023

Zaakgegevens

Op 11 december 2023 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
11 december 2023
Datum publicatie
29 december 2023
Zaaknummer
23-014149 en 23-014150
Procedure
Raadkamer
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2023:9231
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Schadevergoeding toewijzen

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats Middelburg

parketnummer : 02-126065-23

raadkamernummer : 23-014149 en 23-014150

datum : 27 november 2023

beslissing van de enkelvoudige raadkamer op de verzoeken op grond van artikel 530 en 533 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[de verzoeker] ,

geboren op [geboortedag] 2002 te [geboorteplaats] ,

woonplaats kiezend op het kantoor van mr. R.C. Fransen, advocaat te Amsterdam (Jozef Israelskade 450, 1074 SW Amsterdam),

hierna te noemen: de verzoeker.

1 De procedure

De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:

? het verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding ex artikel 533 Sv ten laste van de Staat voor een bedrag van:

- € 130,00 € 130,00 voor schade wegens ondergane inverzekeringstelling;

  • het verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv ten laste van de Staat voor een bedrag van € 340,00 dan wel € 680,00 zijnde de kosten met betrekking tot het opstellen, indienen en behandelen van de verzoekschriften in raadkamer;

  • het sepot d.d. 20 mei 2023;

  • de schriftelijke reactie van de officier van justitie.

Op 27 november 2023 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie, mr. R.C.P. Rammeloo en de gemachtigd raadsman mr. R.C. Fransen gehoord.

Verzoeker is behoorlijk opgeroepen doch niet bij de behandeling in raadkamer verschenen.

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het gevraagde bedrag aan kosten in zijn geheel kan worden toegewezen.

De raadsman persisteert bij hetgeen hij in de verzoekschriften naar voren heeft gebracht.

2 De beoordeling

De rechtbank overweegt als volgt.

De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel of met zodanige oplegging, doch op grond van een feit waarvoor voorlopige hechtenis niet is toegelaten en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen, nu de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank is vervolgd, zou worden vervolgd of laatstelijk werd vervolgd.

Ingevolge artikel 533 Sv kan aan een verdachte die niet wordt veroordeeld of wiens zaak wordt geseponeerd een vergoeding worden toegekend van de schade die hij ten gevolge van ondergane verzekering, klinische observatie of voorlopige hechtenis heeft geleden.

Ingevolge artikel 530 Sv wordt aan de gewezen verdachte een vergoeding toegekend in

de ten behoeve van het onderzoek en de behandeling van de zaak gemaakte reis- en verblijfkosten, en kan een vergoeding worden toegekend voor de schade welke hij ten gevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling der zaak ter terechtzitting werkelijk heeft geleden, alsmede, behoudens in het zich hier niet voordoende geval dat - kort gezegd - de raadsman was toegevoegd, in de kosten van een raadsman.

Ingevolge artikel 534, eerste en vierde lid, Sv vindt toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe, naar het oordeel van de rechtbank, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.

Verzoeker heeft 1 dag in verzekering doorgebracht. De LOVS-uitgangspunten gaan uit van een forfaitaire vergoeding van € 130,00 per dag voor het verblijf op het politiebureau of in het Huis van Bewaring met beperkingen of in een extra beveiligde inrichting (EBI) en € 100,00 in de overige gevallen.

De gevraagde vergoeding is conform de LOVS-uitgangspunten. De rechtbank ziet geen reden daarvan af te wijken. De rechtbank zal naar billijkheid een bedrag toekennen van

€ 130,00.

Voor de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer wordt het forfaitaire bedrag van € 680,00 toegekend.

3 De beslissing

De rechtbank:

wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 533 Sv toe tot een bedrag van € 130,00;

wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv toe tot een bedrag van

€ 680.

De rechtbank bepaalt dat een bedrag van € 810,00 zal worden overgemaakt op [rekeningnummer] ten name van Beheer Derdengelden Fransen & Pothast Advocaten, onder vermelding van “ [kenmerk] ”.

Deze beslissing is op 11 december 2023 gegeven door mr. J.P.M. Hopmans, rechter, in tegenwoordigheid van I.L. Bruijnooge, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 december 2023.

INFORMATIE RECHTSMIDDEL

Tegen de beslissing ex artikel 533 en ex 530 Sv kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van deze beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (artikel 535 lid 1 Sv).