Strafrecht overig
Verzoekschrift schadevergoeding toegewezen.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 4 maart 2025
ECLI:NL:RBZWB:2025:1489 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 4 maart 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/strafrecht/strafrecht-overig/raadkamer/ecli-nl-rbzwb-2025-1489
Zaakgegevens
Op 4 maart 2025 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 4 maart 2025
- Datum publicatie
- 14 maart 2025
- Zaaknummer
- 02-016186-24
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- RaadkamerRaadkamerEen zitting die niet openbaar is, bijvoorbeeld over voorlopige hechtenis of een klacht over niet-vervolging.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2025:1489
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzoekschrift schadevergoeding toegewezen.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
parketnummer : 02-016186-24
raadkamernummer : 24-024745
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het verzoek op grond van artikel 530 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[de verzoeker],
geboren op [geboortedag] 1998 te [geboorteplaats],
woonplaats kiezend op het kantoor van mr. R.T.K. Davidse, advocaat te Middelburg (Damplein 3, 4331 GC Middelburg),
hierna te noemen: de verzoeker.
1 De procedure
De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
? het op 7 oktober 2024 bij de griffie ingediende verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 van het Wetboek van strafvordering (Sv) ten laste van de Staat voor een bedrag van:
-
€ 871,20, voor vergoeding van kosten rechtsbijstand;
-
€ 340,00 als forfaitaire vergoeding voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift dan wel € 680,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
-
de kennisgeving sepot van 12 juli 2024;
-
de schriftelijke reactie van de officier van justitie;
-
de overige stukken in het raadkamerdossier.
Op 18 februari 2025 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. T.C.M. Hendriks en mr. M.V. de Nooijer als gemachtigd en tevens waarnemend advocaat van verzoeker, gehoord.
Verzoeker is behoorlijk opgeroepen, maar niet bij de behandeling van het verzoek verschenen.
De strafzaak tegen verzoeker is op 12 juli 2024 geseponeerd. Om die reden wordt verzocht de vergoeding van de hierboven genoemde kosten toe te wijzen. De advocaat van verzoeker heeft in raadkamer aangevoerd dat de verzochte kosten billijk zijn en dat niet is gebleken dat de strafzaak onmiskenbaar tot een veroordeling zou hebben geleid.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het gehele verzoek kan worden toegewezen.
2 De beoordeling
De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.
De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen omdat de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank is vervolgd, zou worden vervolgd of voor het laatst werd vervolgd.
Op grond van artikel 530 Sv kan een vergoeding voor de kosten van een raadsman worden toegekend, tenzij de raadsman was toegevoegd.
Artikel 534 lid 1 Sv bepaalt dat de toekenning van een schadevergoeding steeds plaatsheeft, als en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter gronden van billijkheid aanwezig zijn. Bij deze beoordeling worden alle omstandigheden in aanmerking genomen.
Het verzochte bedrag aan kosten van rechtsbijstand ter hoogte van € 871,20 is in voldoende mate onderbouwd en komt de rechtbank billijk voor. De rechtbank is van oordeel dat uit het raadkamerdossier bovendien niet blijkt dat verzoeker de kosten aan zichzelf te wijten heeft gehad. De rechtbank zal dit bedrag toewijzen.
Voor de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer wordt het forfaitaire bedrag van € 680,00 toegekend.
3 De beslissing
De rechtbank:
wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv toe tot een bedrag van
€ 1.551,20, bestaande uit:
- € 871,20 aan kosten van rechtsbijstand;
- € 680,00 de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
bepaalt dat een bedrag van € 871,20 zal worden overgemaakt op rekeningnummer [rekeningnummer 1]
ten name van [B.V.], onder vermelding van “[de verzoeker]/OM”;
bepaalt dat een bedrag van € 680,00 zal worden overgemaakt op rekeningnummer [rekeningnummer 2] ten name van [kantoor], onder vermelding van “[de verzoeker]/OM”.
Deze beslissing is op 4 maart 2025 genomen door mr. J.C. Gillesse, rechter, in tegenwoordigheid van mr. A.S.S. Fanis en mr. J. van Eekelen, griffiers, en is uitgesproken op de openbare zitting van 4 maart 2025.
Mr. Fanis en mr. Van Eekelen zijn niet in de gelegenheid deze beslissing mede te ondertekenen.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen de beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van de beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.