Strafrecht overig
verzoekschrift 530 Sv. en 164 WvW, toewijzen na aanpassing, schriftelijk
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 20 juni 2025
ECLI:NL:RBZWB:2025:5300 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 20 juni 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/strafrecht/strafrecht-overig/raadkamer/ecli-nl-rbzwb-2025-5300
Zaakgegevens
Op 20 juni 2025 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Breda
- Datum uitspraak
- 20 juni 2025
- Datum publicatie
- 8 augustus 2025
- Zaaknummer
- RK 24-031914 en 25-015162
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- RaadkamerRaadkamerEen zitting die niet openbaar is, bijvoorbeeld over voorlopige hechtenis of een klacht over niet-vervolging.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2025:5300
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
verzoekschrift 530 Sv. en 164 WvW, toewijzen na aanpassing, schriftelijk
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Locatie Breda
parketnummer: 96-124026-23
rk-nummers: 24-031914 en 25-015162
Beslissing op het verzoek ex artikel 530 Sv en ex artikel 164, negende lid, van de Wegenverkeerswet 1994 van:
[verzoeker]
geboren op [geboortedag] 1981,
wonende te [adres]
woonplaats kiezende ten kantore van mr. J.T. Willemsen, Kenaupark 19, 2011 MR Haarlem
1 De procedure
De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
? het op 24 december 2024 bij de griffie ingediende verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 van het Wetboek van strafvordering (Sv) en ex artikel 164, negende lid, van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW) ten laste van de Staat voor een bedrag van:
-
€ 847,00, voor vergoeding van kosten rechtsbijstand;
-
€ 345,00, voor vergoeding van de dagen dat het rijbewijs van verzoeker is ingevorderd;
-
€ 340,00 als forfaitaire vergoeding voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift dan wel € 680,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
-
de kennisgeving sepot van 25 september 2024;
-
de schriftelijke reactie van de officier van justitie;
-
de overige stukken in het raadkamerdossier.
Op 27 mei 2025 heeft het onderzoek in raadkamer plaatsgevonden. Hierbij is de officier van justitie gehoord.
Verzoeker en zijn advocaat zijn behoorlijk opgeroepen, maar niet bij de behandeling van het verzoek verschenen.
Namens verzoeker wordt aangevoerd dat de strafzaak tegen hem bij bericht van 25 september 2024 door de officier van justitie is geseponeerd. Naar aanleiding van deze verdenking heeft verzoeker kosten van rechtsbijstand moeten maken ad € 847,00. Daarnaast heeft hij kosten moeten maken bij het CBR ad € 1.099,00, te vermeerderen met de forfaitaire vergoeding voor het opstellen, indienen en behandelen van dit verzoekschrift in raadkamer. Voorafgaand aan de behandeling in raadkamer heeft verzoeker zijn verzoekschrift aangepast in die zin dat de kosten voor de cursussen van het CBR niet langer gehandhaafd worden en dat verzoeker de kosten voor de onterechte invordering van zijn rijbewijs ad € 345,00 op grond van artikel 164, negende lid, WVW verzoekt conform de LOVS-richtlijnen.
De officier van justitie heeft zich in raadkamer op het standpunt gesteld dat het aangepaste verzoek geheel toegewezen kan worden.
2 De beoordeling
De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.
De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen omdat de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank zou worden vervolgd.
Op grond van artikel 530 Sv wordt aan een gewezen verdachte een vergoeding toegekend van de reis- en verblijfskosten die voor het onderzoek en de behandeling van de zaak zijn gemaakt. Er kan ook een vergoeding worden toegekend voor de schade die hij ten gevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling van de zaak ter terechtzitting werkelijk heeft geleden. Tot slot kan ook een vergoeding voor de kosten van een raadsman worden toegekend, tenzij de raadsman was toegevoegd.
Het verzochte bedrag aan kosten van rechtsbijstand ter hoogte van € 847,00 is in voldoende mate onderbouwd en komt de rechtbank billijk voor. De rechtbank zal dit bedrag toewijzen.
Het verzochte bedrag aan vergoeding op grond van artikel 164, negende lid, WVW, voor de onterechte inname van het rijbewijs van verzoeker ter hoogte van € 345,00 is tevens voldoende onderbouwd en komt de rechtbank billijk voor. Ook dit bedrag zal de rechtbank toewijzen.
Voor de kosten verbonden aan de indiening van het verzoekschrift wordt het forfaitaire bedrag van € 340,00 toegekend.
3 De beslissing
De rechtbank:
wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv en ex artikel 164, negende lid, WVW toe tot een bedrag van
€ 1.532,00, bestaande uit:
- € 847,00 aan kosten van rechtsbijstand
- € 345,00 aan vergoeding voor de dagen dat het rijbewijs van verzoeker is ingevorderd en
- € 340,00 de kosten verbonden aan de indiening van het verzoekschrift;
bepaalt dat een bedrag van € 1.532,00 zal worden overgemaakt op [rekeningnummer] ten name van Stichting Beheer Derdengelden Willemsen Advocatuur, onder vermelding van “[kenmerk]”.
Deze beslissing is op 20 juni 2025 genomen door mr. J.C.A.M. Los rechter, in tegenwoordigheid van mr. M.H.F. van Klaveren en J. van ‘t Westende, griffiers, en is uitgesproken op de openbare zitting van 20 juni 2025.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen de beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van de beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.