Strafrecht overig

verzoekschrift artikel 530 Sv gedeeltelijk gegrond

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 28 oktober 2025

Zaakgegevens

Op 28 oktober 2025 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
28 oktober 2025
Datum publicatie
28 november 2025
Zaaknummer
RK 25-009142
Procedure
Raadkamer
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2025:8405
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

verzoekschrift artikel 530 Sv gedeeltelijk gegrond

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats Middelburg

parketnummer : 02-059798-24

raadkamernummer : 25-009142

beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het verzoek op grond van artikel 530 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[verzoeker],

geboren op [geboortedag] 1993 te [geboorteplaats],

woonplaats kiezend op het kantoor van mr. R.T.K. Davidse, advocaat te Middelburg (Damplein 3, 4331 GC Middelburg),

hierna te noemen: de verzoeker.

1 De procedure

De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:

  • het verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv ten laste van de Staat voor een bedrag van € 209,71 zijnde de kosten voor inkomensderving, € 2.698,00 kosten vervanging goederen te vermeerderen met € 680,00 zijnde de kosten met betrekking tot het opstellen, indienen en behandelen van het verzoekschrift in raadkamer;

  • het sepot van 8 januari 2025;

  • de schriftelijke reactie van de officier van justitie.

Op 14 oktober 2025 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie, mr. R.S. Jacobs en de gemachtigd raadsvrouw mr. R.T.K. Davidse gehoord.

Verzoeker is behoorlijk opgeroepen doch niet bij de behandeling in raadkamer verschenen.

2 De standpunten

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het verzoek gedeeltelijk kan worden toegewezen. In de schriftelijke conclusie heeft het Openbaar Ministerie zich op het standpunt gesteld dat het verzoek in zijn geheel kan worden toegewezen. Echter, de kosten voor vervanging goederen komen niet voor vergoeding in aanmerking. Voor het overige kan het verzoekschrift worden toegewezen.

De raadsvrouw handhaaft het verzoekschrift. Verzoeker heeft de kosten vervanging goederen moeten maken om zijn bedrijfsactiviteiten te kunnen continueren. De verdenking was niet aan hem te wijten en het is dan wel redelijk en billijk dat verzoeker in ieder geval een tegemoetkoming krijgt in de kosten die hij heeft moeten maken.

3 De beoordeling

De rechtbank overweegt als volgt.

De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel of met zodanige oplegging, doch op grond van een feit waarvoor voorlopige hechtenis niet is toegelaten en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen, nu de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank is vervolgd, zou worden vervolgd of laatstelijk werd vervolgd.

Ingevolge artikel 530 Sv wordt aan de gewezen verdachte een vergoeding toegekend in

de ten behoeve van het onderzoek en de behandeling van de zaak gemaakte reis- en verblijfkosten, en kan een vergoeding worden toegekend voor de schade welke hij ten gevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling der zaak ter terechtzitting werkelijk heeft geleden, alsmede, behoudens in het zich hier niet voordoende geval dat - kort gezegd - de raadsman was toegevoegd, in de kosten van een raadsman.

Ingevolge artikel 534, eerste en vierde lid, Sv vindt toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe, naar het oordeel van de rechtbank, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.

Het verzochte bedrag aan kosten van inkomstenderving ter hoogte van € 209,71 is in voldoende mate onderbouwd en komt de rechtbank billijk voor. De rechtbank zal dit bedrag toewijzen.

Het verzochte bedrag aan kosten voor vervanging van goederen ter grootte van € 2.698,00 komt de rechtbank bovenmatig voor. De rechtbank acht een bedrag van € 698,00 redelijk en billijk. De rechtbank zal dit bedrag toewijzen.

Voor de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer wordt het forfaitaire bedrag van € 680,00 toegekend.

4 De beslissing

De rechtbank:

De rechtbank wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv toe tot een bedrag van € 1.587,71.

De rechtbank wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv voor het overige af.

De rechtbank bepaalt dat een bedrag van € 907,71 zal worden overgemaakt op [rekeningnummer 1] ten name van [verzoeker], ovv: “Schadevergoeding [verzoeker]/OM.

De rechtbank bepaalt dat een bedrag van € 680,00 zal worden overgemaakt op [rekeningnummer 2] ten name van Qudos Advocaten, ovv: “Schadevergoeding [verzoeker]/OM.

Deze beslissing is op 28 oktober 2025 gegeven door mr. J.P.M. Hopmans, rechter, in tegenwoordigheid van I.L. Bruijnooge, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 oktober 2025.

INFORMATIE RECHTSMIDDEL

Tegen de beslissing ex artikel 533 en ex 530 Sv kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van deze beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (artikel 535 lid 1 Sv).