Strafrecht overig
Klaagschrift 552a Sv gegrond.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 4 mei 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:6460 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 4 mei 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/strafrecht/strafrecht-overig/raadkamer/ecli-nl-rbzwb-2026-6460
Zaakgegevens
Op 4 mei 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 4 mei 2026
- Datum publicatie
- 16 juli 2026
- Zaaknummer
- 26-008955
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- RaadkamerRaadkamerEen zitting die niet openbaar is, bijvoorbeeld over voorlopige hechtenis of een klacht over niet-vervolging.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2026:6460
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Klaagschrift 552a Sv gegrond.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
parketnummer : 02-230200-25
raadkamernummer : 26-008955
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[de klaagster] ,
geboren op [geboortedag 1] 1974 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonadres 1] ,
hierna te noemen: de klaagster.
Beslagene is [beslagene] , geboren op [geboortedag 2] 1981,
wonende te [woonadres 2] .
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
-
het klaagschrift op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv), ingediend op 26 maart 2026 ter griffie van deze rechtbank;
-
de kennisgeving van inbeslagneming op grond van artikel 94 Sv, waaruit blijkt dat op 10 maart 2026 onder beslagene een voertuig merk: Audi Q2, kenteken: [kenteken] (hierna: het voertuig) in beslag is genomen;
-
de reactie van de officier van justitie en
-
de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.
Op 20 april 2026 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. M. Nieuwenhuis en klaagster gehoord.
Het klaagschrift strekt tot opheffing van het beslag met last tot teruggave aan de klaagster. Daartoe is aangevoerd dat klaagster aantoonbaar de eigenaar is van het voertuig. Klaagster heeft het voertuig in gebruik gegeven aan haar dochter, zijnde de vriendin van beslagene. Het voertuig staat al sinds 2021 op haar naam, twee jaar voordat de dochter van klaagster een relatie kreeg met beslagene. Klaagster heeft een groot belang bij teruggave van het voertuig en verzoekt het klaagschrift gegrond te verklaren.
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het klaagschrift ongegrond moet worden verklaard. Het voertuig is gebruikt bij het plegen van een strafbaar feit. Klaagster maakt zelf geen gebruik van het voertuig. Het heeft er de schijn van dat het voertuig op de naam van klaagster is gezet om het onderzoek naar strafbare feiten te frustreren. Het is niet hoogst onwaarschijnlijk dat de strafrechter later oordelend het voertuig verbeurd zal verklaren.
2 De beoordeling
De rechtbank overweegt als volgt.
Het beslag op het voertuig is gelegd op grond van artikel 94 Sv.
De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.
Het klaagschrift is tijdig ingediend en klaagster is ontvankelijk in het beklag.
Bij de beoordeling stelt de rechtbank voorop dat het onderzoek in raadkamer een summier karakter heeft. Dat betekent dat van de rechter niet kan worden gevraagd ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak of ontnemingsprocedure te treden.
De rechtbank overweegt over het klaagschrift tegen het strafvorderlijk beslag dat is gelegd op grond van artikel 94 Sv als volgt.
Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad, moet de rechter, bij een op grond van artikel 94 Sv gelegd beslag:
a. beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert, en zo nee,
b. de teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp gelasten aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende van dat voorwerp moet worden beschouwd.
In dit laatste geval moet het klaagschrift van de beslagene ongegrond worden verklaard.
Het beslag op de voorwerpen blijft gehandhaafd als er een strafvorderlijk belang is op grond van artikel 94 Sv. Dat is het geval wanneer:
- de desbetreffende voorwerpen kunnen dienen om de waarheid aan de dag te brengen of om wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen en/of
- het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring van het voorwerp zal bevelen en/of
- het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de onttrekking aan het verkeer van het voorwerp zal bevelen.
Hier is sprake van een klaagster die stelt eigenaar/rechthebbende van het voorwerp te zijn en om teruggave vraagt, maar tegen wie het strafrechtelijk onderzoek niet is gericht en die niet de beslagene is. Beoordeeld moet worden of zich het geval voordoet dat buiten redelijke twijfel is dat de klaagster als eigenaar/rechthebbende van het voorwerp moet worden
aangemerkt en zo ja, of zich de situatie als bedoeld in artikel 94a, vierde of vijfde lid, Sv voordoet.
Uit de overgelegde stukken blijkt dat klaagster eigenaar is van het voertuig. Dat sprake is van een schijnconstructie en het voertuig op haar naam is gezet om strafbare feiten te verhullen, oordeelt de rechtbank gelet op het tijdstip waarop haar dochter en vervolgens zij het voertuig hebben verkregen in het licht van de gegeven toelichting niet aannemelijk. Het voertuig is immers aan de dochter toe gescheiden en aan klaagster overgedragen voordat de dochter van klaagster een relatie kreeg met de beslagene. Er bestaan mitsdien onvoldoende aanwijzingen dat het voertuig aan klaagster is gaan toebehoren met het kennelijke doel de uitwinning van het voertuig te bemoeilijken of te verhinderen en dat klaagster dit wist of redelijkerwijs kon vermoeden.
Gelet op het voorgaande ontbreekt een strafvorderlijk belang bij het beslag en is het hoogst onwaarschijnlijk dat een strafrechter, later oordelend, het voertuig verbeurd zal verklaren. De rechtbank zal het klaagschrift gegrond verklaren en het voertuig teruggeven aan klaagster.
3 Beslissing
De rechtbank verklaart het klaagschrift gegrond en gelast de teruggave van:
- een voertuig: Audi Q2 met het kenteken: [kenteken] ,
aan klaagster.
Deze beslissing is genomen door mr. L.W. Louwerse, rechter, in tegenwoordigheid van
I.L. Bruijnooge, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 4 mei 2026.
Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor de beklager beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank, binnen veertien (14) dagen na betekening van deze beslissing.