Strafrecht overig
Klaagschrift 552a Sv gegrond
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 4 mei 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:6557 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 4 mei 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/strafrecht/strafrecht-overig/raadkamer/ecli-nl-rbzwb-2026-6557
Zaakgegevens
Op 4 mei 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 4 mei 2026
- Datum publicatie
- 17 juli 2026
- Zaaknummer
- 26-003771
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- RaadkamerRaadkamerEen zitting die niet openbaar is, bijvoorbeeld over voorlopige hechtenis of een klacht over niet-vervolging.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2026:6557
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Klaagschrift 552a Sv gegrond
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
raadkamernummer : 26-003771
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[klaagster],
geboren op [geboortedag 1] 1980 te [geboorteplaats],
woonplaats kiezend op het kantoor van mr. M. Kalle, advocaat te Middelburg (Oostperkweg 37, 4332 SB Middelburg),
hierna te noemen: de klaagster
Beslagene is [beslagene], geboren op [geboortedag 2] 1978,
wonende te [woonadres].
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
-
het klaagschrift op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv), ingediend op 28 januari 2026 ter griffie van deze rechtbank;
-
de kennisgeving van inbeslagneming op grond van artikel 94 Sv, waaruit blijkt dat op 8 december 2025 onder beslagene een voertuig merk: BMW, 218i Active Tourer, kenteken: [kenteken] (hierna: het voertuig) in beslag is genomen;
-
de reactie van de officier van justitie en
-
de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.
Op 20 april 2026 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. M. Nieuwenhuis en klaagster bijgestaan door haar raadsman mr. M. Kalle gehoord.
Het klaagschrift strekt tot opheffing van het beslag met last tot teruggave aan de klaagster. Daartoe is aangevoerd dat klaagster de eigenaar is van het voertuig. Klaagster wist dat beslagene geen rijbewijs had, maar heeft hem geen toestemming gegeven om in haar voertuig te rijden. Klaagster heeft een groot belang bij teruggave van het voertuig en verzoekt het klaagschrift gegrond te verklaren.
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het klaagschrift ongegrond moet worden verklaard. Klaagster wist dat beslagene geen rijbewijs had en heeft onvoldoende getracht om te voorkomen dat hij wederom in haar voertuig zou rijden.
2 De beoordeling
De rechtbank overweegt als volgt.
Het beslag op het voertuig is gelegd op grond van artikel 94 Sv.
De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.
Het klaagschrift is tijdig ingediend en klaagster is ontvankelijk in het beklag.
Bij de beoordeling stelt de rechtbank voorop dat het onderzoek in raadkamer een summier karakter heeft. Dat betekent dat van de rechter niet kan worden gevraagd ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak of ontnemingsprocedure te treden.
De rechtbank overweegt over het klaagschrift tegen het strafvorderlijk beslag dat is gelegd op grond van artikel 94 Sv als volgt.
Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad, moet de rechter, bij een op grond van artikel 94 Sv gelegd beslag:
a. beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert, en zo nee,
b. de teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp gelasten aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende van dat voorwerp moet worden beschouwd.
In dit laatste geval moet het klaagschrift van de beslagene ongegrond worden verklaard.
Het beslag op de voorwerpen blijft gehandhaafd als er een strafvorderlijk belang is op grond van artikel 94 Sv. Dat is het geval wanneer:
- de desbetreffende voorwerpen kunnen dienen om de waarheid aan de dag te brengen of om wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen en/of
- het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring van het voorwerp zal bevelen en/of
- het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de onttrekking aan het verkeer van het voorwerp zal bevelen.
Hier is sprake van een klaagster die stelt eigenaar/rechthebbende van het voorwerp te zijn en om teruggave vraagt, maar tegen wie het strafrechtelijk onderzoek niet is gericht en die niet de beslagene is. Beoordeeld moet worden of zich het geval voordoet dat buiten redelijke twijfel is dat de klaagster als eigenaar/rechthebbende van het voorwerp moet worden
aangemerkt en zo ja, of zich de situatie als bedoeld in artikel 94a, vierde of vijfde lid, Sv voordoet.
De rechtbank acht voldoende aannemelijk geworden dat de klaagster als eigenaar van de auto moet worden beschouwd.
Alhoewel klaagster wist dat beslagene niet in het bezit was van een rijbewijs, kan niet worden vastgesteld dat zij wist dat haar voertuig gebruikt werd voor het plegen van een strafbaar feit. Zij heeft verklaard dat beslagene de sleutels van beneden heeft gepakt terwijl zij boven in de woning was. Daar komt bij dat klaagster zelf nimmer is gewaarschuwd dat indien zij onvoldoende zorg betracht om te voorkomen dat beslagene gebruik kan maken van haar voertuig dit tot inbeslagname van het voertuig zou kunnen leiden.
De rechtbank is dan ook van oordeel dat bij het ontbreken van strafvorderlijk belang het klaagschrift gegrond dient te worden verklaard en de teruggave van het voertuig aan klaagster dient te worden gelast.
3 Beslissing
De rechtbank verklaart het klaagschrift gegrond en gelast de teruggave van:
- Goednummer: PL2000-2025328787-2196064: BMW 218i Active Tourer, kenteken: [kenteken],
aan klaagster.
Deze beslissing is genomen door mr. L.W. Louwerse, rechter, in tegenwoordigheid van
I.L. Bruijnooge, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 4 mei 2026.
Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor de beklager beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank, binnen veertien (14) dagen na betekening van deze beslissing.