Strafrecht overig
Klaagschrift 552a ongegrond.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 4 mei 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:6561 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 4 mei 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/strafrecht/strafrecht-overig/raadkamer/ecli-nl-rbzwb-2026-6561
Zaakgegevens
Op 4 mei 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 4 mei 2026
- Datum publicatie
- 17 juli 2026
- Zaaknummer
- 25-032144
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- RaadkamerRaadkamerEen zitting die niet openbaar is, bijvoorbeeld over voorlopige hechtenis of een klacht over niet-vervolging.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2026:6561
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Klaagschrift 552a ongegrond.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
raadkamernummer : 25-032144
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[klager] ,
geboren op [geboortedag] 1978 te [geboorteplaats] ,
woonplaats kiezend op het kantoor van mr. A.J.C.M. de Graaff, advocaat te Breda (Ginnekenweg 88, 4818 JH Breda),
hierna te noemen: de klager, tevens beslagene.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
-
het klaagschrift op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv), ingediend op 11 december 2025 ter griffie van deze rechtbank;
-
een bewijs van inbeslagneming op grond van artikel 94 Sv, waaruit blijkt dat op 17 november 2025 onder klager een telefoon, merk: Samsung, model: Galaxy S23 en een tablet, merk: Samsung, model: Tab S6 Lite in beslag zijn genomen;
-
de reactie van de officier van justitie en
-
de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.
Op 20 april 2026 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. M. Nieuwenhuis en klager bijgestaan door zijn raadsman mr. A.J.C.M. de Graaff gehoord.
Het klaagschrift strekt tot opheffing van het beslag met last tot teruggave aan de klager. Klager heeft aangevoerd dat het onderliggende dossier nog niet is ontvangen. Ervan uitgaande dat er kinderporno op de gegevensdragers is aangetroffen wordt subsidiair verzocht om teruggave van de privéfoto’s van klager, welke een emotionele waarde vertegenwoordigen. De bestanden waarover de verdenking mogelijk zou gaan, kunnen verwijderd worden zodat de telefoon en tablet teruggegeven kunnen worden aan klager. Meer subsidiair wordt verzocht om de zaak aan te houden, zodat kennis kan worden genomen van het onderhavige procesdossier. De inbeslagname is niet proportioneel.
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het klaagschrift ongegrond moet worden verklaard. Er is kinderporno op de telefoon en de tablet aangetroffen, zodat deze in aanmerking komen voor onttrekking aan het verkeer. Het onderhavige onderzoek is nog in volle gang. Het subsidiaire verzoek van de raadsman om persoonlijke foto’s terug te krijgen dan wel de telefoon en tablet zonder de kinderporno terug te krijgen is niet te realiseren.
2 De beoordeling
De rechtbank overweegt als volgt.
Het beslag op de gegevensdragers is gelegd op grond van artikel 94 Sv.
De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.
Het klaagschrift is tijdig ingediend en klager is ontvankelijk in het beklag.
Bij de beoordeling stelt de rechtbank voorop dat het onderzoek in raadkamer een summier karakter heeft. Dat betekent dat van de rechter niet kan worden gevraagd ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak of ontnemingsprocedure te treden.
De rechtbank overweegt over het klaagschrift tegen het strafvorderlijk beslag dat is gelegd op grond van artikel 94 Sv als volgt.
Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad, moet de rechter, bij een op grond van artikel 94 Sv gelegd beslag:
a. beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert, en zo nee,
b. de teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp gelasten aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende van dat voorwerp moet worden beschouwd.
In dit laatste geval moet het klaagschrift van de beslagene ongegrond worden verklaard.
Het beslag op de voorwerpen blijft gehandhaafd als er een strafvorderlijk belang is op grond van artikel 94 Sv. Dat is het geval wanneer:
- de desbetreffende voorwerpen kunnen dienen om de waarheid aan de dag te brengen of om wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen en/of
- het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring van het voorwerp zal bevelen en/of
- het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de onttrekking aan het verkeer van het voorwerp zal bevelen.
Uit de voor de rechtbank beschikbare raadkamerstukken en het verhandelde in raadkamer begrijpt de rechtbank dat nader onderzoek naar de telefoon en de tablet hebben uitgewezen dat hier kinderpornografisch materiaal op is aangetroffen. Klager heeft dat ook niet weersproken. Het onderzoek loopt nog, zodat in zoverre nog een strafvorderlijk belang aanwezig is. Gezien deze stand van zaken is het niet onwaarschijnlijk dat de strafrechter later oordelend een onttrekking aan het verkeer zal bevelen van de telefoon en tablet.
Het subsidiair verzoek van klager om teruggave van de telefoon en tablet zonder het kinderpornografisch materiaal wordt afgewezen. Dit verzoek is onvoldoende concreet en daardoor kan de rechtbank niet inschatten of dat realiseerbaar is. Bovendien geldt dat, zoals hiervoor is overwogen, de gegevensdragers nog worden onderzocht.
Het meer subsidiaire verzoek om de zaak aan te houden wordt afgewezen. Gezien het vorenstaande acht de rechtbank dat niet noodzakelijk. Indien er sprake is van gewijzigde omstandigheden kan klager desgewenst een nieuw klaagschrift indienen.
De rechtbank is van oordeel dat het belang van strafvordering zich verzet tegen opheffing van het beslag en teruggave van de in beslag genomen telefoon en tablet, zodat het klaagschrift ongegrond moet worden verklaard.
3 Beslissing
De rechtbank verklaart het klaagschrift ongegrond.
Deze beslissing is genomen door mr. L.W. Louwerse, rechter, in tegenwoordigheid van
I.L. Bruijnooge, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 4 mei 2026.
Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor de beklager beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank, binnen veertien (14) dagen na betekening van deze beslissing.