Strafrecht overig

klager niet ontvankelijk. Klager is geen belanghebbende.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 10 februari 2026

Zaakgegevens

Op 10 februari 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zittingsplaats
Breda
Datum uitspraak
10 februari 2026
Datum publicatie
6 augustus 2026
Zaaknummer
25-025865
Procedure
Raadkamer
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2026:7273
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

klager niet ontvankelijk. Klager is geen belanghebbende.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats Breda

raadkamernummer : 25-025865

datum : 10 februari 2026

beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[de klager] ,

geboren op [geboortedag] 2005 te [geboorteplaats] (Syrië),

woonplaats kiezend op het kantoor van mr. D.T. Stoof, advocaat te Breda (Spinveld 12, 4815 HS Breda),

hierna te noemen: de klager.

1 De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:

  • het klaagschrift op grond van artikel 552a Sv, ingediend op 9 oktober 2025 ter griffie van deze rechtbank;

  • de kennisgeving van inbeslagneming op grond van artikel 94 Sv waaruit blijkt dat op 16 augustus 2025 onder klager in het strafvorderlijk onderzoek tegen klager in beslag is genomen: een geldbedrag van ion totaal € 1.105,00 (hierna: het geldbedrag);

  • de schriftelijke reactie van het Openbaar Ministerie en

  • de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.

Op 27 januari 2026 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. T.C.M. Hendriks en mr. D.T. Stoof (telefonisch) als gemachtigd advocaat van klager, gehoord.

Klager en mr. D.T. Stoof zijn behoorlijk opgeroepen, maar niet bij de behandeling van het klaagschrift verschenen. Tijdens de raadkamerzitting is telefonisch contact gezocht met

mr. Stoof. Hij gaf te kennen dat klager persisteert bij het ingediende klaagschrift.

Het klaagschrift strekt tot opheffing van het beslag met last tot teruggave aan de klager.

De officier van justitie heeft gepersisteerd bij de schriftelijke reactie van het Openbaar Ministerie en zich op het standpunt gesteld dat klager niet-ontvankelijk is in het klaagschrift nu hij afstand heeft gedaan van het geldbedrag. Er zit een ondertekende afstandsverklaring in het dossier.

2 De beoordeling

De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.

Het klaagschrift is tijdig ingediend.

Ontvankelijkheid

Er bevindt zich een door klager ondertekende kennisgeving van inbeslagneming inclusief afstandsverklaring in het dossier. Daarnaast heeft klager tijdens zijn verhoor als verdachte op 17 augustus 2025 tegenover de politie verklaard dat het in beslag genomen geldbedrag van een derde afkomstig is en bestemd was voor weer een ander persoon. Klager kan naar het oordeel van de rechtbank dan ook niet als belanghebbende worden aangemerkt en zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in het beklag.

3 De beslissing

De rechtbank

- verklaart klager niet-ontvankelijk in het beklag.

Deze beslissing is genomen door mr. R.J.H. de Brouwer, rechter, in tegenwoordigheid van

mr. S.H.M.R. Chevalier-Verbunt, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 10 februari 2026.

INFORMATIE RECHTSMIDDEL

Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).