Strafrecht overig

klager n-o. Geen sprake van strafrechtelijk beslag. Betrof dwangmiddel CJIB.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 20 mei 2026

Zaakgegevens

Op 20 mei 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zittingsplaats
Breda
Datum uitspraak
20 mei 2026
Datum publicatie
18 september 2026
Zaaknummer
26-000494
Procedure
Raadkamer
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2026:9029
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

klager n-o. Geen sprake van strafrechtelijk beslag. Betrof dwangmiddel CJIB.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats Breda

raadkamernummer : 26-000494

datum : 20 mei 2026

beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[klaagster] ,

geboren op [geboortedag] 2000 te [geboorteplaats] ,

wonende op het adres [woonadres] ,

hierna te noemen: klaagster.

1 De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:

  • het klaagschrift op grond van artikel 552a Sv, ingediend op 30 december 2025 ter griffie van deze rechtbank;

  • het proces-verbaal buitengebruikstelling motorvoertuig van 18 december 2025, waaruit blijkt dat op 17 december 2025 onder [belanghebbende 1] in beslag is genomen: een BMW, type Ix1 Edrive20, voorzien van het kenteken [kenteken] , (hierna: de BMW);

  • de schriftelijke reactie van het Openbaar Ministerie van 28 januari 2026;

  • de schriftelijke toelichting van klaagster op het klaagschrift van 7 mei 2026 en

  • de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.

Op 8 mei 2026 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij is de officier van justitie mr. C.P.G. Tax gehoord.

Klaagster is behoorlijk opgeroepen, maar met bericht van verhindering niet bij de behandeling van het klaagschrift verschenen.

De belanghebbenden [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2] zijn behoorlijk opgeroepen, maar niet bij de behandeling van het klaagschrift verschenen.

Het klaagschrift strekt tot opheffing van het beslag met last tot teruggave aan klaagster. Daartoe is aangevoerd dat de BMW een zakelijke leaseauto betreft waarvan [belanghebbende 2] juridisch eigenaar is. Klaagster is contracthouder en vaste gebruiker van de BMW, maar geen schuldenaar en geen verdachte in de onderliggende zaak. De politie heeft de BMW ten aanzien van de [belanghebbende 1] , die als bestuurder van de BMW was staandegehouden, buiten gebruik gesteld als dwangmiddel voor het betalen van openstaande boetes. Pas na ongeveer twee maanden heeft [belanghebbende 2] de BMW kunnen ophalen. Klaagster stelt dat zij door de disproportioneel lange voortduring van het beslag financiële schade heeft geleden en wenst hiervoor een vergoeding van het Openbaar Ministerie en/of de Staat.

De officier van justitie heeft gepersisteerd bij de schriftelijke reactie van het Openbaar Ministerie en zich op het standpunt gesteld dat er geen sprake is van strafrechtelijk beslag, zodat klaagster niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar klaagschrift.

2 De beoordeling

De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.

Het klaagschrift is tijdig ingediend.

Ontvankelijkheid

De rechtbank begrijpt uit het raadkamerdossier dat [belanghebbende 1] op 18 december 2025 als bestuurder van de BMW is staandegehouden naar aanleiding van meerdere verkeersovertredingen. Vervolgens heeft de politie de BMW ten aanzien van [belanghebbende 1] buiten gebruik gesteld als dwangmiddel voor het betalen van openstaande boetes. De rechtbank stelt daarmee vast dat er geen sprake is van strafrechtelijk beslag. Nu de BMW niet strafrechtelijk in beslag is genomen, valt het klaagschrift niet onder het bereik van artikel 552a Sv en dient klaagster niet-ontvankelijk te worden verklaard in haar beklag.

3 De beslissing

De rechtbank

- verklaart klaagster niet-ontvankelijk in het beklag;

Deze beslissing is genomen door mr. R.J.H. de Brouwer, rechter, in tegenwoordigheid van

mr. S.H.M.R. Chevalier-Verbunt, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 20 mei 2026.

INFORMATIE RECHTSMIDDEL

Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).