Strafrecht overig

Verschoningsverzoek toegewezen.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 9 juni 2026

Zaakgegevens

Op 9 juni 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zittingsplaats
Breda
Datum uitspraak
9 juni 2026
Datum publicatie
10 juni 2026
Zaaknummer
C/02/448954 / HA RK 26-109 (E)
Procedure
Verschoning
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2026:5124
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verschoningsverzoek toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Verschoningskamer

Locatie: Breda

Procedurenummer: C/02/448954 / HA RK 26-109

beslissing van 9 juni 2026

in de zaak van

mr. Phillips

rechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant

hierna: de rechter

belast met de behandeling van de strafzaak met kenmerk 02-034655-26 tegen:

[verdachte]

(gemachtigde: mr. P.A. Groenhuis).

1 De procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit het verschoningsverzoek van de rechter van 8 juni 2026.

1.2

Er heeft geen mondelinge behandeling van het verschoningsverzoek plaatsgevonden.

2 Het verschoningsverzoek

2.1

De rechter heeft aan het verschoningsverzoek ten grondslag gelegd dat haar woning zichtbaar is op de beelden die in het dossier zitten.

3 Het wettelijk kader

3.1

Op grond van artikel 517, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) kan elk van de rechters die een zaak behandelen, verzoeken zich te mogen verschonen op grond van feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 512 van het Sv.

4 De beoordeling

4.1

Verschoning is een middel ter verzekering van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van rechters. Voorop staat dat een rechter uit hoofde van zijn of haar aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, of dat de vrees dat daarvan sprake is objectief gerechtvaardigd is.

4.2

Van een gebrek aan onpartijdigheid kan, geheel afgezien van de persoonlijke instelling van de betrokken rechter, ook sprake zijn wanneer bepaalde feiten en omstandigheden grond geven te vrezen dat het een rechter in die omstandigheden aan onpartijdigheid ontbreekt. Dan dient de rechter zich van een beslissing in de zaak te onthouden, nu rechtzoekenden in het rechterlijk apparaat vertrouwen moeten kunnen stellen. Daarom valt onder omstandigheden ook rekening te houden met de uiterlijke schijn van partijdigheid of vooringenomenheid.

4.3

Uit het verschoningsverzoek van de rechter blijkt dat sprake is van zodanige omstandigheden dat zij zich daardoor niet meer voldoende vrij voelt om in de hoofdzaak te oordelen. De verschoningskamer ziet hierin een genoegzame grond voor verschoning. De rechter heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat de schijn kan bestaan dat het haar aan onpartijdigheid ontbreekt. Het verzoek zal daarom worden toegewezen. Dit betekent dat de behandeling van de hoofdzaak door een andere rechter moet worden overgenomen.

5 De beslissing

De verschoningskamer:

5.1

wijst het verzoek tot verschoning toe;

5.2

bepaalt dat, met inachtneming van het toegewezen verzoek, het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond op het moment dat het verschoningsverzoek werd ingediend;

5.3

beveelt dat een afschrift van deze beslissing wordt toegezonden aan:

? de rechter;

? de teamvoorzitter van het team waarin de rechter werkzaam is;

? de partijen in de hoofdzaak.

Deze beslissing is genomen in raadkamer op 9 juni 2026 door mr. ing. Peters, rechter en voorzitter, en mr. Broeders en mr. Hindriks, rechters, in aanwezigheid van mr. Hamans, griffier. De beslissing wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffier

voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.