Insolventierecht
Niet opgehouden schulden te betalen nu er slechts één niet-opeisbare schuld is.
Rechtbank Zwolle, 15 juni 1999
ECLI:NL:RBZWO:1999:AF0509 · Rechtbank Zwolle · 15 juni 1999
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zwolle/civiel-recht/insolventierecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbzwo-1999-af0509
Zaakgegevens
Op 15 juni 1999 heeft de Rechtbank Zwolle in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.
- Instantie
- Rechtbank ZwolleRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 15 juni 1999
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- 47784/FT-RK 99.310
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Insolventierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWO:1999:AF0509
Samenvatting
Niet opgehouden schulden te betalen nu er slechts één niet-opeisbare schuld is.
Uitspraak
Arrondissementsrechtbank te Zwolle,
Enkelvoudige kamer
X.
wonende te P.
verzoekster,
heeft op 1 juni 1999 een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Bij brief van 7 juni 1999 is de schuldenares opgeroepen om te verschijnen in de raadkamer van deze Rechtbank op l5 juni 1999.
MOTIVERING
Voor het uitspreken van de toepassing van de schuldsanering is ondermeer vereist dat voldoende is gebleken van feiten en omstandigheden die aantonen dat verzoekster in de toestand verkeert van te hebben opgehouden met betalen.
Ter terechtzitting is gebleken dat de enige schuldeiser, Rabobank Deventer, weliswaar een vordering van f 16.294,33 op verzoekster heeft, maar dat deze vordering blijkens een brief van Rabobank Deventer van 18 februari 1999 aan de heer Krukkeland van Gemeentelijke Kredietbank Deventer, het saldo betreft terzake een betaalrekening met een kredietlimiet van f 18.500,--. Voorts blijkt uit voormelde brief dat op een dergelijk kredietlimiet pas een aflossingsverplichting voor verzoekster bestaat vanaf haar 61e levensjaar.
Nu niet is gesteld of gebleken dat verzoekster andere schuldeisers ontbetaald laat, is de rechtbank van oordeel dat onvoldoende blijkt dat verzoekster in vorenbedoelde toestand verkeert.
Het vorenstaande leidt ertoe dat het verzoek tot de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling zal worden afgewezen.
BESLISSING
De rechtbank:
· wijst het verzoek af;
Gewezen door mr. C.W. Bianchi, lid van genoemde kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 juni 1999 in tegenwoordigheid van de griffier, zijnde de griffier buitenstaat tot mede-ondertekening van dit vonnis,