Wet inkomstenbelasting 2001

Jurisprudentie artikel 4.16 Wet IB 2001

25 uitspraken verwijzen in hun tekst naar artikel 4.16 van de Wet inkomstenbelasting 2001.

Vaak samen aangehaald

Meest aangehaald

  • BelastingrechtGerechtshof Den Haag · 7 augustus 2018ECLI:NL:GHDHA:2018:2025
    Een door de Belastingdienst - naar aanleiding van een wetswijziging op het punt van de fictieve…

    Hoger beroep · Den Haag · BK-18/00502

    Een door de Belastingdienst - naar aanleiding van een wetswijziging op het punt van de fictieve vervreemdingsvoordelen uit aanmerkelijk belang in het jaar van overlijden – ingesteld onderzoek, levert geen nieuw feit op als bedoeld in artikel 16, eerste lid Awr. De Inspecteur heeft bij het opleggen van de primitieve…

  • BelastingrechtGerechtshof Den Haag · 20 oktober 2021ECLI:NL:GHDHA:2021:2071
    Art. 16 Successiewet 1956, art. 2.14a Wet IB 2001. Erfbelasting. Afgezonderd particulier vermogen in…

    Hoger beroep · Den Haag · BK-20/00629

    Art. 16 Successiewet 1956, art. 2.14a Wet IB 2001. Erfbelasting. Afgezonderd particulier vermogen in stichting met geen ander feitelijk doel dan verhuur van vier panden. Stichting is geen SBBI. Erflaatster, moeder van belanghebbende, is bij leven betrokken geweest bij de verwerving van vier panden door een stichting…

  • BelastingrechtParket bij de Hoge Raad · 26 april 2023ECLI:NL:PHR:2023:461
    Erfbelasting; afgezonderd particulier vermogen; stichting met vier verhuurde panden beheerst door…

    21/04929

    Erfbelasting; afgezonderd particulier vermogen; stichting met vier verhuurde panden beheerst door erflaatster; verzet de (niet uitgevoerde) statutaire doelstelling c.q. het uitkeringsverbod ex 2:285(3) BW zich tegen toepassing van het APV-regime? Wie heeft het vermogen ingebracht? Meer dan bijkomstig particulier…

  • BelastingrechtRechtbank Zeeland-West-Brabant · 26 november 2020ECLI:NL:RBZWB:2020:5908
    Naar het oordeel van de rechtbank dient het vermogen van de SPF niet aan belanghebbenden te worden…

    Eerste aanleg - meervoudig · Breda · BRE - 17 _ 1364

    Naar het oordeel van de rechtbank dient het vermogen van de SPF niet aan belanghebbenden te worden toegerekend nu sprake is van exclusieve beslissingsbevoegdheid van het bestuur van de SPF. Belanghebbenden hebben terecht een beroep gedaan op artikel 2.14a, zevende lid, van de Wet IB 2001. Van een fictieve vervreemding…

  • BelastingrechtGerechtshof Amsterdam · 20 december 2018ECLI:NL:GHAMS:2018:4913
    Erflater is in 2010 overleden en heeft aangifte IB/PVV 2010 gedaan waarbij geen inkomen uit AB is aangegeven…

    Hoger beroep · Amsterdam · 17/00484

    Erflater is in 2010 overleden en heeft aangifte IB/PVV 2010 gedaan waarbij geen inkomen uit AB is aangegeven. Vast staat dat belanghebbende zelf geen aandeelhouder was in [X] B.V. - de vennootschap van haar echtgenoot -, maar dat de huwelijksgemeenschap voor haar resulteerde tot het hebben van een aanmerkelijk belang…

  • BelastingrechtGerechtshof Den Haag · 7 augustus 2018ECLI:NL:GHDHA:2018:2026
    Een door de Belastingdienst - naar aanleiding van een wetswijziging op het punt van de fictieve…

    Hoger beroep · Den Haag · BK-18/00503

    Een door de Belastingdienst - naar aanleiding van een wetswijziging op het punt van de fictieve vervreemdingsvoordelen uit aanmerkelijk belang in het jaar van overlijden – ingesteld onderzoek, levert geen nieuw feit op als bedoeld in artikel 16, eerste lid Awr. De Inspecteur heeft bij het opleggen van de primitieve…

  • BelastingrechtParket bij de Hoge Raad · 19 september 2025ECLI:NL:PHR:2025:1015
    Art. 2.6 jo. 4.16(1)(h) Wet IB. Brengt de keuze voor partiële buitenlandse belastingplicht in de…

    25/00574

    Art. 2.6 jo. 4.16(1)(h) Wet IB. Brengt de keuze voor partiële buitenlandse belastingplicht in de inkomstenbelasting mee dat bij emigratie geen fictieve vervreemding van een aanmerkelijk belang in aanmerking kan worden genomen? Heffingsrechtverdeling onder belastingverdragen.

  • BelastingrechtGerechtshof Amsterdam · 7 januari 2025ECLI:NL:GHAMS:2025:101
    Artikel 4.16, eerste lid, aanhef en onderdeel h, van de Wet IB 2001 naar het oordeel van het Hof niet van…

    Hoger beroep · Amsterdam · 24/164

    Artikel 4.16, eerste lid, aanhef en onderdeel h, van de Wet IB 2001 naar het oordeel van het Hof niet van toepassing bij emigratie partieel buitenlands belastingplichtige met een aanmerkelijk belang in een in Nederland gevestigde vennootschap. Conserverende aanslag ten onrechte opgelegd.

  • BelastingrechtRechtbank Noord-Holland · 30 november 2023ECLI:NL:RBNHO:2023:12584
    Eiseres heeft een aanmerkelijk belang in een in Nederland gevestigde vennootschap en wordt tot haar emigratie…

    Eerste aanleg - enkelvoudig · Haarlem · HAA - 22 _ 3924

    Eiseres heeft een aanmerkelijk belang in een in Nederland gevestigde vennootschap en wordt tot haar emigratie uit Nederland aangemerkt als partieel buitenlandse belastingplichtige. In geschil is of de emigratie van eiseres leidt tot een fictieve vervreemding in de zin van artikel 4.16, eerste lid, aanhef en onderdeel…

  • BelastingrechtRechtbank Noord-Nederland · 16 december 2020ECLI:NL:RBNNE:2020:4475
    Erflater had een aanmerkelijk belang. Na het overlijden van erflater stelt verweerder op grond van artikel…

    Eerste aanleg - enkelvoudig · Groningen · AWB LEE - 19 _ 2014

    Erflater had een aanmerkelijk belang. Na het overlijden van erflater stelt verweerder op grond van artikel 4.16 van de Wet inkomstenbelasting 2001 (hierna: Wet IB) een vervreemdingsvoordeel vast. Het verzoek van eisers om artikel 4.17a van de Wet IB toe te passen is door verweerder afgewezen. In geschil is het…

Nieuwste uitspraken

Zoek in de tekst naar “4.16 Wet IB 2001”