7 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- BelastingrechtEerste aanleg - meervoudigInkomstenbelasting. Forfaitair voordeel uit aanmerkelijk belang in buitenlandse beleggingsvennootschap…
Rechtbank Gelderland|10 december 2019|ECLI:NL:RBGEL:2019:5713
Inkomstenbelasting. Forfaitair voordeel uit aanmerkelijk belang in buitenlandse beleggingsvennootschap (artikel 4.13 Wet IB 2001). Verweerder heeft aannemelijk gemaakt dat de vereiste aangifte niet is gedaan omdat een veel te lage waarde
- BelastingrechtHoger beroepIB/PVV. Voordeel uit aanmerkelijk belang. Vereiste aangifte. Omkering en verzwaring van de bewijslast…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|28 april 2026|ECLI:NL:GHARL:2026:2717
dividenduitkering van [NV1] . Ter berekening van het forfaitaire voordeel in de zin van artikel 4.13 Wet IB 2001 is belanghebbende uitgegaan van het eigen vermogen van [NV1] (van € 11.199.461) zoals vermeld … volgt: Waarde aandelen [NV1] op 1 januari 2012 € 11.199.461 Fictief rendement (4%) (art. 4.13 Wet IB 2001) € 447.978 Tijdsgelang (11 maanden) € 410.646 Minus: daadwerkelijk dividenduitkering -/- € 421.000 Fictief rendement 0 Regulier voordeel
- BelastingrechtHoger beroepHet Hof is van oordeel dat de inspecteur voldoende feiten en omstandigheden aannemelijk heeft gemaakt waaruit…
Gerechtshof Amsterdam|4 oktober 2018|ECLI:NL:GHAMS:2018:3711
Het Hof is van oordeel dat de inspecteur voldoende feiten en omstandigheden aannemelijk heeft gemaakt waaruit volgt dat in 2010 een situatie is ontstaan waarin de Geldlening en de rekening-courantschuld van belanghebbende aan de NV niet zullen worden afgelost. Het een en ander leidt tot het oordeel dat een bedrag van…
- BelastingrechtHoger beroepInformatiebeschikkingen. Inspanningsverplichting.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|28 april 2026|ECLI:NL:GHARL:2026:2718
voordeel uit aanmerkelijk belang betreft een forfaitair voordeel in de zin van artikel 4.13 Wet IB 2001 ter zake van de aandelen in [NV6] . 2.15. De Inspecteur heeft op 1 april
- BelastingrechtArt. 2.6 jo. 4.16(1)(h) Wet IB. Brengt de keuze voor partiële buitenlandse belastingplicht in de…
Parket bij de Hoge Raad|19 september 2025|ECLI:NL:PHR:2025:1015
formele en informele (dividend)uitkeringen, in allerlei soorten en maten (art. 4.12(a) jo. 4.13 Wet IB 2001). Daarnaast bestaan er – verwarrend genoeg – bepaalde fictieve reguliere voordelen, waaronder bijvoorbeeld met ingang
- Belastingrecht- artikel 20b, lid 1, letter c, Wet IB 1964; - terugbetaling agio zonder statutenwijziging belast, ondanks…
Parket bij de Hoge Raad|12 september 2008|ECLI:NL:PHR:2008:BA6417
- artikel 20b, lid 1, letter c, Wet IB 1964; - terugbetaling agio zonder
- BelastingrechtArt. 4.16(1)(h) Wet IB 2001. Art. 13(4) en (5) Verdrag Nederland-België 2001. Kan Nederland - gelet op het…
Parket bij de Hoge Raad|19 september 2025|ECLI:NL:PHR:2025:1016
formele en informele (dividend)uitkeringen, in allerlei soorten en maten (art. 4.12(a) jo. 4.13 Wet IB 2001). Daarnaast bestaan er – verwarrend genoeg – bepaalde fictieve reguliere voordelen, waaronder bijvoorbeeld met ingang
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.