54 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- BelastingrechtCassatieArt. 12a Wet LB 1964. Art. 4.6 Wet IB 2001. Heeft betrokkene een aanmerkelijk belang in een BV waarvan de…
Hoge Raad|23 november 2012|ECLI:NL:HR:2012:BW4102Aangehaald in 17 uitspraken
Wet LB 1964. Art. 4.6 Wet IB 2001. Heeft betrokkene een aanmerkelijk belang in een BV waarvan de aandelen worden gehouden door een vereniging? 23 november 2012 nr. 11/02321 Arrest gewezen
- BelastingrechtCassatieInkomstenbelasting; art. 4.6 Wet IB 2001; art. 2.14a Wet IB 2001; (door)certificering; economisch eigendom…
Hoge Raad|29 mei 2020|ECLI:NL:HR:2020:972Aangehaald in 10 uitspraken
Inkomstenbelasting; art. 4.6 Wet IB 2001; art. 2.14a Wet IB 2001; (door)certificering; economisch eigendom van de onderliggende aandelen. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 18/02268 Datum 29 mei 2020 ARREST … middel stelt de Hoge Raad het volgende voorop. Op grond van artikel 4.6 Wet IB 2001 heeft een belastingplichtige een aanmerkelijk belang indien hij, al dan niet tezamen met zijn partner, direct
- BelastingrechtBelanghebbende heeft de Belgische nationaliteit en is woonachtig in België. Hij is DGA (en enig werknemer)…
Parket bij de Hoge Raad|11 mei 2017|ECLI:NL:PHR:2017:374
belang in de zin van de wet IB 2001’. Volgens onderdeel a van artikel 4.6 Wet IB 2001 moet sprake zijn van ‘een vennootschap waarvan het kapitaal geheel of ten dele
- BelastingrechtArt. 12a Wet LB 1964. Art. 4.6 Wet IB 2001. Heeft betrokkene een aanmerkelijk belang in een BV waarvan de…
Parket bij de Hoge Raad|23 november 2012|ECLI:NL:PHR:2012:BW4102
Wet LB 1964. Art. 4.6 Wet IB 2001. Heeft betrokkene een aanmerkelijk belang in een BV waarvan de aandelen worden gehouden door een vereniging? Nr. 11/02321 Nr. Rechtbank: 07/8343 Nr. Gerechtshof: 10/00035 … blijft buiten aanmerking het ingekochte, nog in te trekken kapitaal. 4.4 Artikel 4.6 Wet IB 2001 luidt als volgt: Artikel 4.6. Begrip aanmerkelijk belang De belastingplichtige heeft een aanmerkelijk belang indien
- BelastingrechtHoger beroepArt. 4.6 Wet IB 2001. Belanghebbende houdt certificaat van aandeel in investeringsfonds. Daarnaast verstrekt…
Gerechtshof Den Haag|5 augustus 2025|ECLI:NL:GHDHA:2025:2027
4.6 Wet IB 2001. Belanghebbende houdt certificaat van aandeel in investeringsfonds. Daarnaast verstrekt hij een winstdelende lening ten behoeve van een nieuwe investering in preferente aandelen. De meerpartijenovereenkomst ter zake … voortvloeit uit de overeenkomst van 12 oktober 2011 voor de toepassing van artikel 4.6 Wet IB 2001 niet mag worden opgeteld bij het indirecte belang dat wordt vertegenwoordigd door het certificaat
- BelastingrechtDe aandelen in [X1] B.V., belanghebbende, werden gehouden door [X2] die tevens de bestuurder van…
Parket bij de Hoge Raad|30 juni 2015|ECLI:NL:PHR:2015:1378
minste één derde gedeelte van het geplaatste kapitaal aandeelhouder is (…)’. De verwijzing naar artikel 4.6 Wet IB 2001 diende ertoe in algemene zin aan te sluiten bij het begrip aanmerkelijk belang
- BelastingrechtEerste aanleg - meervoudigBRE 16/2345 tot en met 16/2348 Artikel 4.6 Wet IB 2001, Truststructuur, belastbaarheid vermogen Limited…
Rechtbank Zeeland-West-Brabant|4 februari 2019|ECLI:NL:RBZWB:2019:427
16/2345 tot en met 16/2348 Artikel 4.6 Wet IB 2001, Truststructuur, belastbaarheid vermogen Limited Belanghebbende is beneficiarie van een trust die alle aandelen houdt in een eveneens naar het recht
- BelastingrechtInkomen uit aanmerkelijk belang, economisch belang, verlengde navorderingstermijn
Parket bij de Hoge Raad|30 januari 2026|ECLI:NL:PHR:2026:123
belanghebbende in die jaren nog steeds een ab in de zin van art. 4.6 Wet IB 2001 had in [A] BV en dat de (bruto) dividenduitkeringen … aandelenvennootschap. 4.3 De term ‘direct of indirect’ in de aanhef van art. 4.6 Wet IB 2001 is in de plaats gekomen van woorden ‘onmiddellijk of middellijk’ uit aanvankelijk
- BelastingrechtA-G Niessen heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 18/02268. In geschil is of belanghebbende een…
Parket bij de Hoge Raad|2 september 2019|ECLI:NL:PHR:2019:860
A-G Niessen heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 18/02268. In geschil is of belanghebbende een aanmerkelijk belang heeft in [H] B.V. (hierna: ‘[H]). Aan belanghebbende zijn certificaten van aandelen (hierna: ‘cva’) in [C] B.V. (hierna: ‘[C]) toegekend door de aandeelhouder van zijn werkgever. Deze…
- BelastingrechtInkomen uit aanmerkelijk belang, economisch belang, genietingstijdstip, verlengde navorderingstermijn, nieuw feit
Parket bij de Hoge Raad|30 januari 2026|ECLI:NL:PHR:2026:124
voordelen uit [D] Ltd. en [B] Inc., dat belanghebbende daarom op grond van art. 4.6 Wet IB 2001 een ab houdt in beide vennootschappen, en dat om die reden de door … Belanghebbende heeft volgens het Hof een aanmerkelijk belang in de zin van art. 4.6 Wet IB 2001 in [A] BV. De dividenduitkeringen van [A] BV aan [D] Ltd. van tweemaal € 300.000 zijn
- BelastingrechtCassatieInkomstenbelasting. Vennootschapsbelasting. Art. 3.92 en 3.94 Wet IB 2001. Art. 8 Wet Vpb 1969. Onzakelijke…
Hoge Raad|9 maart 2012|ECLI:NL:HR:2012:BV8199
welke vennootschappen belanghebbende een aanmerkelijk belang heeft in de zin van artikel 4.6 Wet IB 2001, een debiteurenrisico heeft gelopen dat een onafhankelijke derde niet zou hebben genomen en dat belanghebbende
- BelastingrechtHoger beroep(Navorderings)aanslagen IB/PVV 2014 tot en met 2017. Artikel 4.6, aanhef, letter a, Wet IB 2001; houdt…
Gerechtshof Den Haag|8 november 2022|ECLI:NL:GHDHA:2022:2329
(Navorderings)aanslagen IB/PVV 2014 tot en met 2017. Artikel 4.6, aanhef, letter
- BelastingrechtHoger beroepIB/PVV. Dividenduitkeringen. Aanmerkelijk belang? Economische gerechtigdheid.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|17 juni 2025|ECLI:NL:GHARL:2025:3685
IB/PVV. Dividenduitkeringen. Aanmerkelijk belang? Economische gerechtigdheid.
- BelastingrechtHoger beroepBelanghebbende is in 2016 en 2018 inwoner van Nederland en kiest in beide jaren voor partieel buitenlandse…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|17 december 2025|ECLI:NL:GHSHE:2025:3625
aandelen in de holding vormen een aanmerkelijk belang in de zin van artikel 4.6 Wet IB 2001. 2.5. De holding houdt aandelen in [bedrijf 2] S.A. De door belanghebbende middellijk gehouden aandelen … aandelen in de holding voor belanghebbende een aanmerkelijk belang in de zin van artikel 4.6 Wet IB 2001 vormen. Omdat belanghebbende in box 2 alleen belastingplichtig is voor zover hij binnenlands inkomen
- BelastingrechtEerste aanleg - meervoudigInkomstenbelasting. Niet is aannemelijk geworden dat eiser een juridisch of een economisch eigendom dan wel…
Rechtbank Haarlem|25 juni 2009|ECLI:NL:RBHAA:2009:BJ1259
verwante overeenkomst op een in dat lid bedoelde vennootschap of bedoeld samenwerkingsverband; (…)” 4.3. Artikel 4.6 Wet IB 2001 bepaalt, voor zover hier van belang, het volgende: “De belastingplichtige heeft een aanmerkelijk belang … juridische eigendom van de aandelen heeft kan als aanmerkelijkbelanghouder in de zin van artikel 4.6 wet IB 2001 worden aangemerkt, maar ook de belastingplichtige die de economische eigendom van de aandelen bezit
- BelastingrechtCassatieInkomstenbelasting. Art. 4.17c, lid 2, Wet IB 2001. Tot de tegenprestatie behoort ook hetgeen de verkrijger…
Hoge Raad|24 mei 2019|ECLI:NL:HR:2019:788
certificaten). De certificaten vormden voor belanghebbende een aanmerkelijk belang in de zin van artikel 4.6 Wet IB 2001. 2.1.2. Op 1 juli 2011 heeft belanghebbende aan een van zijn zonen (hierna
- BelastingrechtBelanghebbende was van september 2002 tot begin 2010 als financieel-directeur in dienst bij [E] BV, een…
Parket bij de Hoge Raad|4 april 2017|ECLI:NL:PHR:2017:330
Belanghebbende was van september 2002 tot begin 2010 als financieel-directeur in dienst bij [E] BV, een dochtervennootschap van [G] Holding. Eind 2008 is een raamovereenkomst gesloten tussen grootaandeelhouder [H] en de drie directieleden van [E] BV (waaronder belanghebbende). De drie directieleden van [E] BV zijn…
- BelastingrechtAanmerkelijkbelangregeling; economisch belang, optie en genotsrecht
Parket bij de Hoge Raad|26 juni 2026|ECLI:NL:PHR:2026:635
moment van de uitoefening van een koopoptie voor de toepassing van art. 4.6 Wet IB 2001 wel de omvang van het (aanmerkelijk) belang mede blijven bepalen. Volgens het Hof maakt dat zijn
- Belastingrecht- Invorderingswet; artikelen 25 en 26 - Successierecht - Inkomstenbelasting - Wet IB 2001; artikelen 4.10…
Parket bij de Hoge Raad|25 september 2009|ECLI:NL:PHR:2009:BD0236
aanmerkelijk belang is, indien niet is voldaan aan de hoofdregel van artikel 4.6 Wet IB 2001, tevens sprake als wordt voldaan aan de eisen van de zogeheten meetrekregeling. Deze is neergelegd
- BelastingrechtConclusie PG: Successierecht. Heeft een in Canada wonende verkrijger van een fictief aanmerkelijk belang geen…
Parket bij de Hoge Raad|25 september 2009|ECLI:NL:PHR:2009:BD0239
aanmerkelijk belang is, indien niet is voldaan aan de hoofdregel van artikel 4.6 Wet IB 2001, tevens sprake als wordt voldaan aan de eisen van de zogeheten meetrekregeling. Deze is neergelegd
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.