Zoekresultaten

Voor “"3:320 BW"”

Naar resultaten Uitgebreid zoeken

113 uitspraken gevonden

Sorteer op: Relevantie
  • Burgerlijk procesrechtCassatie
    Verbintenissenrecht; verjaring. Vordering op rechtspersoon die na faillietverklaring door insolventie is…

    Hoge Raad17 juli 2020ECLI:NL:HR:2020:1310Aangehaald in 6 uitspraken

    rechtspersoon is opgehouden te bestaan, voor de verjaring een verlengingsgrond als bedoeld in art. 3:320 BW? HOGE RAAD DER NEDERLANDEN CIVIELE KAMER Nummer 19/01909 Datum 17 juli 2020 ARREST … aanzien van de verjaring van de rechtsvordering een verlengingsgrond als bedoeld in art. 3:320 BW bestaat. Die verlengingstermijn loopt ook als nog niet is gebleken van een bate. Tegen dit arrest

  • Civiel recht overigCassatie
    Vermogensrecht. Ondernemingsrecht. Borgtocht en verjaring; art. 7:853 BW. Einde verjaringstermijn van…

    Hoge Raad30 juni 2017ECLI:NL:HR:2017:1182Aangehaald in 12 uitspraken

    bestaande rechtspersoon. Geldt verlengde termijn van art. 2:23c lid 2 BW jo. art. 3:320 BW slechts indien vereffening wordt heropend, of loopt verjaringstermijn zolang rechtspersoon niet meer bestaat? Stuiting verjaring … waarin de rechtspersoon had opgehouden te bestaan er een verlengingsgrond als bedoeld in artikel 3:320 BW is ten aanzien van de verjaring van rechtsvorderingen tegen de rechtspersoon. Het feit

  • Civiel recht overigHoger beroep
    Verjaart vordering bank op hoofdschuldenaar in geval van vereenvoudigde afwikkeling faillissement? Maw: is de…

    Gerechtshof 's-Hertogenbosch15 januari 2019ECLI:NL:GHSHE:2019:125

    samengevat, overwogen dat uit artikel 2:23c lid 2 BW in verbinding met artikel 3:320 BW volgt dat wanneer een verjaringstermijn zou aflopen gedurende het tijdvak waarin de vennootschap had opgehouden … artikelen 36, 137c, 137g, 193 en 194 Fw, in verbinding met artikel 3:320 BW, volgt dat een lopende verjaringstermijn niet afloopt zolang een vereffening in faillissement niet is heropend

  • Civiel recht overigCassatie
    Verjaring. Huwelijksvermogensrecht. Vergoedingsrecht uit hoofde van huwelijkse voorwaarden in verband met…

    Hoge Raad23 december 2022ECLI:NL:HR:2022:1936Aangehaald in 13 uitspraken

    BW? Begrip 'vermogensrecht' in art. 3:326 BW en vergelijkbare schakelbepalingen. Verlenging (art. 3:320 BW jo. 3:321 lid 1 onder a BW). HOGE RAAD DER NEDERLANDEN CIVIELE KAMER Nummer 21/02726 … verlenging van de verjaringstermijn. Deze verlenging beloopt echter slechts zes maanden (art. 3:320 BW in verbinding met art. 3:321 lid 1, aanhef en onder a, BW). Voor rechtsvorderingen uit periodieke

  • Ondernemingsrecht
    Verbintenissenrecht; verjaring. Vordering op rechtspersoon die na faillietverklaring door insolventie is…

    Parket bij de Hoge Raad27 maart 2020ECLI:NL:PHR:2020:391

    rechtspersoon is opgehouden te bestaan, voor de verjaring een verlengingsgrond als bedoeld in art. 3:320 BW? PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 19/01909 Zitting 27 maart 2020 CONCLUSIE … 137g Fw, art. 193 Fw en art. 194 Fw, in verbinding met art. 3:320 BW, waaruit volgt dat een lopende verjaringstermijn niet afloopt zolang een vereffening in faillissement niet is heropend

  • Personen- en familierecht
    Huwelijksvermogensrecht. Verjaringstermijn vergoedingsrecht: is de twintigjarige verjaringstermijn van art…

    Parket bij de Hoge Raad1 april 2022ECLI:NL:PHR:2022:328

    3:320 en 3:321 BW); en (vii) kritiek op korte verlengingstermijn van art. 3:320 BW. (i) Vergoedingsrechten algemeen 3.4 Veel problemen waarmee men in het huwelijksvermogensrecht wordt geconfronteerd, vloeien, aldus

  • Civiel recht overigHoger beroep
    Bestuurdersaansprakelijkheid op grond van artikel 2:9 BW. Ernstig verwijt. In geval van faillissement moet de…

    Gerechtshof Amsterdam21 januari 2025ECLI:NL:GHAMS:2025:130

    verlenging van de verjaringstermijn als bedoeld in artikel 3:321(d) jo. artikel 3:320 BW geacht worden te gaan lopen met ingang van de dag van het faillissement. GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling … verlenging van de verjaringstermijn als bedoeld in artikel 3:321(d) jo. artikel 3:320 BW geacht worden te gaan lopen met ingang van de dag van het faillissement. 2 Het geding

  • Civiel recht overigBodemzaak
    Vaststelling vordering ex 4:223 lid 2 BW. IPR, Erfrechtverordening, heropening van eerder geliquideerde…

    Rechtbank Noord-Holland7 december 2022ECLI:NL:RBNHO:2022:10948

    verband met het bepaalde in artt. 2:23c lid 1 en 2 BW, 3:320 BW. vonnis RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie Zittingsplaats Haarlem zaaknummer / rolnummer: C/15/328270 … bestaan (artikel 2:23b lid 9 BW), er een verlengingsgrond als bedoeld in artikel 3:320 BW is ten aanzien van de verjaring van rechtsvorderingen van of tegen de rechtspersoon . Artikel 3

  • Civiel recht overig
    Vermogensrecht. Ondernemingsrecht. Borgtocht en verjaring; art. 7:853 BW. Einde verjaringstermijn van…

    Parket bij de Hoge Raad12 mei 2017ECLI:NL:PHR:2017:525

    bestaande rechtspersoon. Geldt verlengde termijn van art. 2:23c lid 2 BW jo. art. 3:320 BW slechts indien vereffening wordt heropend, of loopt verjaringstermijn zolang rechtspersoon niet meer bestaat? Stuiting verjaring … waarin de rechtspersoon had opgehouden te bestaan er een verlengingsgrond als bedoeld in artikel 3:320 BW is ten aanzien van de verjaring van rechtsvorderingen tegen de rechtspersoon. Het feit

  • Civiel recht overigCassatie
    Bijdrageplicht hoofdelijke schuldenaren; regresvordering; art. 6:10 lid 2 BW; niet voldaan aan stelplicht…

    Hoge Raad4 mei 2012ECLI:NL:HR:2012:BV6769Aangehaald in 27 uitspraken

    ambtshalve art. 3:321 lid 1, aanhef en onder d, in verbinding met art. 3:320 BW in zijn oordeel te betrekken. Volgens onderdelen 1.3 - 1.5 is het hof uitgegaan … 3:321 lid 1, aanhef en onder d, in verbinding met art. 3:320 BW voor deze omstandigheid een regeling geeft die toepasselijkheid van de in het algemeen geldende verjaringsregels veronderstelt. Verder

  • Civiel recht overig
    Onrechtmatige daad. Verjaring vordering op grond van gevoerd voogdijbewind, art. 1:377 (oud) BW…

    Parket bij de Hoge Raad25 april 2014ECLI:NL:PHR:2014:345

    verlenging van de verjaringstermijn op grond van het huidige (en onmiddellijk werkende) art. 3:320 BW bij of binnen één jaar na de inwerkingtreding van het nieuw BW, geldt op grond … onder b en c bedoeld. Het tweede lid houdt verband met het in art. 3:320 BW vervatte uitgangspunt dat een grond voor verlenging normaliter (in de woorden van art. 3:320

  • Insolventierecht
    Art. 81 lid 1 RO. Faillissementsrecht. Faillietverklaring. Betwisting vordering aanvrager o.g.v. beroep op…

    Parket bij de Hoge Raad20 december 2019ECLI:NL:PHR:2019:1353

    verjaard. Zij wijzen op hetgeen in art. 2:23c lid 2 BW en art. 3:320 BW is bepaald over verlenging van de verjaringstermijn. Op grond van die bepalingen kan de verjaring … curatoren hebben een beroep gedaan op art. 2:23c lid 2 BW jo. art. 3:320 BW . [verzoekster] heeft daartegenover gesteld dat art. 2:23c lid 2 BW alleen geldt voor

  • Civiel recht overigHoger beroep
    Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba · Hoger beroep · Civiel recht overig

    Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba27 mei 2025ECLI:NL:OGHACMB:2025:164

    rechtspersoon is opgehouden te bestaan, geen verlengingsgrond te laten gelden als bedoeld in art. 3:320 BW. 2.27. Ook in Nederland staat de bepaling niet overal waar zij passend is, hetgeen geleid … BW en art. 2:19a lid 8 BW zijn verlengingsgronden als bedoeld in art. 3:320 BW opgenomen voor gevallen waarin een rechtspersoon is ontbonden en is opgehouden te bestaan, terwijl

  • Civiel recht overigCassatie
    Onrechtmatige daad, verjaring. Aanvang verjaringstermijn (art. 3:310 lid 1 BW). Geldt wetenschap van…

    Hoge Raad11 september 2020ECLI:NL:HR:2020:1413Aangehaald in 36 uitspraken

    verlengingsmogelijkheid van art. 3:321 lid 1, onder d, BW in verbinding met art. 3:320 BW aan de voorgaande toepassing van de verjaringsregels niet af, nu in het onderhavige geval … 3:321 lid 1, aanhef en onder d, BW in verbinding met art. 3:320 BW neergelegde verlengingsgrond voor de verjaring tussen rechtspersonen en hun bestuurders. Dat een eenmaal aangevangen verjaringstermijn

  • Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudig
    Bevoegdheid tot invordering van bestuursrechtelijke dwangsom verjaard op het moment van beslaglegging. Het…

    Rechtbank Haarlem28 juli 2010ECLI:NL:RBHAA:2010:BN8311

    hoger beroep de verjaring is geschorst. Op grond van het bepaalde in artikel 3:320 BW is na het eindigen van de schorsing ten gevolge van het verzet, die moet worden beschouwd … artikel 3:320 BW genoemde verlengingsgrond, de verjaringstermijn van zes maanden opnieuw gaan lopen, aldus de gemeente. Met de betekening van de arresten van het gerechtshof Amsterdam op 13 september 2007 heeft

  • Civiel recht overig
    Onrechtmatige daad, verjaring. Aanvang verjaringstermijn (art. 3:310 lid 1 BW). Geldt wetenschap van…

    Parket bij de Hoge Raad6 maart 2020ECLI:NL:PHR:2020:283

    Onrechtmatige daad, verjaring. Aanvang verjaringstermijn (art. 3:310 lid 1 BW). Geldt

  • VerbintenissenrechtHoger beroep
    Vordering tot schadevergoeding op grond van aansprakelijkheid assurantietussenpersoon. Vordering, voor zover…

    Gerechtshof Den Haag26 mei 2020ECLI:NL:GHDHA:2020:979

    artikel 3:310 lid 1, in samenhang met de artikelen 2:23c en 3:320 BW. In grief 2 komt [appellant] op tegen het oordeel van de rechtbank dat zijn vordering tegen

  • Civiel recht overigCassatie
    Echtscheiding. Huwelijkse voorwaarden. Geval waarin aan periodiek verrekenbeding tijdens huwelijk geen…

    Hoge Raad2 december 2011ECLI:NL:HR:2011:BU6591Aangehaald in 28 uitspraken

    voor verlenging van de verjaring tussen niet van tafel en bed gescheiden echtgenoten, terwijl 3:320 BW bepaalt dat, wanneer een verjaringstermijn zou aflopen tijdens het bestaan van een verlengingsgrond of binnen

  • Civiel recht overigHoger beroep
    Afwikkeling huwelijkse voorwaarden – verjaring – naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid…

    Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba11 mei 2021ECLI:NL:OGHACMB:2021:111

    huwelijk is geëindigd, zie de artikel 3:321 lid 1 onder a jo. 3:320 BW. Ingevolge artikel 3:321 lid 1, aanhef en onder a, BW bestaat immers een grond voor … verlenging van de verjaring tussen niet van tafel en bed gescheiden echtgenoten, terwijl artikel 3:320 BW bepaalt dat, wanneer een verjaringstermijn zou aflopen tijdens het bestaan van een verlengingsgrond of binnen

  • Civiel recht overigKort geding
    Opheffing conservatoir beslag; Stuiting verjaringstermijn. De vrouw beroept zich terecht op het bepaalde in…

    Rechtbank Arnhem4 oktober 2004ECLI:NL:RBARN:2004:AR5500

    april 2004, maar zij beroept zich op de verlengde verjaringstermijn van artikel 3: 320 BW. Nu de echtscheiding tussen partijen door de inschrijving van de beschikking van de rechtbank Arnhem … loopt de verjaringstermijn op grond van artikel 3:321aanhef en sub a juncto artikel 3:320 BW tot zes maanden na 30 december 2003, zodat de verjaringstermijn door de brief

Zoektips

Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.