12 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigCassatieVerbintenissenrecht. Geldlening of schenking? Afspraak dat de ontvanger het bedrag moet terugbetalen “wanneer…
Hoge Raad|30 september 2016|ECLI:NL:HR:2016:2228Aangehaald in 56 uitspraken
geleende. Het voorwaardelijk karakter van die verbintenis verzet zich dus ingevolge art. 6:26 BW tegen toepassing van art. 7A:1797 BW. Onderdeel 3.1 faalt derhalve. 3.7.1 Onderdeel 1.4 klaagt
- Civiel recht overigHoger beroepOvereenkomst onder een opschortende of ontbindende voorwaarde? Vergoeding van kosten en schade bij de…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|26 februari 2019|ECLI:NL:GHSHE:2019:692
Dienaangaande overweegt het hof als volgt. Op grond van het bepaalde in artikel 6:26 BW geldt dat op voorwaardelijke verbintenissen de bepalingen betreffende onvoorwaardelijke verbintenissen van toepassing zijn, voor zover … kosten is verder niet in geding. 6.15. Daarnaast volgt uit het bepaalde in artikel 6:26 BW dat in een geval als het onderhavige, waarin de ontbinding van een overeenkomst berust
- VerbintenissenrechtEerste aanleg - enkelvoudigEiseres en gedaagde hebben een offerte ondertekend op grond waarvan eiseres zonnepanelen zou leveren en…
Rechtbank Den Haag|22 juli 2026|ECLI:NL:RBDHA:2026:20534
maakt Expirion op grond van artikel 6:24 lid 1 in samenhang met artikel 6:26 BW aanspraak op vergoeding voor de reeds verrichte prestaties onder de overeenkomst. 3.3. [gedaagde partij] voert … onder de overeenkomst, zoals bedoeld in artikel 6:24 BW in samenhang met artikel 6:26 BW, maar offertekosten en andere voorbereidende kosten. Het gaat deels om kosten gemoeid met de totstandkoming
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|3 mei 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD9618
verbonden, deze zal moeten worden beoordeeld aan de hand van art. 6.1.5.5 (art. 6:26 BW - A-G), bepalende dat op voorwaardelijke verbintenissen de bepalingen betreffende onvoorwaardelijke verbintenissen van toepassing zijn, voor
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|26 april 2002|ECLI:NL:PHR:2002:AD9135
cent per ton gestort afval. Ook een voorwaardelijke verbintenis is een verbintenis (art. 6:26 BW). Van een innerlijke tegenstrijdigheid in 's Hofs oordeel is geen sprake. Een onderzoek naar de vraag
- Civiel recht overigHoger beroepLeningen of schenkingen tussen familieleden. Toepassing artikel 7A:1798 BW (inmiddels vervallen).
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|11 juli 2017|ECLI:NL:GHSHE:2017:3145
geleende. Het voorwaardelijk karakter van die verbintenis verzet zich dus ingevolge art. 6:26 BW tegen toepassing van art. 7A:1797 BW. Onderdeel 3.1 faalt derhalve. In het onderhavige geval
- VerbintenissenrechtEerste aanleg - enkelvoudigvoortijdige opzegging overeenkomst onder opschortende voorwaarde
Rechtbank Midden-Nederland|2 februari 2022|ECLI:NL:RBMNE:2022:239
geval in beginsel een beroep kan doen op deze bepaling. Artikel 6: 26 BW bepaalt immers dat de bepalingen van onvoorwaardelijke verbintenissen van toepassing zijn op voorwaardelijke verbintenissen (zoals een verbintenis onder
- Civiel recht overigHoger beroepOntvankelijkheid in rechtsvorderingen van derde met voorwaardelijke aanspraken op grond van derdenbeding…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|24 januari 2023|ECLI:NL:GHARL:2023:594
bepalingen inzake onvoorwaardelijke verbintenissen van toepassing, tenzij het voorwaardelijk karakter zich daartegen verzet (art. 6:26 BW). Niet valt in te zien waarom een derdenbeding zoals bedoeld in art. 6
- Civiel recht overigEerste aanleg - meervoudigRealisatie opvang uitgeprocedeerde asielzoekers; beoordeling in hoeverre bij uitvoering van overeenkomst…
Rechtbank Noord-Nederland|9 september 2020|ECLI:NL:RBNNE:2020:5187
echter niet dat partijen jegens elkaar geen enkele verplichting hadden. Op grond van artikel 6:26 BW geldt dat wettelijke bepalingen betreffende onvoorwaardelijke verbintenissen van toepassing zijn op voorwaardelijke verbintenissen voor zover
- VerbintenissenrechtBodemzaakProceskostenveroordeling. Artikel 237 Rv. Geen nodeloos gemaakte kosten. Beoordeling naar stand van zaken…
Rechtbank Den Haag|25 januari 2023|ECLI:NL:RBDHA:2023:1491
Proceskostenveroordeling. Artikel 237 Rv. Geen nodeloos gemaakte kosten. Beoordeling naar stand van zaken dagvaarding.
- Personen- en familierechtGemeenschap; verdeling onder opschortende voorwaarde; tijdstip verdeling; waardepeildatum; partijafspraak…
Parket bij de Hoge Raad|23 juni 2023|ECLI:NL:PHR:2023:619
Gemeenschap; verdeling onder opschortende voorwaarde; tijdstip verdeling; waardepeildatum; partijafspraak; redelijkheid en billijkheid.
- Insolventierecht18 juni 2004 Eerste Kamer Nr. C02/229HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: Mr. Robert…
Parket bij de Hoge Raad|18 juni 2004|ECLI:NL:PHR:2004:AN8170
onder opschortende voorwaarde als bedoeld in art. 6:22 BW bestond, waarop overeenkomstig art. 6:26 BW de bepalingen betreffende onvoorwaardelijke verbintenissen in beginsel reeds toegepast konden worden en die zich
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.